Sinds haar debuut in 1972 heeft Isabelle Huppert dik tachtig films op haar cv gezet en werd ze zowel in Cannes als in Venetië en Berlijn bekroond tot beste actrice. Twaalf sleutelfilms uit haar (schandaal)rijke carrière.

Les valseuses (Bertrand Blier, 1974)

Meer dan vijf minuten screentime heeft Huppert niet nodig om internationaal door te breken én keet te schoppen. Ze speelt een zestienjarige maagd die haar ouders vermoordt en vervolgens met Gérard Depardieu, Miou-Miou en Patrick Dewaere op de hort gaat.

La dentellière (Claude Goretta, 1977)

In deze adaptatie van Pascal Lainés De Kantwerkster incarneert Huppert een verlegen kapstertje dat door een Sorbonne-student in de intellectuele beau monde én de liefde wordt ingewijd. Een psychodrama over verloren onschuld en fatale passie waarvoor Huppert haar enige BAFTA kreeg.

Violette Nozière (Claude Chabrol, 1978)

In deze neonoir naar een échte moordzaak uit de jaren 30 bevestigt Huppert haar perverse lolita-imago als het veertienjarige (!) bourgeoishoertje Violette, dat haar ouders en haar klanten besteelt. Haar eerste samenwerking met misdaadmeester Claude Chabrol en meteen ook haar eerste acteerprijs te Cannes.

Sauve qui peut (la vie) (Jean-Luc Godard, 1980)

Na tien jaar politieke videokunst keert nouvelle- vagueheraut Godard terug naar de mainstreamcinema – of toch min of meer. Met Jacques Dutronc als een uitgerangeerde regisseur die toevallig ook Godard heet en Huppert die weer eens het hoertje uithangt.

Heaven’s Gate (Michael Cimino, 1980)

Nadat ze eerder meespeelde in de Frans-Amerikaanse coproductie Rosebud van Hollywoodgigant Otto Preminger, waagt Huppert voor het eerst de oversteek naar Amerika. Helaas wordt Cimino’s hyperambitieuze burgeroorlogepos een mythische flop en kan Huppert haar Hollywoodplannen weer opbergen.

Coup de torchon (Bertrand Tavernier, 1981)

Anglofiel Bertrand Tavernier transponeert Jim Thompsons roman Pop. 1280 van WestTexas naar West-Afrika, met Philippe Noiret als de cynische hoorn-drager die op wraak zint en Huppert als diens overspelige echtgenote.

Amateur (Hal Hartley, 1994)

Na een halve depressie, drie zwangerschappen, een dozijn theaterrollen en een reeks degelijke Franse films duikt Huppert eindelijk nog eens in een Amerikaanse film op: als een ex-non turned nymfomane pornoschrijfster. Is getekend: independentgoeroe du jour Hal Hartley.

La cérémonie (Claude Chabrol, 1995)

Huppert slaat opnieuw de handen in elkaar met vieux maître Claude Chabrol in deze mild sarcastische Ruth Rendell-adaptatie. Een bourgeoishuisvrouw wil haar man laten vermoorden door de huismeid, met de lokale postbode (Huppert) als partner in crime.

La pianiste (Michael Haneke, 2001)

De Oostenrijkse zwartkijker Michael Haneke verfilmt de psychoseksuele schandaalroman van zijn landgenote Elfriede Jelinek, met Huppert als de seksueel verkrampte pianolerares die een affaire begint met haar leerling. Goed voor haar tweede titel als beste actrice te Cannes.

8 femmes (François Ozon, 2002)

Agent provocateur François Ozon verzamelt de fine fleur van het vrouwelijke Franse acteergild voor deze satirische muzikale whodunit over een moord in een bourgeoisclan. Met Catherine Deneuve, Emmanuelle Béart, Fanny Ardant en Huppert bien entendu.

Ma mère (Christophe Honoré, 2004)

Huppert trekt nog eens alle schandaalregisters open met deze interpretatie van George Batailles gelijknamige roman over een libertijnse moeder en haar adolescente zoon die zo ongeveer alles doen wat god verboden heeft. Desnoods zelfs met elkaar.

Nue propriété (Joachim Lafosse, 2006)

Huppert is een pas gescheiden moeder die hopeloos in de clinch raakt met haar twee tiener-zonen wanneer ze dreigt het ouderlijke huis te verkopen. De doorbraakfilm van de jonge Belg Joachim Lafosse.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content