In de VS kreeg Michelle Pfeiffer vorig jaar eindelijk nog eens applaus (én een Golden Globe-nominatie) voor haar venijnige hoofdrol in French Exit, maar veel andere redenen om deze slappe societykomedie van de vergetelheid en de streamingjungle te redde...

In de VS kreeg Michelle Pfeiffer vorig jaar eindelijk nog eens applaus (én een Golden Globe-nominatie) voor haar venijnige hoofdrol in French Exit, maar veel andere redenen om deze slappe societykomedie van de vergetelheid en de streamingjungle te redden zijn er niet. La Pfeiffer haalt haar beste bontjas en meest hautaine blik boven als een egomane upperclassdiva die New York inruilt voor Parijs, om daar de laatste dollars van haar verdampte kapitaal op te souperen, met haar stuurloze zoon (Lucas Hedges) als gezelschapshondje. Cynische oneliners en pseudodiepzinnige dialogen over liefde, geluk, faam en fortuin vliegen over en weer, met dank aan Patrick DeWitt, die zowel het gelijknamige boek als het scenario pende. Alleen treft niet één ervan echt doel, zet regisseur Azazel Jacobs alles steriel en zonder schwung in beeld en sputtert het tempo voortdurend, wat dodelijk is voor een zwarte deadpankomedie die zich tussen Woody Allen, Whit Stillman en Stephen Frears wil nestelen. Een kokette maar onhandig verpakte lege doos, met Pfeiffer in Bette-Davis-annex-Cruella-DeVille-modus, maar dan zonder vitriool en Dalmatiërs.