DOMAINE POMMERY
...

DOMAINE POMMERY Place du Général Gouraud 5 in Reims, tot 15 oktober. www.pommery.comLocatietentoonstellingen hebben zo hun gebreken. Meer dan eens gaan kunstwerken er grandioos de mist in: omdat ze niet passen, omdat ze onvindbaar zijn of nog sulliger, omdat de locatie niet deugt. De ondergrondse gewelven van Pommery zijn op dat punt eveneens kantje boordje. In de krijtgroeven waar de champagneflessen liggen, is het niet alleen donker, het is er ook koud en nogal benepen. Wie van het pad afdwaalt, komt terecht in een 18 kilometer lange doolhof van gangen die er allemaal identiek uitzien. Een kelder dus, waarin kunstenaars echt wel van goede komaf moeten zijn, willen ze er niet hopeloos in de duisternis wegzinken. Maar ondanks het lastige decor heeft de curatorenploeg de taak elegant geklaard. Met de bijna veertig deelnemers is het aanbod op zijn minst uitgebreid. Het aangesleepte talent kan er tellen en ook de wisselwerking tussen de setting en de kunst werd angstvallig in het oog gehouden. Wat overigens geen eenvoudige opgave is, want Genesis slingert door grasmatten en ontvangstruimtes alvorens weg te duiken in het parcours onder de grond. Het feest begint al aan de met gouden letters versierde poort waarachter de functionerende, in drie delen geplooide verlichtingspaal van Mark Handforth ligt. Een eind verderop staat de vuurwerk spuwende praalwagen van de Amerikaanse Amy O'Neill: een glanzende, witte carnavalsmobiel die contrasteert met de beschilderde Jeep van wijlen Keith Haring. Eens binnen hangt een zwart, uit borstelhaar opgetrokken vraagteken van Richard Artschwager en knipperen de impressionistische neonsculpturen van de Fransman Franck Scurti. Na een glorieuze reclame-intro - want daar is het Pommery natuurlijk ook om te doen - wacht een brede en eindeloze trap naar ondergrondse regionen. Oogie, een kruising tussen een zandzak en een geest, luidt de afdaling in. Het werk van de Fransman Pierre Joseph zit argeloos op de koude stenen, en blijkt nog zieliger te zijn wanneer er wel degelijk iemand in het pak steekt. En dan is het tijd voor het ondergrondse bochtenwerk, dat zich soms heel dramatisch ontvouwt met theatraal licht op glinsterende installaties (stukgetrapte kerstballen van Sylvie Fleury, neon van Martin Creed), en dat soms een volstrekt ander, veel mysterieuzer karakter geeft aan sculpturen die normaal niets geheimzinnigs hebben (de honden-aan-het-spit van Bruce Nauman, de met pak en zak beladen nepmens van Daniel Firman). Op kop: All Night Party II, het gloeiende kerstbomenbosje van John Armleder en het kwaadaardige maar tegelijk grappige spokenleger van Olaf Breuning. Ook de uit Zweden afgezakte Carsten Höller speelt het ambitieus met een podium waarop een krokodil, een dolfijn en een aap liggen te zieltogen als vissen op het droge. Xavier Veilhan past naadloos in de context met zijn lichtjes bewegende reuzenschijf die als een buitenaards verschijnsel in de ruimte hangt. Het tempo blijft gehandhaafd en ondanks de onvermijdelijke valse noten kan Genesis prat gaan op een aanpak die werkt. Absolute pro: je kunt in een brede beweging werk zien van een allesbehalve gering aantal hedendaagse zwaargewichten. Met als voordeel dat de bizarre omgeving - en dat is echt niet vanzelfsprekend - de kunst accentueert. Het had anders kunnen uitdraaien, maar de valkuilen werden handig omzeild zodat Pommery glansrijk kan pronken met een fraaie selectie en een parcours dat overwegend sierlijk blijft. Els Fiers