Ellen Allien & Apparat ****

ORCHESTRA OF BUBBLES

BPITCH CONTROL

Voor u zich van alles in het hoofd haalt: op Orchestra of Bubbles gaat de Berlijnse Ellen Allien in al haar experimenteerdrift niét muzikaal aan de slag met intiem speelgoed. 'Apparat' is het alter ego van haar stadsgenoot Sascha Ring, eveneens een goede leerling uit de techno-klas die voortdurend de grenzen van het genre aftast. Om een idee te geven van Rings totale minachting voor conventies: hij werkt al zo'n drie jaar aan een opera (!) met Gianna Nannini, een foute Italiaanse popzangeres die haar gloriedagen in de jaren 80 beleefde. Dat Ring en Allien de handen in elkaar zouden slaan, was slechts een kwestie van tijd. Hun beider honger naar nieuwe impulsen en inzichten is op Orchestra of Bubbles voortdurend hoorbaar. Ze zijn ook geen van beiden vies van een streepje pop: hun dancetracks moeten hout snijden en harten breken. Daartoe exploreren ze hier zowat alles wat tussen clicks-'n-cuts en popmuziek ligt, maar abstracte techno blijft de basis. Dat betekent: donkere, minimale en rauwe klanken, zoals in Turbo Dreams en het door Alliens fluisterstem van extra dreiging voorziene Bubbles; maar ook ruimte voor frivoliteiten, zoals in het speelse, pulserende Jet. Allien en Apparat bouwen naar eigen zeggen hun beats op als Legoblokjes en experimenteren voor de lol, maar houden ook enkele lessen die ze opstaken van Kraftwerk in het achterhoofd. Zoals: 'Zonder opsmuk werkt popmuziek even goed', iets wat Allien demonstreert in het door gitaarsamples aangedreven Way Out, de meest pure popsong op deze plaat. Nog zo'n track met klassieker-potentieel is Do Not Break, een feest van breakbeats en scratching. Floating Points, met zijn wild in het rond stampende baslijn en percussie, vráágt dan weer om tussen My Spine (Is The Bass Line) van Shriekback en Papa's Got A Brand New Pigbag van Pigbag te worden gedraaid op fuiven. Ook Under zal Kraftwerk met trots vervullen: over een monotone, strak in het gelid lopende dreun braken analoge synths krakende, euforische en blubberige geluiden uit.

Sascha Ring is ondertussen niet meer de enige die elektronica ook graag met kamermuziek mag laten clashen, maar zijn eigenzinnige orkestraties geven alle pogingen om strijkers met beats te huwen die we de voorbije jaren te horen kregen, het nakijken. De violen in Leave Me Alone vullen niet louter gaatjes op, ze zijn gecomponeerd . Retina wordt dankzij een cello tot een modern klassiek stuk herleid dat toch niet misstaat op deze electro-plaat. In Metric worden krachtige, afgemeten uithalende violen zelfs in een dubby kader geplaatst, iets wat enkel DAAU het Duitse duo al voordeed. Nauwelijks enkele weken na Silent Shout van The Knife alweer een technoplaat waar we steil van achterovervallen: zou het genre dan toch nog toekomst hebben?

Peter Van Dyck