'Changing Lanes' vanaf 6/11 in de bioscoop
...

'Changing Lanes' vanaf 6/11 in de bioscoopIetwat wanhopig fluistert de 45-jarige RoGer Michell ons toe dat hij eigenlijk nauwelijks guilty pleasures heeft. 'Ik ben bijvoorbeeld nooit gefascineerd geweest door horrorfilms of andere curiosa. Ik hou er van om op het puntje van mijn stoel te gaan zitten maar horrorfilms hebben nooit enig effect op mij. De suspense moet uit de plot komen en niet uit schrikeffecten. Noem me gerust een traditionele filmliefhebber. Mijn meest angstaanjagende bioscoopervaring was meteen ook mijn eerste. Ik moet ongeveer vijf jaar geweest zijn, toen ik met mijn broers naar The Man in the Iron Mask van James Whale ging kijken. Mijn moeder wou me eerst niet laten gaan, maar mijn vader kon haar overtuigen. Dat had hij beter niet gedaan, want ik lag er nachtenlang wakker van. Ik was vooral geshockeerd door het feit dat de protagonist zijn leven lang een masker moest dragen. Ik ging ervan uit dat hij op een bepaald moment wel zou stikken door zijn baardgroei.' Het enige waar de filmmaker zich schuldig over voelt is zijn enorme wijncollectie. 'Geregeld trek ik naar Frankrijk om daar een overdreven grote som aan te besteden. Mijn voorkeur gaat uit naar de Vouvray uit de streek van de Loire. Dat is een nogal ongewone wijn met een bijzonder fruitige smaak. Op de set van Changing Lanes heeft Ben Affleck me trouwens twee peperdure flessen Bordeaux uit 1982 cadeau gedaan. Hij wist nochtans dat ik tijdens de productie van een film niet drink, dus was het een tikkeltje gemeen om mij op dat moment in verleiding te brengen. Uiteindelijk heb ik me toch weten te bedwingen. Maar bij de Britse première van de film zal er toch een fles sneuvelen.' De ene fles wijn bewaart al wat langer dan de andere en Michell is ervan overtuigd dat het in de filmindustrie niet anders is. 'Een pak degelijke films boet na verloop van tijd flink aan kracht in. Neem nu Blow-Up van Michelangelo Antonioni. Ik was volledig uit het lood geslagen toen ik de film voor het eerst zag. Ik was toen ongeveer elf. Omdat ik op dit moment aan het scenario werk van een whodunit waarin de protagonist iets verdachts meent op te merken in een foto, heb ik hem onlangs opnieuw bekeken en kwam ik tot de onthutsende vaststelling dat er hoegenaamd geen verhaal in de film zit. Blow-Up is niet meer dan een aaneenschakeling van opmerkelijke scènes waarin een soort Londen wordt geportretteerd dat nooit heeft bestaan. De film blijft intrigerend, maar hij is lang niet zo memorabel als ik altijd heb gedacht. Dat geldt voor veel films die vandaag het label 'klassieker' krijgen. Verschillende zwartwitfilms worden nog altijd geroemd, niet omdat het cinematografische meesterwerken zijn, maar omdat ze ons iets interessants vertellen over de tijd waarin ze gemaakt werden. Ze bieden ons een voyeuristische kijk op de jeugdjaren van onze ouders en grootouders. Het zijn antropologische documenten maar of het daarom ook goede films zijn? Wij zijn gewoon de eerste generatie die op die manier met het verleden wordt geconfronteerd en dat is zonder meer boeiend.' Roman Holiday van William Wyler noemt de filmmaker daarentegen onomwonden een meesterwerk. 'Er zit een onvoorstelbaar knap georchestreerde maar vooral ook gedurfde scène in waarin Audrey Hepburn een persconferentie geeft en alle journalisten persoonlijk de hand schudt. Gregory Peck staat op het einde van de lange rij. Hepburn begint met de hand te schudden van de eerste in de rij, stapt vervolgens naar de tweede, de derde, de vierde. Keer op keer denk je dat Wyler er nu wel de schaar in zal zetten, maar hij volhardt in de boosheid en laat Hepburn daadwerkelijk alle journalisten afgaan om bij Peck te geraken. Ze zeggen uiteindelijk maar twee woorden tegen elkaar en vervolgens stapt ze gewoon weer weg. Dat vind ik zo mooi dat ik altijd weer moet huilen.' Door Ben Van Alboom