Dat Disney inspiratie haalde uit de vaudeville, de musichall, het klassieke Amerikaanse avonturenverhaal à la Twain en Dickens, de films van Chaplin, Keaton en de cinematografie tout court is bekend. Een van de beroemdste voorbeelden op dat gebied is Mickey Mouse, vaak gezien als een kruising tussen Charlie Chaplin, Douglas Fairbanks en Fred Astaire. Voor het gezicht van de koningin/heks in Snow White and the Seven Dwarfs stond dan weer steractrice Joan Crawford model.
...

Dat Disney inspiratie haalde uit de vaudeville, de musichall, het klassieke Amerikaanse avonturenverhaal à la Twain en Dickens, de films van Chaplin, Keaton en de cinematografie tout court is bekend. Een van de beroemdste voorbeelden op dat gebied is Mickey Mouse, vaak gezien als een kruising tussen Charlie Chaplin, Douglas Fairbanks en Fred Astaire. Voor het gezicht van de koningin/heks in Snow White and the Seven Dwarfs stond dan weer steractrice Joan Crawford model. Maar onder specialisten wordt Walt Disney al langer een Europees in plaats van een Amerikaans instituut genoemd. Niet alleen omdat veertien van de zeventien langspeelfilms die de peetvader van de animatiefilmindustrie tussen 1937 en 1967 realiseerde, gebaseerd zijn op Europese verhalen. Ook de uitbeelding ervan was schatplichtig aan de iconografie van het oude continent. In 1935 - Disney had de animatiefilm toen al gerevolutioneerd met de eerste geluidscartoon, de Mickey Mouse- tekenfilm Steamboat Willie - trok Ome Walt voor elf weken op reis door Europa. De reis werd een echte boekenjacht: hij kocht er meer dan 300. Die collectie - slechts gedeeltelijk bewaard in de Disney-archieven in LA - bevatte heel wat klassieke Europese sprookjes en volksverhalen, van de gebroeders Grimm tot Perrault. Niet alleen die verhalen, maar ook de verluchtende illustraties in de boeken hadden een enorme invloed op de tekeningen en de antropomorfe personages van de studio. Dat Disney, een fan van de knusse Duitse Biedermeierstijl, een scherpe neus voor talent en kwaliteit had, mag blijken uit de namen van de illustrators en cartoonisten, zowat de grootste tekenaars van de 19e eeuw: de Fransmannen Honoré Daumier, J.J. Granville (Swifts Gulliver's Travels) en Gustave Doré; de Brit Arthur Rackham ( Peter Pan inKensington Gardens, Alice'sAdventures in Wonderland) en de Duitsers Ludwig Richter en Heinrich Kley (zijn illustraties uit het satirische tijdschrift Simplizissimus waren bepalend voor Dumbo). Bovendien had de studio in Burbank ook enkele naar de VS geëmigreerde Europese topillustrators - de Zwitser Albert Hurter, de Zweed Gustaf Tenggren en de Deen Kay Nielsen - op de loonlijst staan. Hun inbreng, culturele bagage en encyclopedische kennis van de Europese illustratiekunst was bepalend voor de stijl van Pinocchio, Peter Pan en de door art deco en expressionisme beïnvloede fragmenten van Fantasia. Zelfs surrealist Dalí werkte tijdens zijn korte Hollywoodperiode in 1945 met Disney samen: de indertijd onvoltooide maar recent door Roy E. Disney afgewerkte kortfilm Destino. Het is rond die periode - Disney is dan al lang een god van de massacultuur - dat de moderne musea, met het New Yorkse MOMA op kop, de animatiefilm en Disney als waardevolle kunst gaan beschouwen. Later, met de komst van de popart en de Mickey Mouselitho's van Andy Warhol, vindt er ook een omgekeerde wisselwerking plaats. Artiesten als Christian Boltanski, Claes Oldenburg en Christian Lévèque (bekend van een provocerende installatie waarin een neon Mickey Mouse met zijn linkerhand wijst naar het Auschwitzopschrift Arbeit Macht Frei) gaan de Disney-iconografie gebruiken om er vaak een soort spottende commentaar op te geven. Al maakt de tentoonstelling Il était une fois Walt Disney - Aux sources de l'art des studios Disney misschien juist mooi tastbaar dat Disney himself een soort popartkunstenaar avant la lettre was. 'IL éTAIT UNE FOIS WALT DISNEY'TOT 15 januari, GRAND PALAIS, PARIJS. www.rmn.fr/disney De Zweedse illustrator Gustaf Tenggren was sterk beïnvloed door het werk van Arthur Rackham, een andere Disney- favoriet. Tenggren werd door Disney gerekruteerd voor Sneeuwwitje en de tweede langspeelfilm Pinokkio. Zijn voorstudie in aquarel van de blauwe fee voor de adaptatie van Collodi's beroemde Italiaanse boek, is geïnspireerd door de aquarel La Libellule uit 1884 van de Franse schilder Gustave Moreau. De paus van de Franse symbolistische school was gefascineerd door mythologische figuren en hybride wezens en illustreerde van 1879 tot 1885 in opdracht van een rijke amateur de fabels van Jean de la Fontaine, waarvan Disney onder meer De haas en de schildpad adapteerde. Mickey Mouse was niet alleen de 'biggest unpaid film star ever', volgens Hitchcock had Disney ook de beste casting. 'If he doesn't like an actor, he just tears him up', aldus de suspensemeester voor wie de Disney-hondenfictiefilm Benji, The Hunted schuldig genieten was. Naar verluidt verbood Walt Disney Hitchcock om een in Disneyland geplande scène voor het uiteindelijk nooit gerealiseerde The Blind Man te draaien nadat hij Psycho gezien had. Nochtans hadden ze bij Disney wel degelijk voeling met het werk van Hitch. Het profiel van de door Judith Anderson gespeelde angstaanjagende huisvrouw Mrs. Danvers in de gothic thriller Rebecca vind je zo terug in de figuur van Lady Tremaine uit Cinderella (1950). Gustave Doré (1832-1883) was een van Disneys favoriete illustrators, vanwege de mix van het macabere, het komische en het fantastische. Doré bracht een deel van zijn jeugd in Duitsland door, in de buurt van het Zwarte Woud. De sombere, donkere sfeer van het woud inspireerde hem voor zijn illustraties van Edgar Allen Poes The Raven, maar ook voor Dante's La Divina Commedia. Dorés afbeelding Het vagevuur inspireerde de storyboardtekening van Sneeuwwitje, vooral dan voor de vermenselijkte bomen, gebruikt in een van de meest hallucinante scènes van deze klassieker. De Franse schrijver Victor Hugo liep niet hoog op met zijn teken- en schilderwerk, dat hij louter voor zijn plezier maakte. Hoewel het kasteel van Sleeping Beauty (1959), Walts duurste langspeelfilm, geïnspireerd is op de tekeningen van de Franse architect Viollet-le-Duc (hij restaureerde onder meer de Notre-Dame in Parijs) en het beroemde sprookjesslot Neuschwanstein van Ludwig van Beieren, voel je in het decor van Eyvind Earle ook de invloed van de abstract-romantische inkttekening van Hugo, een studie uit 1847 van zijn eigen huis in Parijs. Van Hugo adapteerde de Disneystudio later ook The Hunchback of Notre Dame. Voor Disney, een autodidact die leerde animeren met de hulp van de bewegingsleerstudies van fotograaf Eadweard Muybridge, was film een onuitputtelijke bron van inspiratie. Combineer het fotogram uit Friedrich Wilhelm Murnaus virtuoze, door oogverblindend clair-obscur gekenmerkte Goethe-adaptatie Faust (1926) met het olie op hout-saterwerk van de Duitse symbolistische schilder Franz von Stuck: de gelijkenis met het stierengezicht van de verdoemde Slavische godheid Chernobog uit de Night on the Balt Mountain-sequentie in Fantasia is opvallend. Door de uitgesproken mimiek in de acteerstijl was uiteraard ook de stille film een dankbare bron voor de Disney- animatoren, die er de gezichtsexpressies en de motoriek van de personages aan spiegelden. Dit beeld uit Paul Leni's Das Wachsfigurenkabinet (1924), een barokke fantasie uit de Duitse expressionistische school, is bijna letterlijk gekopieerd - inclusief glazen bol - in de gouachestudie voor het The Sorcerer Apprentice-luik uit Fantasia. Dat de kruisbestuiving ook omgekeerd werkte, kan men afleiden uit deze acryl op hout van de sterk door het beeldverhaal en de graffiti beïnvloede Franse figuratieve kunstenaar Robert Combas. De titel Mickey n'est plus la propriété de Walt il appartient à tout le monde vat de status van het figuurtje en de popartpolitiek samen. Het Amerikaanse symbool bij uitstek en het meest gepromote marktproduct van de 20e eeuw is een wereldberoemd populair icoon en massaconsumptieproduct geworden: het perfecte motief voor de popart. Door Luc Joris