Het adagium dat films niet gemaakt maar opnieuw gemaakt worden, is wel heel toepasselijk op The Four Feathers. Het werk is intussen al aan zijn zevende versie toe. Pauline Kael noemde de oorspronkelijke roman van A.E.W.Mason een 'kitschklassieker van Britse koloniale bravoure.' De held is een jonge officier uit het leger van koningin Victoria. Aan de vooravond van zijn verscheping naar de oorlog in Soedan in de jaren 1890 krabbelt hij terug zodat hij voortaan als broekschijter door het gefnuikte leven gaat. Zowel zijn kameraden, zijn verloofde als zijn vader verstoten hem en a...

Het adagium dat films niet gemaakt maar opnieuw gemaakt worden, is wel heel toepasselijk op The Four Feathers. Het werk is intussen al aan zijn zevende versie toe. Pauline Kael noemde de oorspronkelijke roman van A.E.W.Mason een 'kitschklassieker van Britse koloniale bravoure.' De held is een jonge officier uit het leger van koningin Victoria. Aan de vooravond van zijn verscheping naar de oorlog in Soedan in de jaren 1890 krabbelt hij terug zodat hij voortaan als broekschijter door het gefnuikte leven gaat. Zowel zijn kameraden, zijn verloofde als zijn vader verstoten hem en als teken van zijn lafheid krijgt hij vier witte pluimen bezorgd. Natuurlijk herpakt hij zich. Vermomd als Arabier trekt hij naar het slagveld, alwaar hij zich ontpopt tot de dapperste der dapperen. Hij doorstaat vele beproevingen in de verzengende woestijn, redt het hachje van zijn beste vriend en wint het hart terug van zijn 'sweetheart'. De wervelende mix van actie, heroïek en romantiek was gesneden koek voor de verheven sentimenten uit de stille cinema en leidde al in 1915 tot een eerste filmbewerking. Zes jaar later werd het boek al een tweede keer op het grote scherm gebracht en in 1929, in volle overgang naar de geluidsfilm, kwam er een derde zwijgende versie (waar later muziek en geluidseffecten aan toegevoegd werden) waar liefst drie regisseurs aan te pas kwamen: Ernest B.Schoedsack en Merian C.Cooper (het duo dat enkele jaren nadien King Kong zou maken) en Lothar Mendes. In 1939 kwamen de Korda-broers (producer Alexander en regisseur Zoltan) met hun intussen klassiek geworden versie op de proppen waarin de strijdtaferelen en de vroege Technicolor-fotografie furore maakten en waarin de acteurs er aardig een schepje bovenop deden. Wat Graham Greene de opmerking ontlokte: 'even the richest of the ham goes smoothly down, savoured with humour and satire'. De onvermijdelijke Cinemascope-remake uit 1956 heette Storm over the Nile en werd vervaardigd door de latere James Bond-regisseur Terence Young. In 1977 maakte Don Sharp een botte bewerking voor televisie, met Beau Bridges in de hoofdrol. De nieuwste remake van Shekhar Kapur ( Bandit Queen, Elizabeth) was al bijna ingeblikt toen elf september eraan kwam, maar komt door postproductieproblemen nu pas in de bioscoop. Natuurlijk krijgt het verhaal van jonge mannen die gezwind hun levens opofferen om mohammedaanse fanatici te bestrijden een totaal andere bijklank nu Amerika (én het gretige Albion) klaar staat om opnieuw zijn zonen naar een Arabisch slagveld te sturen. En behalve echo's naar Irak zijn ook de ongewilde verwijzingen naar Afghanistan niet van de lucht. De film werd grotendeels op locatie gedraaid in de Marokkaanse woestijn, maar de landschappen en de mensen die erin rondlopen doen onvermijdelijk denken aan het rijk van de Taliban. En als Australisch bakvisidool Heath Ledger undercover gaat, zijn haar laat groeien en een valse baard opgeplakt krijgt, lijkt hij onwezenlijk op de verloren zoon aan wie Amerika zeker nu niet herinnerd wil worden: de 'Amerikaanse Taliban' John Walker Lindh. Patrick Duynslaegher