GEZIEN OP ANTON COTTELEER, HET SURROGAAT, GALERIE MARION DE CANNIÈRE, ANTWERPEN, TOT 31/5.
...

GEZIEN OP ANTON COTTELEER, HET SURROGAAT, GALERIE MARION DE CANNIÈRE, ANTWERPEN, TOT 31/5. Aan de oorsprong van dit beeldhouwwerk ligt een pornomeisje. Op een of andere website kroop ze op handen en knieën over het strand. Nu,een paar maanden later, staat ze op een tafel in een Antwerpse galerie. Lang uitweiden over de dame doet Anton Cotteleer (°1974) trouwens niet. Ze was per toeval zijn model, al is iets van haar werk ontegensprekelijk aan het beeld blijven kleven. Haar hoofd is vervangen door een gescalpeerde, krullerige bol en van haar handen en voeten hield ze ook nauwelijks iets over. Maar weelderige, krommende lijnen heeft ze wel. Op haar rug staat een kat, die als een soort echo van lenigheid fungeert. De tafel en de deken zijn objecten die steeds terugkomen in het oeuvre van de Antwerpenaar. Wat vrouwen en katten betreft, is Cotteleer evenmin aan zijn proefstuk toe. Hij levert ze wel meer in curieuze, weinig voor de hand liggende versies. Zo produceerde hij ooit een vrouwensculptuur met een windhond als been, en schiep hij weleens een kat die stond te blazen op een afdakje. Dit beige beeldhouwwerk werd gemaakt van acrylhars en kreeg een zachte, viltachtige bekleding. De saaie kleur en de rafelige naden zijn bewust: glad en elegant is een beeld van Cotteleer zelden. Anton Cotteleer is een kunstenaar die helemaal opleeft zodra je het begrip slechte smaak laat vallen. Alles wat naar oude dekens en beschimmelde blootblaadjes ruikt, is voer voor zijn geest. Artistieke fouten - schreeuwerige kleuren, sculpturale stijfheid, ruitmotiefjes, haar - zijn koren op zijn beeldhouwersmolen. Cotteleers wereld is stoffig en muf. Stoelen en tafels die hun beste tijd hebben gehad, worden gemixt met een seksueel beeldenarsenaal. Benen, achterwerken en fallussen vinden hun weg naar rusthuismeubilair en vieze harige substanties. De output van dat alles is een licht obscene, ietwat huiveringwekkende vormentaal die we erg kunnen smaken om de haast onbegrensde verbeelding. Alles is mogelijk in het Kalmthoutse atelier van Cotteleer, behalve voorspelbaarheid en humorloze kunst. Op de expo bij Galerie Marion De Cannière zijn een handvol vreemde beeldhouwwerken te zien. Een paar ziekenhuisgroene benen dat eindigt in een rond achterwerk klimt er op een tafeltje uit de jaren zestig, een kanariegele romp hangt ondersteboven aan de muur. Op het beige meisje na kregen alle sculpturen in het zaaltje opvallende kleuren mee: oranje, grasgroen, geel en een kille munttint die doet denken aan operatiekamers en schorten van de kuisploeg. Kleur blijft nog altijd een tikkeltje problematisch in de hedendaagse scene. Kleur is frivool, en dat wordt niet als vanzelf geaccepteerd. Maar artistieke vrijheid is een deugdelijk goed en daar kan een slechte of dwarse smaak veel bij helpen. En een mooi rond achterwerk ook natuurlijk, als het maar stoffig, behaard of in een passende kotskleur geschilderd is. ELS FIERS