De zesdelige docureeks Er was eens werpt een blik op de werking van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel, vooral bekend van zijn Museum voor Natuurwetenschappen, waar onder meer de restanten van dertig iguanodons zijn opgeslagen. De reeks werd aan elkaar gepraat door acteur Bruno Vanden Broecke en bedacht door het jonge productiehuis Diplodokus, eerder al verantwoordelijk voor de Canvasreeksen Slijk en Asfalt.

'De kiem werd gelegd toen mijn broer op vakantie was in Afrika', zegt medebedenker en -regisseur Lennart Stuyck. 'Te midden van de jungle botste hij ineens op een expeditie van het instituut waar het museum aan verbonden is. We hadden er geen flauw benul van dat die zulke expedities deden. Zou tof zijn om die wetenschappers eens te volgen voor een reeks, dachten we al snel.

Heb jij een bijzondere band met het museum?

Lennart Stuyck: Een band zou ik het niet noemen, eerder een soort verwondering. Ik ben er als kind vaak geweest. De dino's herinnert iedereen zich wel, maar ik weet vooral nog dat de laatste Belgische wolf daar opgesteld stond, die volgens de legende door koning Leopold I werd afgeschoten. We zijn op zoek gegaan naar dat dier: het blijkt nu niet meer in het museum maar in de coulissen te staan.

Wat kan de kijker nog zoal opsteken?

Stuyck: Ik heb drie afleveringen geregisseerd, waaronder die over de mens. Ik wist voordien hoegenaamd niet dat de jongste neanderthaler in België werd gevonden, net zoals de oudste Europese homo sapiens. Zo zijn er nog wel verhalen waaruit blijkt dat ons land een interessante plek in de geschiedenis inneemt.

Het museum bestaat zo'n 250 jaar. Waarom brengen jullie het nu pas onder de aandacht?

Stuyck: Het is een erg sfeervolle plaats. Een beetje vervallen, maar dat zorgt net voor extra charme. We weten dat er renovaties gepland zijn, waardoor het een deel van de aantrekkingskracht van weleer zal verliezen. Vandaar dat we deze reeks nu wilde maken.

En vanwaar die curieuze titel, Er was eens?

Stuyck: Enerzijds vanwege het sprookjesachtige, en ook omdat het Instituut alles behandelt wat ooit geleefd heeft. We wilden er ook visueel iets moois van maken. Al moesten we wel opletten dat we niet naar schooltelevisie overhelden. Er waren mogelijkheden genoeg om het interessant te maken zonder het met een belerend toontje te brengen.

Gelukkig maar. Wordt wetenschap op de Vlaamse televisie stiefmoederlijk behandeld?

Stuyck: Ik wil niet negatief klinken, maar ik vind dat er wel meer wetenschap op tv mag komen. Het lichaam van Coppens is een goed programma, maar geen wetenschap pur sang. Het draait eerder om weetjes. Ik mis nog een écht goed wetenschapsprogramma.

Zondag 4/11, 21.00, Canvas