Het eerste seizoen van Fargo was een klein mirakel, want eigenlijk had de tv-serie nooit zo goed mogen zijn als ze toen bleek te zijn. De film van de Coen-broers waarop ze gebaseerd was, had zo'n unieke, persoonlijke toon en uitzicht dat elke vertaling ervan naar het kleine scherm op voorhand gedoemd leek. Maar de makers van Fargo, de serie slaagden erin iets te produceren dat herkenbaar dicht bij de film bleef en tegelijk helemaal op zichzelf kon staan, een soort verre neef van de film met enkele genetisch bepaalde trekjes, maar een heel eigen karakter. Bovendien pasten alle puzzelstuk...

Het eerste seizoen van Fargo was een klein mirakel, want eigenlijk had de tv-serie nooit zo goed mogen zijn als ze toen bleek te zijn. De film van de Coen-broers waarop ze gebaseerd was, had zo'n unieke, persoonlijke toon en uitzicht dat elke vertaling ervan naar het kleine scherm op voorhand gedoemd leek. Maar de makers van Fargo, de serie slaagden erin iets te produceren dat herkenbaar dicht bij de film bleef en tegelijk helemaal op zichzelf kon staan, een soort verre neef van de film met enkele genetisch bepaalde trekjes, maar een heel eigen karakter. Bovendien pasten alle puzzelstukjes - de personages, de sfeer, de look - zo mooi in elkaar dat Fargo een van de beste tv-series van 2014 was. Het tweede kleine mirakel is dat de opvolger eigenlijk nog stukken beter uitvalt dan het eerste seizoen - althans, als ik mag afgaan op de eerste vier afleveringen die ik al te zien kreeg. Net zoals bij True Detective is het tweede seizoen van Fargo geen echte sequel op het eerste, maar vertelt het een heel nieuw verhaal, met andere personages en een andere setting. Of toch bijna, want eigenlijk is het een soort prequel, waarin een jonge Lou Solverson (in het eerste seizoen een gepensioneerde agent gespeeld door Keith Carradine) eind jaren 70 een zaak moet oplossen rond een drievoudige moord in een wegrestaurant. Het lijkt eerst een verkeerd gelopen roofoverval, maar al snel blijkt het bloedbad veel groter, met vertakkingen naar de ondergrondse misdaadwereld van Minnesota, maar ook naar een heel gewoon lokaal koppel dat op een speciale manier in de zaak betrokken is geraakt. Het concept is ook het enige wat Fargo nog gemeen heeft met True Detective, want voor de rest is dit tweede seizoen alles wat dat van de HBO-serie niet was: meeslepend, grappig, onmiddellijk raak en steeds gelaagder en diepzinniger naarmate de afleveringen vorderen. Alles klopt ook, tot in de kleinste details: de personages zijn perfect gecast (met onder meer Kirsten Dunst als een gewone huisvrouw die door een foute keuze steeds verder afglijdt in de leugens), de dialogen zijn puntscherp geslepen en visueel zit je van bij de eerste seconde in de jaren 70. Zelfs het occasionele gebruik van splitscreens doet denken aan series uit de seventies als Starsky & Hutch. Thematisch en inhoudelijk bevindt dit tweede seizoen van Fargo zich op het kruispunt van Justified en Breaking Bad en eigenlijk kan het ook zonder blozen naast die twee titels staan. In ieder geval wist de serie hiermee alle herinneringen aan de oorspronkelijke film uit. Ik heb al vaker geklaagd dat er de laatste tijd geen reeks meer uitgekomen is die dezelfde aantrekkingskracht heeft als de grote titels uit de afgelopen jaren - The Sopranos, Mad Men, The Wire, etcetera - maar als ik ergens mijn geld op zou moeten inzetten, dan wordt het op basis van deze eerste vier afleveringen Fargo. FARGO - SEIZOEN 2 ***** Te zien op Netflix, elke dinsdag komt een nieuwe aflevering online STEFAAN WERBROUCK