Het visueel verrukkelijke sprookje Big Fish vertelt, in de heerlijk ouderwetse betekenis van het woord, het bizarre levensverhaal van de avonturier en fantast Edward Bloom - een rol voor Albert Finney én Ewan McGregor. Aan de hand van een hele reeks uitgesponnen flashbacks komt langzaam maar zeker de man achter de eigenhandig opgetrokken mythe bloot te liggen en terwijl de knokige Edward (Finney) zijn laatste adem uitblaast, lossen de fantastische, volstrekt ongeloofwaardige verhalen uit zijn jeugd langzaam op in de emotionele waarheid waarnaar zijn verbitterde zoon Will (Billy Crudup) zo lang heeft gehunkerd. Gevoelige zielen kunnen de zakdoek nu al uithalen, want Big Fish mikt recht op het hart. Maar Burton serveert je in zijn film gelukkig wel veel meer dan het aandoenlijke relaas van een troebele vader-zoonrelatie. Big Fish is tevens 's mans hoogstpersoonlijke hommage aan de vitalistische kracht van de verbeelding, en zo een typisch Burtoneske vertelling langs een legendarisch verleden (met Ewan McGregor als de jonge Ed Bloom) en een grillig meanderende Alabama-rivier, waarvan de oevers bevolkt worden door aimabele reuzen, Siamese cabaretdanseressen, dichtende bankovervallers, visionaire heksen en onsterfelijke karpers.
...

Het visueel verrukkelijke sprookje Big Fish vertelt, in de heerlijk ouderwetse betekenis van het woord, het bizarre levensverhaal van de avonturier en fantast Edward Bloom - een rol voor Albert Finney én Ewan McGregor. Aan de hand van een hele reeks uitgesponnen flashbacks komt langzaam maar zeker de man achter de eigenhandig opgetrokken mythe bloot te liggen en terwijl de knokige Edward (Finney) zijn laatste adem uitblaast, lossen de fantastische, volstrekt ongeloofwaardige verhalen uit zijn jeugd langzaam op in de emotionele waarheid waarnaar zijn verbitterde zoon Will (Billy Crudup) zo lang heeft gehunkerd. Gevoelige zielen kunnen de zakdoek nu al uithalen, want Big Fish mikt recht op het hart. Maar Burton serveert je in zijn film gelukkig wel veel meer dan het aandoenlijke relaas van een troebele vader-zoonrelatie. Big Fish is tevens 's mans hoogstpersoonlijke hommage aan de vitalistische kracht van de verbeelding, en zo een typisch Burtoneske vertelling langs een legendarisch verleden (met Ewan McGregor als de jonge Ed Bloom) en een grillig meanderende Alabama-rivier, waarvan de oevers bevolkt worden door aimabele reuzen, Siamese cabaretdanseressen, dichtende bankovervallers, visionaire heksen en onsterfelijke karpers. Het klinkt allemaal behoorlijk onwaarschijnlijk, en toch is Big Fish - losjes gebaseerd op de de roman van Daniel Wallace, waar ook dat andere volwassen kind, Steven Spielberg, lange tijd naar hengelde - Burtons meest persoonlijke film totnogtoe. De vader van de regisseur, van wie hij al sinds jaren vervreemd was, overleed een tijdje voor de opnames, terwijl Burtons levensgezellin Helena Bonham Carter, die in Big Fish een geestige bijrol als heks vertolkt, hem kort erna op zijn 43e voor het eerst zelf tot vader promoveerde. Of hoe feit en fictie niet alleen in het dartel tussen heden en verleden schipperende script maar zelfs op de set leken samen te vloeien. ' Big Fish heeft dan ook wat weg van een catharsis', laat de regisseur, die eerder al in Edward Scissorhands, Mars Attacks, Ed Wood en Sleepy Hollow met trefzekere hand ironisch-lugubere werelden tegen het witte doek borstelde, optekenen. 'Het was een moeilijke periode, maar dankzij deze film ben ik erdoor gesparteld zonder een therapeut te hoeven raadplegen.' Niettemin: hoog tijd voor een sessie op de knusse sofa van Focus Knack, vooraleer Burton opnieuw naar Hollywood trekt om zijn volgende project in te blikken: de verfilming van Roald Dahls klassieke jeugdroman Willie Wonka en de Chocoladefabriek met Johnny Depp. Tim Burton:You bet. Dat is ook de reden waarom ik films maak. Ik zou gek worden als ik de ganse dag volgens een strikt rationeel patroon zou moeten leven. Films maken is mijn therapie. Burton: Ik kan geen films maken die me inhoudelijk niet weten te raken. Elke film heeft dan ook een autobiografische laag. Vooral Big Fish, dat je als een synthese van mijn vroegere werk kan beschouwen. Tenslotte draait de film om twee thema's die ook vroeger telkens opdoken: het thema 'familie' in de meest brede zin van het woord, hoe verwanten en vrienden met elkaar omgaan, hoe ze mekaars leven sturen en kneden. En: het thema van de perceptie van fantasie en werkelijkheid. Big Fish is niet alleen mijn hommage aan de verbeelding; het is ook mijn claim op dromen. Veel mensen denken tegenwoordig te veel letterlijk. Hun brein is vastgeroest in de realiteit en daarmee gaat het mooiste in het leven aan hen voorbij. Burton: Zeker. Al kan vluchten in een fantasiewereld ook in de andere richting werken en mensen net verder uit elkaar drijven. Het is dat dubbelzinnige aspect aan Edward dat ik wilde onderstrepen. Enerzijds is hij dat flamboyante personage dat iedereen aanzuigt met zijn geweldige verhalen over reuzen, heksen en weerwolven, maar anderzijds gebruikt hij die verhalen ook om er zich achter te verbergen. Hij is bang om aan zijn zoon zijn echte emoties bloot te geven, dus creëert hij rond zichzelf een mythisch verleden. Dat vond ik herkenbaar. Hoeveel vaders hebben hun zonen niet de meest fantastische verzinsels opgelepeld, maar hebben nog nooit echt met hen gepraat? Het is in dat opzicht een triest personage, maar dan wel één dat op de realiteit is geënt. Burton: Precies. Will hunkert naar een vorm van werkelijkheid, omdat hij nu eenmaal niet zonder rationele houvast kan, maar komt gaandeweg tot de bevrijdende ontdekking dat die werkelijkheid voor een groot stuk door jezelf wordt geconstrueerd. Laat het me zo stellen: je kunt zeggen dat je een geweldig groot iemand hebt ontmoet. Of je kunt meteen uitpakken en zeggen dat je een reus hebt ontmoet. Het ligt er maar aan hoe je die termen voor jezelf en voor anderen invult. Vandaar allicht mijn fascinatie voor sprookjes, mythes en volkslegenden. Aan de oppervlakte klinken die heel veraf en worden ze bevolkt door de meest bizarre personages, maar telkens schuilt er ook een heel herkenbare emotionele waarheid in. Die schijnbare contradictie is iets wat me geweldig fascineert. En daarmee wilde ik Will in deze film confronteren. Terwijl hij de verhalen die hij als kind van zijn stervende vader heeft meegekregen alsnog tracht te toetsen aan de werkelijkheid - zijn Edwards verhalen over die gigantische karper of die Siamese cabaretdanseressen uit de Koreaanse oorlog nu waar of niet? - sijpelt er langzaam een wijze levensles door: ze zijn stuk voor stuk een beetje waar. En hoe meer je de ratio loslaat en leert luisteren met je hart, hoe reëler ze worden. Ze zijn een synthese van emotionele en feitelijke waarheden. Net zoals onze herinneringen, emoties en overtuigingen. Burton:Yeah, definitely. Er zit emotioneel een heel natuurlijk rijpingsproces in, maar verhaaltechnisch was het de moeilijkste puzzel uit mijn loopbaan, ook al omdat het boek van Daniel Wallace eerder een bundel tragikomische sketches is dan een strak gestroomlijnde roman. Begin bijvoorbeeld al maar eens met het casten van het personage Edward Bloom, een personage dat op drie totaal verschillende leeftijden wordt geschetst en dus door drie verschillende acteurs moet worden vertolkt. Bovendien kon er niet chronologisch worden gedraaid, wat betekent dat Albert Finney (de ouwe Edward) en Ewan McGregor (de jonge Edward) elkaar nooit echt aan het werk hebben gezien. Dat was natuurlijk een enorm risico omdat het voor de kijker cruciaal was dat de illusie rond Edward Bloom op geen enkel moment zou worden verstoord. Ik wilde immers dat de kijker, net als Will indertijd, in de flashbacks van de vader zou geloven. Maar Albert en Ewan zijn schitterend. Niet alleen de fysieke gelijkenis is treffend, ze hadden ook nog precies dezelfde visie op het personage. En dat verklaart waarom we die tijdskloof op zo'n natuurlijke manier hebben kunnen dichten: Ewan is gewoon de jonge Albert, zoals ze beiden dezelfde Edward zijn. Burton:That was weird karma, man. (lacht) Natuurlijk besef je wel dat het vaderschap je ergens boven het hoofd bungelt, terwijl je ondertussen bezig bent met een personage dat toevallig net hetzelfde doormaakt (ook Will wordt in Big Fish voor de eerste keer vader, dm). Maar om de een of andere bizarre reden maak je die connectie niet. Bovendien waren er nog meer vreemde gelijkenissen. Zo bleek ons zoontje er uiteindelijk precies zo uit te zien als de baby die we voor de film hadden gebruikt. Je zou de foto's moeten zien. Echt twee druppels water. Burton:Big Fish kwam uit de hemel vallen. De filmstudio zag het meteen helemaal zitten, hoewel niemand het boek van Daniel Wallace kende, we aanvankelijk helemaal geen ster aan boord hadden en het verhaal zich niet zomaar in enkele zinne- tjes liet samenvatten. Op papier was het kortom de ultieme anti-studiofilm. Daarom kon ik mijn oren niet geloven toen ze er vanaf de eerste dag in geloofden. Ik werd er zowaar weer optimistisch over de filmindustrie door. Blijkbaar heeft de commercie de kunst dan toch nog niet helemaal uitgevlakt. Burton: Tuurlijk. Ik heb er nooit kunnen aarden. Het is geen toeval dat ik al een poos in New York woon. Burton: Absoluut. Ik geloof in sprookjes en mythes. Niet in de letterlijke zin natuurlijk, maar ik ben nu eenmaal een spiritueel ingesteld mens en geloof dat volkslegendes ontsproten zijn aan diepe, verborgen waarheden. Trouwens, ik voel me er ook comfortabeler bij om erin te geloven. Ik moet erin geloven. Heb ik ooit ufo's gezien? Ik durf te beweren van wel, maar kan ik dat ook bewijzen? Nee, je zult me, net als Edward, op mijn woord moeten geloven. Burton: Dat hangt ervan af of je zelf naar zo'n netjes afgeborsteld nest verlangt natuurlijk. Ik in elk geval niet. Spectre is mijn hommage aan mijn jeugd in Burbank, een voorstad van Los Angeles. Aan de oppervlakte oogt het allemaal erg netjes, met gemillimeterde gazonnetjes en vrolijk geschilderde huisjes, maar daaronder schuilt een donkere, bijna boeman- achtige onderwereld. Is dat de hemel of de hel? Is dat de veruitwendiging van het goede of het kwade, het huiselijke of het vreemde? Het is beide aspecten tegelijk. Net als Burbank. Burton: Klopt. Als er één plek is ter wereld waar de scheidslijn tussen feit en fictie voor je ogen vervaagt, dan is het wel Alabama. (lacht) En dat kwam deze film duidelijk ten goede. Tenslotte wilde ik zoveel mogelijk realisme in deze film stoppen door zoveel mogelijk op echte locaties te draaien, waardoor je ook als kijker steeds meer begint te twijfelen of Edwards verhalen wel allemaal verzonnen zijn. Bovendien biedt Alabama nog een ander voordeel: het ligt duizenden kilometers van Hollywood, dus zijn er nauwelijks studiobobo's die zich tijdens de opnames met allerlei details bemoeien. Ik voelde een artistieke vrijheid zoals ik die in geen jaren meer had gevoeld. De energie die doorgaans verloren gaat met het verdedigen van je visie, heb ik volledig in de film kunnen stoppen. Burton: Zeker. Ook omdat het centrale motief me zo na aan het hart ligt. Als ik al ooit een boodschap te verkondigen had, dan is het wel dat onwrikbare waarheden niet bestaan. De waarheid is een puzzel van subjectieve interpretaties, fantasmen en emoties. Dat is trouwens ook de reden waarom er in Big Fish bijna geen computerbeelden zitten. Deze film moest een ambachtelijke en tijdloze sfeer uitademen. Geen enkele acteur werd voor een blue- screen gezet en alle sets werden met de hand opgetrokken. Waarom zou je in hemelsnaam trachten om de oevers van de Alabama-rivier in een studio na te bootsen en digitaal bij te werken, wanneer je ter plekke zo'n magnifiek en zo'n spiritueel decor voor je hebt? Burton: Ik vind van wel. Zo is er in Big Fish een scène waarin een auto in een boom belandt. Wel, die hadden we er achteraf natuurlijk makkelijk met de computer kunnen inscreenen. Geen hond die het zou merken. Maar daarmee gaat wel het leuke aan films maken verloren, namelijk het op gang trekken van een gezamenlijk creatief proces, het in teamverband speuren naar oplossingen. Burton: Niet noodzakelijk. Kijk naar de Pixar-films. Het probleem zit hem niet in het medium zelf, maar in het gratuite gebruik ervan. Zo had ik zelfs bij Big Fish aan de hele cast en crew kunnen zeggen: 'Ga maar naar huis jongens. Ik fiks het straks wel met de computer.' (lacht) Maar of dat de film ten goede was gekomen? Ik heb het aan den lijve ondervonden bij Planet of the Apes. Als je technisch plots tot alles in staat bent, werkt dat voor een stuk verlammend. En hoe verbluffend de effecten er dan achteraf ook uitzien: het publiek kijkt erdoor. De magie gaat verloren, zoals een goochelaar die zijn truc prijsgeeft. Burton: Ik ben nog altijd een verlegen jongetje uit Burbank maar ik trek wel dolgraag naar Azië. Thailand, India, Japan... als je als westerling in zulke landen komt, besef je pas hoe kleurrijk en hoe surrealistisch de wereld is. En dat verrijkt je als mens . Ik kan het onze president warm aanbevelen. Ga eens wat vaker op reis en je zult beseffen dat er ook andere meningen en culturen op deze aardbol rondwaren. Sterker nog: als ik het voor het zeggen had, zou reiservaring een verplichte voorwaarde zijn om president van Amerika te kunnen worden. Of dat een waterdichte maatregel is? Geen idee, maar alle beetjes helpen. (lacht) lDave Mestdach'Hoe verbluffend speciale effecten er ook uitzien: het publiek kijkt erdoor. De magie gaat verloren, zoals een goochelaar die zijn truc prijsgeeft.'