Toeval bestaat niet. In december vorig jaar stond ik in de Lanxess Arena in Keulen nog als bewonderende toeschouwer naar Paul McCartney te kijken, twee maanden later mag ik hem in levenden lijve ontmoeten en spreekt hij mij aan met 'Joost'. Het gekke is: in Keulen heb ik me nog staan bedenken dat ik wellicht nooit dichter bij een Beatle zou geraken dan de twintig meter die me toen van het podium scheidden. Ik had via een obscure website namelijk tickets op de kop getikt voor de soundcheck. Normaal gezien betaal je daar makkelijk enkele duizenden euro's voor, maar ik had ze voor een iets zachtere prijs kunnen kopen. Met hooguit een man of dertig naar Sir Paul kunnen kijken terwijl hij een uur lang zowat al mijn favoriete nummers uit zijn eerste twee soloplaten speelde: mooier kon het niet worden, dacht ik toen.
...

Toeval bestaat niet. In december vorig jaar stond ik in de Lanxess Arena in Keulen nog als bewonderende toeschouwer naar Paul McCartney te kijken, twee maanden later mag ik hem in levenden lijve ontmoeten en spreekt hij mij aan met 'Joost'. Het gekke is: in Keulen heb ik me nog staan bedenken dat ik wellicht nooit dichter bij een Beatle zou geraken dan de twintig meter die me toen van het podium scheidden. Ik had via een obscure website namelijk tickets op de kop getikt voor de soundcheck. Normaal gezien betaal je daar makkelijk enkele duizenden euro's voor, maar ik had ze voor een iets zachtere prijs kunnen kopen. Met hooguit een man of dertig naar Sir Paul kunnen kijken terwijl hij een uur lang zowat al mijn favoriete nummers uit zijn eerste twee soloplaten speelde: mooier kon het niet worden, dacht ik toen. Eigenlijk heb ik maar één keer eerder aan zo'n folie toegegeven: toen ik twee jaar geleden heb overnacht in het Amsterdamse Hiltonhotel waar John Lennon en Yoko Ono in '69 hun bed-in hielden. Ik was daar toevallig en de kamer bleek vrij: de keuze was snel gemaakt. In de kamer stond een replica van één van Johns gitaren - een hele slechte replica trouwens - en daar heb ik die nacht nog een song op geschreven. Helaas bleek er de volgende ochtend niets op mijn recorder te staan. Plaats van afspraak is The Hempel, een chiquer-dan-chique hotel in west-Londen waar een drukte van jewelste heerst. Zowat de hele wereldpers is er neergestreken en het gaat er in de lobby chaotisch toe. Zo chaotisch dat niemand mij komt vragen wat ik hier kom doen, en ik zelf ook geen enkele verantwoordelijke vind die mij kan zeggen waar ik moet zijn. Alleen een journaliste van NRC Handelsblad komt me vragen waarvan ze me ook weer herkent. Uiteindelijk loop ik zelf de zaal binnen die er mij het meest waarschijnlijk uitziet. En dan gebeurt het dus: Paul McCartney - van alle muzikanten ter wereld diegene die me als artiest het meest beïnvloed heeft, mijn jeugdheld kortom - loopt uiterst ontspannen de zaal in. Een Magisch Moment. Ik had wel een sympathieke gozer verwacht, maar dan op een berekende, ingestudeerde manier. Maar McCartney komt heel aimabel en oprecht over. Hij legt omstandig uit waar het hem met Kisses on the Bottom om te doen is: een ode brengen aan de muziek uit de jaren 30 en 40 die hij thuis met de paplepel heeft meegekregen. Naast twee eigen composities staan er op Kisses on the Bottom tien covers van jazz- en variéténummers uit het Hollywood van voor de Tweede Wereldoorlog. Kisses On The Bottom is pas zijn eerste plaat sinds Memory Almost Full uit 2007, maar naar eigen zeggen loopt hij al veel langer met dit idee rond. Al ten tijde van de Beatles, zo blijkt, maar telkens werden zijn plannen doorkruist. Eerst was er Ringo die iets soortgelijks deed met Sentimental Journey, dan zijn gewezen schrijfmakker John Lennon met Rock 'n' Roll en recent nog Rod Stewart met zijn Great American Songbook-reeks. Grappig hoe hij vooral op Rod Stewart blijft doorgaan: het is duidelijk dat Sir Paul het niet prettig vindt om door Sir Rod te zijn voorbijgestoken. Ik vraag McCartney naar Jim Mac's Jazz Band, de jazzgroep waarin zijn vader piano speelde en waardoor hij dat oude repertoire heeft leren kennen. Mooi om te zien hoe hij meteen warme herinneringen ophaalt aan de tijd dat hij van school thuiskwam en zich neervlijde op het tapijt om te luisteren naar zijn vader die op de piano precies de nummers speelde die vandaag op zijn nieuwe plaat staan. It's Only A Paper Moon was zelfs het favoriete liedje van vader McCartney. En terwijl hij er nog snel even bij vertelt dat zijn dochter Mary voor het artwork instond en hij op de plaat ook de hulp heeft gekregen van Diana Krall - zeg maar: mevrouw Elvis Costello - voel ik plots de onweerstaanbare drang om een compliment te geven. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik hier straks buiten wandel zonder hem te laten weten hoe straf ik hem vind en - vooral - hoe straf ik hem blijf vinden. Ik zeg hem dat ik dankbaar ben voor twee recente songs die wat mij betreft bij de beste nummers van de laatste jaren horen: (I Want To) Come Home, het nummer dat hij schreef voor de soundtrack van Everybody's Fine met Robert De Niro, en My Valentine, een van de twee eigen composities op zijn nieuwe plaat. Daar is hij zichtbaar door gecharmeerd, hij vindt het alleszins 'very kind' van me. Maar dan zit de tijd er onherroepelijk op. Hij zegt 'Thank you, Joost' en staat op. 'Thank you, Joost': die drie woorden kan ik nog net registreren met de recorder die ik heb meegebracht en ik overweeg even om ze op de een of andere manier in mijn volgende plaat te integreren. Misschien wel door ze naar aloude Beatlestraditie ergens te verstoppen als een achterstevoren afgespeelde loop. Maar terwijl ik daarover wegdroom, wandelt Paul McCartney al naar de uitgang, waar hij zowat wordt besprongen door een vrouw met een fotocamera. Hoewel er absoluut geen foto's genomen mogen worden, blijft de vrouw aandringen. Er komt nog een tweede gegadigde, en een derde. Paul McCartney vindt het zichtbaar onaangenaam, maar blijft vriendelijk lachen. Seconden lang grijpt niemand van zijn entourage in en staat Paul er een beetje onbeholpen bij - net Goofy uit de Walt Disneycartoons. Een beetje onwennig richting uitgang schuifelend: zo verdwijnt Paul McCartney weer uit mijn leven. Zelf wandel ik - nee: zwééf ik - met een smile van oor tot oor naar buiten. Ik bel zowat mijn hele vriendenkring op - 'Ik heb Paul McCartney ontmoet!' - en ik besluit na te genieten met een wandeling door de Londense binnenstad. Nu ken ik Londen vrij goed, maar desondanks slaag ik erin om op minder dan een uur tijd twee keer verloren te lopen in dezelfde straat. Net wanneer ik na lang zoeken weer aan het hotel arriveer, word ik zowat uit mijn schoenen gereden door een taxi die de populaire jazzpianist Jamie Cullum komt afzetten, meteen gevolgd door een tros gillende tieners. Dat geloof je toch niet: mijn dagdroom wordt brutaal verstoord door fucking Jamie Cullum. Hoepel op, man! KISSES ON THE BOTTOM Op 7/2 uit bij Hear Music. DOOR JOOST ZWEEGERS