Tijd, daar worstel ik al heel mijn leven mee. Vandaar: een zelfportret als wijzerplaat, met een wekker die genadeloos verder tikt. Tijd is iets wat ik altijdal te kort heb gehad, en altijd te kort zal hebben. Aan mijn tekeningen werk ik meestal tot het allerlaatste moment voor de deadline. En ook voor de rest heb ik het gevoel dat alles steeds sneller gaat. Er is zoveel te doen en te beleven tegenwoordig, dat je er gefrustreerd van zou worden. Zeker met wat er allemaal verschijnt aan cd's, films en boeken. En dan te ...

Tijd, daar worstel ik al heel mijn leven mee. Vandaar: een zelfportret als wijzerplaat, met een wekker die genadeloos verder tikt. Tijd is iets wat ik altijdal te kort heb gehad, en altijd te kort zal hebben. Aan mijn tekeningen werk ik meestal tot het allerlaatste moment voor de deadline. En ook voor de rest heb ik het gevoel dat alles steeds sneller gaat. Er is zoveel te doen en te beleven tegenwoordig, dat je er gefrustreerd van zou worden. Zeker met wat er allemaal verschijnt aan cd's, films en boeken. En dan te bedenken dat ik al 50 ben! 30 en 40 deden me niets, maar 50 worden vond ik een regelrechte verschrikking. Daar had ik het zo moeilijk mee dat ik het niet eens wilde vieren. Ik als centrum van het universum? Oei, nee. Dat interpreteer je verkeerd. Ik voel me veeleer een stofje in het heelal. Maar een portret ter grootte van een stofje, daar valt weinig uit op te maken, hé? Nee, die sterren en planeten, die verwijzen opnieuw naar de tijd. Naar het reizen met de teletijdmachine, meer bepaald. In Suske & Wiske. Een van de eerste Suske & Wiskes die ik las, De Dolle Musketiers, speelde zich af in 1603. Het was het begin van een grote fascinatie voor tijdreizen, die nadien nooit meer helemaal overging. Volgens de beroemde fysicus Stephen Hawking zouden we theoretisch gezien wel in de tijd kunnen reizen, maar is het praktisch onmogelijk. De lichtsnelheidsbarrière zou doorbroken moeten worden, en dat gaat blijkbaar niet zomaar. Tenzij de quantumtheorie en de wormgaten in de ruimte/tijd voor een oplossing zorgen? Proberen te begrijpen hoe al die dingen in elkaar zitten: dat doe ik steeds liever. Ik ben vooral hoofd, geen lichaam. Meer een denker dan een doener. Ik moet aangepord worden om in actie te komen. Door deadlines. Ook dat zit in dit zelfportret. Naast mijn onmetelijke passie voor strips, natuurlijk. De lange, hoekige, slecht geschoren kin die ik hier heb, is een heel bewuste knipoog naar de Daltons. Toen ik negen was - zo ongeveer de leeftijd van het fotootje hierboven - tekende ik mijn eerste strip. Davy De Cowboy, mijn eigen poging tot Lucky Luke. Meteen wist ik: 'Dit wil ikde rest van mijn leven doen.' Politiek kwam pas veel later. Rond mijn dertigste. Maarvan het wilde Westen naar de Belgische politiek is de stap nu ook weer niet zo groot, toch? Erik Meynen (50) is striptekenaar. Hij werd bekend met zijn politieke strips in Het Laatste Nieuws en P-Magazine. Voor zijn boek De Jaren van Dehaene kreeg hij in 1999 de prestigieuze Bronzen Adhemar. Premier Yves Leterme noemde hem onlangs 'de beste politieke commentator van het land'. Wouter Van Driessche