1 Waarom becommentarieer je in je boek het maken ervan? Zo vermeld je dat je de laatste week voor het indienen van het manuscript nog 12.740 woorden schrapte.
...

1 Waarom becommentarieer je in je boek het maken ervan? Zo vermeld je dat je de laatste week voor het indienen van het manuscript nog 12.740 woorden schrapte. Erik Jan Harmens: Ik had dat als stijloefening bedacht. Ik vond dat grappig en nam me voor het nadien weer weg te halen. Uiteindelijk vond ik het wel passen en liet ik die opmerkingen staan. Veel kans dat de redacteur ze weghaalt, dacht ik, en daarom schreef ik dat er ook letterlijk bij, dat de redacteur ze misschien wel zou verwijderen. Maar die deed dat niet, en daarom staan ze er nog in. (lacht) 2 Wat je redacteur wél weghaalde zijn de honderden verwijzingen naar muziek. Beetje temperen, zei hij. Had hij gelijk? Harmens: Ik had een speellijst met 200 liedjes, waarvan de redacteur er 123 schrapte. Mijn hele leven draait om muziek, van keigoeie songs tot eenvoudige riedeltjes en beltonen. Muziek is het allermooiste wat er is. Tegelijkertijd is het ook een geseling. Ik kan wezenloos genieten van een lied van Schubert, alleen raak ik het nadien niet meer kwijt. Dan ga ik naar bed en blijft het eindeloos in mijn hoofd rondgaan. Het enige wat helpt, is een ander liedje opzetten, zodat die Schubert verdreven wordt, maar dan blijft natuurlijk ook dat liedje weer hangen. Ik ben net een week in een vakantiepark geweest. Iedere ochtend om kwart over negen deed Koos Konijn daar al zingend zijn ronde, een liedje dat vervolgens niet meer uit mijn brein weg te branden was. 3 Toen je niet meer dronk, ging je opeens weer voelen, schrijf je, veel te veel om dragen. Was dat waarom je ooit zo veel begon te drinken, om dat voelen lam te leggen? Harmens: Dat zou je wel kunnen zeggen, ja, en toen ik gestopt was, werd ik overspoeld door prikkels en gevoelens, waardoor ik af en toe tilt sloeg. Ik probeerde die gevoelens te beheersen en slechts mondjesmaat toe te laten, maar dat is natuurlijk niet mogelijk. Uiteindelijk heeft de liefde me gered, denk ik, in de persoon van iemand die 'rustig maar, het komt wel goed' kon zeggen. Dat hele eenvoudige wat liefde uiteindelijk toch is, bleek een immens overweldigende ervaring te zijn. Waar ik nu ben, is niet een soort Walhalla, maar de paniek is wel weg.