Je kunt maar hopen dat ze gekeken hebben, de voormalige klasgenoten van Stijn. De pesters en de meelopers, de aanstokers en de zwijgers. Om te zien wat het doet met een jongen van zestien als de klas op de speelplaats een nummer opdraagt aan hem en dan vooral aan zijn oren. Welk liedje dat was, wilde Xavier Taveirne weten. Hij zat met Stijn in de wagen op weg naar zee. ' Vlieg met me mee', antwoordde Stijn. Zijn klasgenoten vonden dat hij flaporen had. Ze vonden ook dat ze hem dat duidelijk moesten maken. Ze vonden het waarschijnlijk hilarisch om hem emotioneel te kraken. Nog steeds heeft Stijn het moeilijk om mensen te vertrouwen.

Taveirne geeft in Eenzaam mensen de ruimte om hun verhaal te vertellen, zonder hen te overweldigen met zelfhulptips.

Het was een rode draad doorheen de verhalen in Eenzaam. Drie van de vier jonge mensen die Taveirne ontmoette, waren ooit gepest. Omdat ze anders waren, geen deel uitmaakten van de groep of omdat hun huidskleur bruiner was dan gemiddeld in hun dorpsschooltje werd aanvaard. Pesten slaat wonden in het hart en het hoofd van mensen. Het haalt hen onderuit, waarna het soms een leven lang kost om overeind te krabbelen. 'Ik ben normaler moeten worden', vatte Barend het samen. Zo is de wereld. Een mens moet zich aanpassen om gezien en gehoord te worden.

Met Taveirne stond hij voor de gesloten poort van zijn vroegere middelbare school. Hij vertelde hoe hij de eerste jaren alleen maar zweeg. Hij zei niets. Tegen niemand. Tijdens de speeltijd wachtte hij vaak aan de deur van het klaslokaal tot de lessen weer begonnen. Hij haalde de schouders op. 'Zo zielig was het, eigenlijk.' Blijkbaar voelde niemand zich geroepen aan Barend te vragen hoe het met hem ging. Uit angst dat zijn uitsluiting hen zou besmetten, vermoed ik. Zo werkt het op speelplaatsen. Wie uit de toon valt, wordt gemeden, omdat iedereen er zo graag bij wil horen.

Barend heeft asperger. Ik vermoed dat die diagnose hem ook geholpen heeft zijn gebrek aan sociale vaardigheden te begrijpen. Sindsdien traint hij zich in sociale contacten. Het is niet zo moeilijk, legt hij aan Taveirne uit, een kwestie van kijken en nabootsen.

Vijftig procent van de mensen voelt zich eenzaam, meldde Taveirne. Bij jongeren loopt dat op tot tachtig procent. Dat leek me een hallucinant hoog percentage, en er werd niet onmiddellijk veel duiding gegeven over waar het vandaan kwam. Maar los van de cijfers is het duidelijk dat veel jongeren worstelen met de wereld om zich heen. Dat is altijd zo geweest. Alleen hing die wereld niet vol virtuele spiegels van perfecte levens. 'Sociale media verergeren het', zei Stijn. Hij dacht er soms over zich los te koppelen, maar de angst om helemaal niemand meer te horen hield hem tegen. Op Facebook had hij tenminste nog het gevoel dat hij mensen om zich heen had, ook al maakte wat hij zag of las hem zelden gelukkig. Het was een gordiaanse knoop rond zijn eenzaamheid. 'Ik sta er altijd maar wat bij', zei hij.

Voor Anouck kwam de eenzaamheid dan weer met de dood van haar vader. Ze was elf en kreeg een moeder en twee broers om voor te zorgen. Zeven jaar later studeert ze in Leuven, zorgt ze nog steeds voor haar familie en heeft ze geen tijd om zichzelf te zijn. Haar kinderjaren vlogen voorbij zonder dat ze kind kon zijn. Geen wonder dat de afstand met leeftijdsgenoten onoverbrugbaar lijkt.

Als eenzaamheid een ziekte is, zoals psychologen weleens beweren, dan toch vooral een van de tijd en van de maatschappij. In alle drukte verdwijnt het vermogen om te kijken en te luisteren. Het is dat wat Taveirne doet. Hij geeft mensen de ruimte om hun verhaal te vertellen. Zonder hen te overweldigen met zelfhulptips om het beter en anders te doen. Daarvan hebben we er meer dan genoeg.

*** Woensdag 20/11, Canvas, 21.20