FEDERICO FELLINI
...

FEDERICO FELLINI INTEGRALE RETROSPECTIE IN HET FILMMUSEUM, BARON HORTASTRAAT 9 IN BRUSSEL, TOT 30 JUNI. INFO: tel. 02 507 83 70 of www.ledoux.be 'la dolce vita' en 'satyricon' in flagey tot 27 juni. info: tel. 02 641 10 20 of www.flagey.be Er zijn maar weinig mensen van wie de naam een adjectief oplevert dat een geheel eigen betekenis verwerft. Kafka geeft kafkaiaans. Fellini geeft fellinesk of felliniaans. Het laatste staat voor de verbeelding in overdrive, de droom als realiteit en de werkelijkheid als delirium. Het verwijst naar een universum of toestand die zich door adjectieven als bont, ironisch, vulgair, geil, exuberant, extravagant, clownesk, spectaculair, mijmerend, weemoedig, enzovoort laat benaderen, maar tot geen van hen afzonderlijk en ook niet tot alle samen kan worden herleid. Hoewel hij cinema ademde, is met cinema niet alles gezegd over de op 20 januari 1920 geboren Italiaanse filmlegende. Federico Fellini verkoos het gezelschap van Burt Reynolds en Jackie Kennedy in Hollywood boven de broedende hersenen van Pier Paolo Pasolini, wiens talent hij maar niks vond. Maar liefst vier keer won hij de oscar voor de beste buitenlandse film ( La Strada in 1956, Le Notti di Cabiria in 1957, 8 1/2 in 1963 and Amarcord in 1974), hij experimenteerde met LSD en bewonderde Carlos Castaneda, de cultschrijver van sjamanisme en hallucinogenen. De Italiaanse regisseur kon zich onzichtbaar vinden in de hybride seksuele wereld van Petronius' Satyricon, maar kon ook hautain gewoon zichzelf spelen in Paul Mazursky's psychedelische Alex in Wonderland. Fellini was een renaissancemeester, een omnivalent visueel kunstenaar, die een thuis vond in tal van kunsten en knepen, in het meest diverse volksspektakel, in de vaudeville en het circus, in het poppenspel en de farce, in de karikatuur en de strip. Maar ook in de psychoanalyse, in de onophoudelijke zelfanalyse, in het narcisme én in de zelfspot. Vier decennia lang deed de immer doedelende goochelaar van zinnen de Europese cinema spinnen, en gaf die sommigen van zijn grootste sterren: Giulietta Masina, zijn muze; Marcello Mastroianni, zijn alter ego; Anita Ekberg, zijn seksuele droombeeld. Nooit ging Fellini de confrontatie uit de weg, al was zijn politiek er één van magie, van fundamentele transformatie van de werkelijkheid. De wereld was er voor hem, en de anderen konden hem gestolen worden. De maker van het magistrale La dolce vita was niet echt opgezet met de lakeien van het op schandaal beluste 'grote publiek', de journalisten. Meer dan de personen zelf, wantrouwde hij in interviews echter zichzelf, 'zelfs al heb ik het gevoel dat journalisten me al 50 jaar dezelfde stupide vragen stellen.' 'El Maestro' haatte het zichzelf te herhalen en maakte de pers vaak wat wijs. Hoewel, hij kon ook nauwelijks zwijgen over het feit dat hij steeds hetzelfde deed. Als kind was hij zwijgzaam, meer met de marionetten in zijn poppentheater bezig dan met de levende marionetten rondom hem. Als volwassen kunstenaar was het hem vooral te doen om de wereld helemaal naar zijn hand te zetten en alle verschil tussen droom en realiteit op te heffen. Of dat nu met dromende losers van personages in het neorealisme was, met flaneurs in een trendy, maar nauwelijks rechtlijnige wereld van schone schijn, of met bonte karikaturen in een volstrekt felliniaans geboetseerde wereld: voor de meester was een regisseur als een demiurg, een master of puppets. Jo Smets Jo Smets