Er broeit iets in de Argentijnse cinema. Zoals de bevolking van de Zuid-Amerikaanse republiek bij elke nieuwe en onpopulaire regeringsmaatregel naar potten en pannen grijpt om met hels kabaal haar ongenoegen te uiten, zo grijpen alsmaar meer jongeren naar de videocamera om films en documentaires te draaien. In plaats van taxichauffeur of dokter wil de jeugd er tegenwoordig filmregisseur worden. Argentinië telt momenteel maar liefst 12.000 filmstudenten en het piepjonge festival van de onafhankelijke film in Buenos Aires werd bijgewoond door bijna 300.000 toeschouwers.
...

Er broeit iets in de Argentijnse cinema. Zoals de bevolking van de Zuid-Amerikaanse republiek bij elke nieuwe en onpopulaire regeringsmaatregel naar potten en pannen grijpt om met hels kabaal haar ongenoegen te uiten, zo grijpen alsmaar meer jongeren naar de videocamera om films en documentaires te draaien. In plaats van taxichauffeur of dokter wil de jeugd er tegenwoordig filmregisseur worden. Argentinië telt momenteel maar liefst 12.000 filmstudenten en het piepjonge festival van de onafhankelijke film in Buenos Aires werd bijgewoond door bijna 300.000 toeschouwers. In de hedendaagse Argentijnse cinema valt duidelijk de zoektocht op naar een nationale identiteit. Het is een zoektocht die de Argentijnse cinema altijd al bepaald heeft. Behalve misschien in de beginjaren, toen de opgang van de Argentijnse film nauw verbonden was met de stijgende populariteit van de tango. In het broeierige Buenos Aires van de jaren 1910 deden de tango-orkesten het niet alleen goed in cafés, bordelen en cabarets. Ook de stille films in de bioscopen werden opgeluisterd door tangobands. Vaak lokten ze meer enthousiasme uit dan de films op het scherm. De komst van beeld met klank werkte de fusie tussen tango en film alleen maar in de hand. Voor het eerst was er sprake van een echte filmindustrie, dankzij het succes van aanvankelijk populaire, maar later meer gestileerde en sensueel troebele melodrama's, vaak opgebouwd rond de vedettes van de tango. Zelfs de legendarische Evita Perón debuteerde in B-melo's, waarin ze onder meer Libertad Lamarque flankeerde: de enige echte ster die de Argentijnse cinema ooit voortgebracht heeft. De pelliculeboycot van de VS wegens de Argentijnse neutraliteit tijdens WO II en de censuur onder generaal Perón maakten echter een einde aan die hoogconjunctuur. In de jaren 60 krijgt de Argentijnse film haar tweede adem met de Nuevo Cine. De golf van sociale bewustwording in Brazilië en Cuba - 'kunst door in plaats van voor de massa' - slaat ook over naar Argentinië. Sociaal-kritische documentaires en vooral de radicale militante filmmanifesten van Fernando Solanas voeden het revolutionaire vuur: film als een politiek wapen in de strijd tegen kapitalisme en neokolonialisme. De verschillende militaire junta's en de opeenvolgende economische crisissen smoren in de jaren die volgen echter de artistieke creativiteit. De Argentijnse cinema wordt symbool voor exil (opnieuw Solanas met enkele films met muziek van tangogrootmeester Astor Piazzolla) of duikt onder in de clandestiniteit. Met de terugkeer van de democratie in de jaren 80 verschijnen er voor het eerst ook films die afrekenen met de repressiepolitiek van de Vuile Oorlog (Luis Puenzo's met de Oscar bekroonde La historia official). Maar al snel is het opnieuw middelmatigheid troef. De nieuwe golf van Argentijnse films die we vandaag zien, vindt zijn kiem in de sociale slachting en de maffiocratie van de ultraliberale regering van neoperonist Carlos Menem. De economische en financiële crisis, de zogenaamde corralito van 2001, en de diepe chaos waarin die het land stortten, hebben de creativiteit en de blik van de Argentijnse filmmakers zo te zien flink aangescherpt. Anders dan de films van de nieuwe Iraanse golf of de Zesde Generatie in China zijn de werkstukken van cineasten als Pablo Trapero ( El bonaerense, Familia rodante, het in Rotterdam bekroonde Mundo grúa), Lucrecia Martel ( La cienaga, La niña santa) of Lisandro Alonso ( Los muertos) niet zo makkelijk in één stroming onder te brengen. Zoals de cineasten van de nouvelle vague zich afzetten tegen de conformistische cinéma de papa, zo reageren de Argentijnen vandaag tegen de onpersoonlijke cinema en de gemeenplaatsen van hun nationale film in de jaren 90. Ze kiezen voor niet-professionele acteurs en onafhankelijke lowbudgetfilms in een minimalistische realistische stijl, wat van hen eerder complexloze erfgenamen van een cineast als John Cassavetes maakt. Hoewel minder uitgesproken politiek en geëngageerd dan vorige generaties, hebben ze toch een authentiek oog voor de wanhoop en de ontgoochelingen als gevolg van de sociale realiteit. Maar van toon zijn hun films, die geregeld in de prijzen vallen, eerder intimistisch en kiezen ze sneller voor het persoonlijke verhaal dan voor het grote maatschappelijke. Dat blijkt ook duidelijk uit het aanbod op het festival van Gent. In het prachtige, op video opgenomen La León staan de eenzaamheid en de verlangens van een jonge homoseksuele man centraal, verloren in de Paranadelta aan de grens met Paraguay. Pablo Trapero focust in zijn ontroerende nieuwe film Nacido y criado (Born and Bred) op de emotionele crisis van een succesvolle interieurdesigner die na een auto-ongeval weer tot zichzelf komt in een ondergesneeuwd Patagonië. Het is ook uitkijken naar El camino de San Diego, waarin Carlos Sorin ( Historias minímas, Bombón: El Pero) de aandoenlijke queeste volgt van een jonge voetbalfan uit Buenos Aires die verneemt dat Maradona in zijn stad in het ziekenhuis ligt en zijn held een geschenk wil brengen. Het in een fascistische grootstad gesitueerde La Antenna is dan weer mediakritiek verpakt in een clash tussen de stille film (Méliès en Murnau) en de film noir. Maar de film die het best de nieuwe ontwikkelingen binnen de Argentijnse cinema samenvat is UPA! (Una Película Argentina) van een cineas- tencollectief. UPA! won in Argentinië al verschillende prijzen, maar lokte ook heel wat polemiek uit. Het is een satirische reflectie over de clichés en de obstakels van de hedendaagse alternatieve Argentijnse filmproductie, in dit geval een in guerrillastijl opgenomen kleine onafhankelijke film. Misschien is deze hekelende pastiche wel het ultieme bewijs van de vitaliteit van de Argentijnse cinema. Want een filmcultuur die zichzelf in vraag durft te stellen of te bespotten, kan alleen maar gezond zijn. Door Luc Joris