We hebben dit jaar al van een van een indrukwekkende lijst culturele iconen definitief afscheid moeten nemen, maar de kans is groot dat u begin april niet lang hebt stilgestaan bij het bericht dat Fred op 82-jarige leeftijd het tijdige voor het eeuwige heeft geruild. Toch is de Fransman van Griekse afkomst Othon Aristidès, alias Fred, voor de strip even belangrijk geweest als Peyo of Morris.
...

We hebben dit jaar al van een van een indrukwekkende lijst culturele iconen definitief afscheid moeten nemen, maar de kans is groot dat u begin april niet lang hebt stilgestaan bij het bericht dat Fred op 82-jarige leeftijd het tijdige voor het eeuwige heeft geruild. Toch is de Fransman van Griekse afkomst Othon Aristidès, alias Fred, voor de strip even belangrijk geweest als Peyo of Morris. Als de naam Fred valt, zien fervente striplezers misschien vaag een psychedelische tekening van een tiener met een wit-blauw gestreept shirt voor zich. De reeks Philémon is het enige stuk van zijn zelf getekende oeuvre dat ooit in het Nederlands is verschenen - en dan nog maar amper de helft van de serie. Wie voorbij de soms tijdgebonden inkleuring kijkt (dat paars!), merkt direct dat Philemon iets helemaal anders is dan Asterix of andere strips met meer dan een halve eeuw op de teller. De fantasie van Fred blijkt een hele tik wilder dan wat er toen in het beeldverhaal gewoon was. Alice in Wonderland, maar dan grappiger. Het begint al met De drenkeling van de A, waarin een tiener met zijn ezel ronddwaalt over verlaten landbouwgrond. Uit een oude waterput klinkt hulpgeroep. Dat blijkt te komen van Bartholomee, een zonderling die als een soort Robinson Crusoe compleet met centaur Vrijdag veertig jaar heeft doorgebracht op de letter A, een verzonnen eiland in de Atlantische Oceaan dat gevormd wordt door de letter A op een wereldbol. De waterput blijkt een doorgang naar de fantasiewereld van de eilandletters. Fred haalde graag grappen uit. In zijn eigen striptijdschrift Hara-Kiri kon hij hard uithalen. Hij schiep er het klimaat waarin Jean-Marc Reiser - zeg maar de oer-Kamagurka - kon gedijen. De dialogen tussen Freds personages zijn zo gevat dat chansonnier Jacques Dutronc - die van Il est cinq heures, Paris s'éveille - hem om songteksten vroeg. Fred zette bovendien de striptaal op stelten door personages uit hun kadertjes te laten vallen of door andere ongein met de lay-out. Maar achter al die kwinkslagen zat altijd de melancholie van een kind van gevluchte Griekse migranten, een rusteloosheid die hem kwelde als hij niet tekende, maar die zijn strips uniek maakte. René Goscinny was in 1965 behalve scenarist van Asterix en Lucky Luke ook hoofdredacteur van het legendarische stripblad Pilote. Toen Fred hem de eerste pagina's Philémon kwam aanbieden, aarzelde Goscinny geen moment. Hij gaf Fred onmiddellijk carte blanche in zijn blad. It takes a genius to know one. Striptekenaar en regisseur Joann Sfar is een groot bewonderaar. Net als Fred hecht hij een groot belang aan spontaniteit en improvisatie in verhaal en tekening. Regisseur Terry Gilliam werd fan doordat hij een kortverhaal van de meester mocht uittekenen. Dat was voordat hij beroemd werd door Monty Python's Flying Circus, het summum van de Britse humor waar Fred zo van hield. In Vlaanderen outte Jan Hoet zich onlangs nog als Fred-fan toen hij Asterix en Philemon zijn favoriete strips noemde. Niet de meest actuele namen, maar van slechte smaak kun je Hoet niet beschuldigen. Freds serie Philémon wordt sinds vorig jaar heruitgegeven in het Nederlands. Van de vier verschenen titels is De drenkeling van de A ideaal als introductie en Het vogelverschrikkersvagevuur een prachtige illustratie van Freds mengeling van poëzie, humor en experiment. Als de taalbarrière geen problemen stelt, mogen Le Petit Cirque, over een droef rondreizend minicircus, en Le Corbac aux baskets, een hilarische verwerking van Freds eigen depressie, niet ontbreken. GERT MEESTERS