Sloten champagne, ellenlange rijen groupies, schalen vol met de hand geselecteerde blauwe M&M's... In onze dromen ziet het leven van een muzikant er aanlokkelijk uit. De werkelijkheid is bedroevender: terwijl ik pruts aan de instellingen van mijn smartphone om het achtergrondgeluid zo veel mogelijk uit het gesprek te filteren - we zitten op een Brussels terras te genieten van de eerste zon - valt Julia Holter pardoes in slaap. Haar donkere zonnebril zakt wat naar beneden en onthult zo mogelijk nog donkerdere wallen. Wanneer ik de metalen poten van mijn stoeltje over de kasseien laat schrapen, schrikt ze wakker: 'Sorry, jetlag, ze vliegen me kriskras de wereld rond op deze promotour. Had je al een vraag gesteld?'
...

Sloten champagne, ellenlange rijen groupies, schalen vol met de hand geselecteerde blauwe M&M's... In onze dromen ziet het leven van een muzikant er aanlokkelijk uit. De werkelijkheid is bedroevender: terwijl ik pruts aan de instellingen van mijn smartphone om het achtergrondgeluid zo veel mogelijk uit het gesprek te filteren - we zitten op een Brussels terras te genieten van de eerste zon - valt Julia Holter pardoes in slaap. Haar donkere zonnebril zakt wat naar beneden en onthult zo mogelijk nog donkerdere wallen. Wanneer ik de metalen poten van mijn stoeltje over de kasseien laat schrapen, schrikt ze wakker: 'Sorry, jetlag, ze vliegen me kriskras de wereld rond op deze promotour. Had je al een vraag gesteld?' JULIA HOLTER: Om eerlijk te zijn: zoveel Griekse mythes heb ik toen ook niet gelezen, maar vormelijk heb ik me wel op de tragedie gebaseerd. Hoewel je het achteraf niet meer opmerkt, begin ik meestal met een referentiekader, een algemeen idee waarover de nieuwe plaat zal gaan. Dat én een beslissende song. Voor Loud City Song begon alles met Maxim's 1, een nummer dat losjes geïnspireerd is op het boek Gigi van de Franse schrijfster Colette. Van die roman werden later een musical en een film gemaakt. In een bepaalde scène stapt Gigi een chic restaurant in Parijs binnen en meteen barst er bij de andere klanten allerlei geroddel los. Dat kletterende geluid wou ik vatten in Maxim's 1 en toen ik het herbeluisterde, wist ik dat er meer in zat, dat ik het nummer zou moeten omringen met een album. HOLTER: Niet zoveel als ik zou willen. Vroeger was ik een grote adept van Virginia Woolf, maar voor dit album heb ik Frank O'Hara verslonden, vooral zijn gedichten dan. O'Hara schrijft veel over de stad, over urbane vervreemding en over de zoektocht naar liefde tussen al dat beton. Dat wou ik ook in Loud City Song. O'Hara's gedichten lezen bijna als field recordings van een stad. Zoiets is bijzonder dankbaar voor een artieste. HOLTER: Ja, met dit album zeker. In Horns Surrounding Me bijvoorbeeld is dat de man van Gigi die door paparazzi wordt achtervolgd. Alleen heb ik er instrumenten van gemaakt. Natuurlijk sijpelen ook mijn eigen kleine drama's de nummers binnen, maar het persoonlijke haalt nooit de overhand. Ik ben nog maar achtentwintig, zo razend interessant is mijn leven nog niet geweest. HOLTER: Het is ook wel een speciaal nummer. Ik heb het ook het laatst geschreven. Het album was af, maar ik wist dat er nog één song op moest, een soort introductie tot de rest. Lange tijd dacht ik dat Maxim's 1 de perfecte opener was, maar World is zoveel beter. Het neemt je bij de hand en trekt je zo het album binnen. Dat hoop ik tenminste. HOLTER: Het was fantastisch! Loud City Song kwam zo makkelijk tot stand. Van het hele album had ik al een demoversie, die ik thuis had gemaakt, maar pas toen de livemuzikanten erbij kwamen, bloeide alles echt open. Het resultaat is wel een kruisbestuiving tussen live en elektronisch. Aan jou om uit te maken of een saxofoongeluid op mijn plaat uit de synthesizer of uit de studio komt. HOLTER: Wel, naast de demo die ze konden beluisteren, had ik het hele album ook uitgeschreven. En dan sla je aan het praten, probeer je uit te leggen welk gevoel je er precies in wilt leggen. Zo'n professioneel ensemble heeft wel hopen ervaring, dus ze vatten je snel. Deze keer neem ik een saxofonist en een violiste mee. Mijn vorige album, Ekstasis, heb ik een paar keer live uitgevoerd, met een cellist en een drummer, maar dat was sporadisch. Nu ik eraan denk: we moeten wel dringend eens afspreken om te repeteren. HOLTER: Neen, ik haat reizen. Maar ik mag zeker niet klagen. Ik krijg de kans om van mijn muziek te leven en ben dankbaar dat zoveel mensen me steunen. Toch is het lastig. Het publiek denkt dat muzikanten een luizenleventje hebben: uitslapen, rondhangen, wachten op inspiratie, een liedje ineen flansen en - hop - geld binnenrijven. Maar het is hard werk en het vreet aan je gezondheid. Op tour is alles ook zo vluchtig. Standvastigheid is het laatste wat je dan mag verwachten. Dus ja, ik heb veel heimwee naar mijn thuis. Pas op, eenmaal op het podium, wanneer al het vliegen en het wachten voorbij is, ben ik helemaal in mijn element. Optreden zie ik ook als een aparte kunstvorm: het is niet zo dat ik de songs gewoon naspeel, ik probeer ze opnieuw te interpreteren en aan te passen, zodat ze live beter tot hun recht komen. Als dat lukt, als je die zone bereikt, kan optreden een heel gelukzalig gevoel teweegbrengen. Dan valt alle reisstress van me af. HOLTER: Dat lukt prima hoor. Ik heb een soort natuurlijke muur in mijn hoofd, zodat ik andermans muziek niet ga uitpluizen. Eigenlijk luister ik ook niet zoveel naar muziek, misschien omdat ik er zelf de ganse dag mee bezig ben. Ik ben zelden jaloers op andere artiesten, omdat ik besef hoeveel werk die ene geniale plaat hen heeft gekost en dat ze het resultaat hebben verdiend. Mijn jaloezie is banaler: iemand met prachtig haar of een gave huid, dáár kan ik me in opjagen. Kleinmenselijk, zo zijn muzikanten ook. LOUD CITY SONGNu uit bij Domino. DOOR RODERIK SIX'IK BEN ZELDEN JALOERS OP ANDERE ARTIESTEN, OMDAT IK BESEF HOEVEEL WERK DIE ENE GENIALE PLAAT HEN HEEFT GEKOST.'