The Last Shadow Puppets, Iggy Pop en Josh Homme, Whitney, The Lemon Twigs en nu ook Soft Hair: 2016 is een boerenjaar voor de bromantics. De muzikale gebroeders achter de nieuwbakken band Soft Hair heten Connan Mockasin en Sam Dust - echte naam: Sam Eastgate. De ene is een psychpopper uit Nieuw-Zeeland die sinds 2004 puike platen maakt onder zijn eigen naam - hij mag Radiohead tot zijn fans rekenen - , en die u ook zou kunnen kennen van zijn samenwerkingen met Charlotte Gainsbourg (de twee deelden in 2012 nog het podium van de Botanique) en James Blake (Mockasin is te horen op zijn laatste worp, The Colour in Anything). De andere was de frontman van de ooit zo beloftevolle maar na één plaat alweer opgedoekte electrorockgroep Late of the Pier, en van LA Priest, zijn synthpoppy solo-alias.
...

The Last Shadow Puppets, Iggy Pop en Josh Homme, Whitney, The Lemon Twigs en nu ook Soft Hair: 2016 is een boerenjaar voor de bromantics. De muzikale gebroeders achter de nieuwbakken band Soft Hair heten Connan Mockasin en Sam Dust - echte naam: Sam Eastgate. De ene is een psychpopper uit Nieuw-Zeeland die sinds 2004 puike platen maakt onder zijn eigen naam - hij mag Radiohead tot zijn fans rekenen - , en die u ook zou kunnen kennen van zijn samenwerkingen met Charlotte Gainsbourg (de twee deelden in 2012 nog het podium van de Botanique) en James Blake (Mockasin is te horen op zijn laatste worp, The Colour in Anything). De andere was de frontman van de ooit zo beloftevolle maar na één plaat alweer opgedoekte electrorockgroep Late of the Pier, en van LA Priest, zijn synthpoppy solo-alias. Soft Hair heeft muzikaal weinig raakvlakken met The Last Shadow Puppets. Terwijl de Puppets refereren aan de barokke pop uit de sixties en de seventies, spiegelt Soft Hair zich aan eightiespop en -funk, niet zelden van de purperkleurige soort. Maar Mockasin en Dust zijn wel getekend bij Domino Records, de platenstal van Alex Turner en Miles Kane. En vooral: ze hebben een even hoge bullshitfactor. Of zo blijkt toch wanneer we hen in een Londense hotelsuite aan de tand voelen over hun freaky maar funky eerste plaat. SAM DUST: Omdat Air al bezet was. CONNAN MOCKASIN: Diana Ross. DUST: We hebben de plaat gedeeltelijk opgenomen in een godverlaten kantfabriek in Nottingham, de Britse stad waar ik vandaan kom. In de kamer naast de onze woonde iemand die dag in, dag uit dezelfde vijf songs na elkaar afspeelde. Het minst irritante van die vijf nummers was van Diana Ross. Het was ook het enige dat me in slaap kon wiegen. MOCKASIN: Als wij dus terugdenken aan de opnames met Soft Hair, denken we aan een groot, leeg industrieel pand. En aan Diana Ross. DUST: Yep, al vijf jaar. En we leerden elkaar nog langer geleden kennen: in 2007, dat jaar waarin een sculptuur van een varken ons heeft samengebracht. MOCKASIN: Dat varken was gestolen op een feestje waar we speelden, Sam met Late of the Pier, ik met mijn eigen groep. En we werden allebei van die diefstal verdacht. DUST: Toen heeft een van mijn bandleden het aan de stok gekregen met een van Connans kerels, die dat varken dus ook écht gepikt had. MOCKASIN: Ik heb die man uit mijn groep gezet. Tijdens de volgende tour speelde ik in het voorprogramma van Late of the Pier en viel Sam in op bas en keyboard. Dat was heel attent van hem. Hij verschool zich weliswaar achter een berg versterkers. We wilden niet dat de Late of the Pier-fans hem zouden opmerken. DUST: Het klikte tussen ons, en niet veel later vormden we samen een band. MOCKASIN: Een tweemansband. Heb ik altijd al willen hebben. DUST: Al was het maar om tegen mijn pa te kunnen zeggen: die Soft Hair-track die jij niets vindt, heeft Connan gemaakt, hoor. We beginnen te begrijpen waarom Connan Mockasin ooit 'een enigma' genoemd werd door Erol Alkan, de befaamde Britse dj en producer en de man die de Nieuw-Zeelander zijn eerste platencontract gaf. Witte tanktop, glitterende pyjamabroek: de Connan Mockasin die voor ons zit te nippen van zijn witte wijn is inderdaad geen man met wie je een normaal gesprek kunt voeren. Wie al eens een concert van hem gezien heeft, weet tot wat hij in staat is: tijdens de tournee ter promotie van Caramel (2014) vlijde hij zich in een bed op het podium neer naast een Japanse dame, John Lennon achterna. En Sam Dust? Hij werd op de posters die ten tijde van zijn LA Priest-plaat Inji (2015) de muren van de Britse metrostations sierden als een 'inner space adventurer' afgeschilderd. 'Ik vond "aardse sjamaan" wel passender voor LA Priest', zegt Dust, onderuitgezakt in zijn sofa. Het mag duidelijk zijn: Soft Hair is geen doordeweeks popbandje, en het duo erachter houdt geen doordeweekse promopraatjes. 'That whole record thing: het wordt op den duur toch allemaal een beetje saai', zegt Mockasin zelfs rechtuit. DUST: We leven in hypermoderne tijden, en toch houden artiesten nog steeds vast aan een schijfje van veertig minuten, met daarop tien songs die elk drie minuten duren. En als wij ons label dan vragen: 'Mogen we het dit keer eens een beetje anders doen?', antwoorden zij: 'Euh, dat zal toch niet werken, hoor.' MOCKASIN: Onze plaat telt acht songs zonder conventionele popstructuren. Meer hebben we bij de platenfirma dus niet bereikt. (lacht) DUST: We hebben vooral geen zin om na dit project meteen nóg eens een regulier album te maken. Ik ben bezig met een film - iets Shakespeare-achtigs, maar dan met veel gezichtsprotheses. En Connan werkt aan... Ja, aan wát eigenlijk? MOCKASIN: Een soapopera, Sam. DUST: Maar natuurlijk! DUST: Een tourschema is er inderdaad nog niet, maar er zijn wel plannen. Als de mensen ons willen, zullen we proberen te komen. We zien wel. MOCKASIN: Ik zou graag nog eens in België komen spelen. Mijn eerste optreden in Gent zal ik niet gauw vergeten. Mijn band was net uiteengevallen, waarna ik een drummer heb aangesteld die helemaal niet kon drummen, en een bassist die ik zelfs nog nooit gezíén had. Ik moet er geen tekeningetje bij maken: dat optreden was heel slecht. En toch was het publiek ongezien vergevingsgezind. DUST: Op naar Gent, dan! See you there. - SOFT HAIR Uit bij Weird World/Domino Records. door Michael Ilegems'Ik heb in Gent gespeeld met een drummer die helemaal niet kon drummen en een bassist die ik zelfs nog nooit gezíén had.' Connan Mockasin