And the Oscar goes to... Colin Firth', zo klonk het begin dit jaar nog tijdens de Academy Awards, waar de 51-jarige Brit werd bekroond voor zijn hoofdrol als de stotterende monarch George VI in The King's Speech. Sindsdien is Firth 'hotter' dan ooit tevoren, al had de welbespraakte Brit met prestigeseries als Pride and Prejudice, blockbusters als Bridget Jones' Diary en arthousetoppers als A Single Man de voorbije jaren sowieso geen reden tot klagen.
...

And the Oscar goes to... Colin Firth', zo klonk het begin dit jaar nog tijdens de Academy Awards, waar de 51-jarige Brit werd bekroond voor zijn hoofdrol als de stotterende monarch George VI in The King's Speech. Sindsdien is Firth 'hotter' dan ooit tevoren, al had de welbespraakte Brit met prestigeseries als Pride and Prejudice, blockbusters als Bridget Jones' Diary en arthousetoppers als A Single Man de voorbije jaren sowieso geen reden tot klagen. Wat Firth zo anders en misschien ook populairder maakt dan het gros van zijn Hollywoodcollega's is niet alleen zijn veelzijdigheid en keurig gekoesterde gentleman next door-imago. Ook om een onverwachtse carrièrezet zit Firth meestal niet verlegen. Zo zul je maar weinig A-Listers en Oscarlaureaten vinden die bereid zijn om op te draven in een dienende bijrol, zoals Firth doet in Tomas Alfredsons sfeervolle John le Carré- adaptatie Tinker Tailor Soldier Spy. Daarin trekt hij het seventiescolbert aan van Bill Haydon, een Britse geheim agent met als codenaam 'Tailor', die er samen met enkele collega's van wordt verdacht undercover te werken voor de Sovjets. Aan veteraan George Smiley om te achterhalen wie van hen nu precies de mol is binnen de organisatie: het startschot voor een broeierig suspensedrama met de Koude Oorlog als achtergrond. Hoewel Firth hooguit tien minuten screen time heeft in een film die vooral wordt gedragen door Gary Oldman als de zwijgzame, discreet getormenteerde Smiley, was het voor de recente Oscarwinnaar een rol waar hij met plezier zijn tanden in zette. 'Ik laat me leiden door de kwaliteit, niet door het aantal pagina's tekst', stelt Firth beslist. 'Het was met voorsprong het beste script dat ik na The King's Speech te lezen kreeg. Als je dan ook nog eens hoort dat de maker van Let the Right One In - die fantastische Zweedse vampierfilm - zal regisseren en dat ook Gary Oldman, John Hurt, Mark Strong, Toby Jones en Tom Hardy meespelen, dan moet je al een idioot zijn om te weigeren.' Colin Firth: John Hurt heeft in zijn vijftigjarige carrière nog veel meer hoofdrollen gespeeld dan ik, en ook hem zie je maar in een paar scènes opdraven. Eigenlijk is het meer een ensembledrama dan een klassieke spionagethriller. Het is een psychologisch en emotioneel schaakspel met mezelf, John, Mark, Tom en de anderen als pionnen en Gary als loper. Alles draait rond een complexe en spannende spionage-intrige, maar toch heeft het niks met James Bond of Jason Bourne te maken. De actie zit binnenin, waardoor je als kijker langzaam wordt meegezogen. Ik heb in elk geval nog nooit een dergelijke film gezien. Hij valt met niks anders te vergelijken. Firth:(knikt) Daar moest ik ook aan denken. Als je één titel kunt noemen dan is het die wel, wat veel zegt over de kwaliteit. Dat John le Carré er voor de eerste keer geen bezwaar tegen had om de rode loper te doen in Venetië was in elk geval veelzeggend. Meestal houdt John zich op de achtergrond of distantieert hij zich op een beleefde, discrete manier van zijn boekverfilmingen. Dit keer wilde hij graag met de film geassocieerd worden, wat met zijn staat van dienst een enorm compliment is. Tenslotte zijn er al heel veel le Carré-adaptaties geweest, en daar zitten hele goeie bij: The Constant Gardener, The Tailor of Panama, The Spy Who Came in from the Cold en noem maar op. Firth: Toch wel, en ik had vroeger ook al het boek gelezen. Wat le Carré speciaal maakt, is dat hij spreekt uit ondervinding. Hij was in de jaren vijftig zelf een spion, wat je voelt in de details en karaktertekeningen in zijn boeken. Hij schrijft zelfs zo authentiek dat de Oost-Duitse Stasi indertijd zijn doorbraakroman The Spy Who Came in from the Cold bestudeerde om te weten hoe de Britse geheime dienst werkelijk dacht en functioneerde. Ik hoefde dan ook geen 'spion' te spelen. Ik speelde déze spion, in dít verhaal met déze problemen. Le Carrés boek en het script zijn zo gedetailleerd dat ze alle genreclichés en -conventies sowieso overstijgen. Firth: Ik merk dat ik weinig word gevraagd om de Amerikaanse president of een mysterieuze zigeuner te spelen, maar wat diversiteit aan rollen betreft heb ik niks te klagen. Mijn volgende film Gambit is een onvervalste komedie én een remake (van de Michael Caine en Shirley McClaine-film uit 1966, nvdr), nog twee dingen die je zeker niet mag doen nadat je de Oscar hebt gewonnen. In ons vak komt het erop aan af te wegen wat je toont en wat je niet toont, en wat je toont zo geloofwaardig mogelijk te tonen, of het nu om een komische of een tragische rol gaat. Ik zeg niet dat ik een machine ben die een vast stel regels volgt, maar ik probeer wel systematiek te steken in wat ik doe. De beperkingen die daarmee gepaard gaan, neem ik erbij, al geef ik de hoop niet op om ooit eens de mysterieuze zigeuner te spelen. (lacht)Firth: Ik ontken alles. (lacht) Je gaat nu toch niet over die 8-2-nederlaag tegen Manchester United beginnen? Ik vrees dat ik dat nog jaren zal mogen horen. Voor het eerst sinds lang heb ik geen jaarabonnement genomen, omdat het nieuwe stadion verder weg ligt van waar ik woon, maar let op mijn woorden: alles komt goed en op het einde van het seizoen staan we netjes in de top vijf. In voetbal gaat het zoals in een acteercarrière: soms ben je de held, soms de schlemiel. But you'll never walk alone. (lacht) DOOR DAVE MESTDACH