Dat de Deense cinema en tv goed boeren, zowel qua publiek als prestige, kun je niet alleen op het conto van Thomas Vinterberg, de Dogme 95-beweging of de onvermijdelijke Lars von Trier schrijven. Daarvoor zijn er, in de slipstream van die roergangers, voor en achter de camera te veel andere talenten opgestaan. Een van de meest prominente daarvan is Tobias Lindholm. De nog altijd maar 38-jarige Deen was coscenarist van Borgen en trok de slabakkende carrière van Festen-wonderkind Thomas Vinterberg mee uit het slop met doorleefde scenario's voor diens recentste Deense films - Submarino (2010), Jagten (2012) en Kollektivet (2016).
...

Dat de Deense cinema en tv goed boeren, zowel qua publiek als prestige, kun je niet alleen op het conto van Thomas Vinterberg, de Dogme 95-beweging of de onvermijdelijke Lars von Trier schrijven. Daarvoor zijn er, in de slipstream van die roergangers, voor en achter de camera te veel andere talenten opgestaan. Een van de meest prominente daarvan is Tobias Lindholm. De nog altijd maar 38-jarige Deen was coscenarist van Borgen en trok de slabakkende carrière van Festen-wonderkind Thomas Vinterberg mee uit het slop met doorleefde scenario's voor diens recentste Deense films - Submarino (2010), Jagten (2012) en Kollektivet (2016). En Lindholm laat zich ook als regisseur opmerken. De eerste keer met Kapringen (2012), een strakke thriller over een Deens vrachtschip en zijn bemanning die overmeesterd worden door Somalische piraten. En nu opnieuw met Krigen, een pakkend portret van Deense soldaten in Afghanistan. Wanneer ze bij een vuurgevecht luchtsteun vragen, vallen er onschuldige slachtoffers. Weer thuis moeten ze voor de rechter verantwoording afleggen. 'Toen ik in 2007 aan de filmschool afstudeerde, wist ik: ooit maak ik een film over de Deense aanwezigheid in Afghanistan', zegt Lindholm, die met Krigen meedong naar de Oscar voor beste niet-Engelstalige film, maar het moest afleggen tegen Holocaustdrama Son of Saul. 'Afghanistan is hét verhaal dat mijn generatie heeft getekend. Plots werden wij de eerste professionele Deense soldaten, en iedereen moest daar een mening over hebben. Was het gerechtvaardigd in een vreemd land de wapens op te nemen in de strijd tegen terreur? Of was dat een onverantwoorde beslissing, die zowel Deense als Afghaanse mensenlevens op het spel zette? De debatten waren heel fel en zijn dat tien jaar later nog steeds.' TOBIAS LINDHOLM: Ik moest eerst als scenarist en regisseur ervaring opdoen, omdat het zware materie is. En ik had geen zin in de zoveelste oorlogsfilm over de war on terror, in een Deense versie van The Hurt Locker of American Sniper. In 2012 las ik een artikel over een Deense officier die zei dat hij niet bang was om in Afghanistan te sterven, maar wel om in zijn thuisland vervolgd te worden. Dat was mijn ingang. Mijn film gaat over burgerschap en de morele grijszones daarvan. Niet over spectaculaire actie of heroïek. Tegen de Hollywoodmachine kun je toch niet op. LINDHOLM: Nee, maar wel door feiten geïnspireerd. Ik heb met veteranen gepraat, met de procureur van het Deense leger. Jacob Frølund, een van de echte militairen die in de film meespelen, kwam ik tegen op een huwelijksfeest, waar hij me straffe verhalen vertelde over zijn ervaringen op de Balkan. Uiteindelijk werden die militairen stuk voor stuk mijn coscenaristen: samen met hen heb ik naar een dilemma gezocht waarin alle partijen ergens wel gelijk hebben, dat je als idealisme kunt uitleggen maar evengoed als cynisme, waardoor het aan de kijker is om een oordeel te vellen. LINDHOLM: Ik weet het nog altijd niet. Na 9/11 was de missie min of meer duidelijk: we gaan de terroristen van Al-Qaeda uitschakelen. Later werd het: we gaan Afghanistan redden van de taliban en er de democratie verspreiden, en begon het allemaal abstracter en ambiguer te worden. Begrijp ik de soldaten? Rationeel wel. Emotioneel niet. Sta ik achter hun beslissingen? Juridisch misschien, maar als mens kan ik onmogelijk de gevolgen ervan accepteren. Normaal is het mijn taak als scenarist om alles zo simpel mogelijk te houden. Dit keer trachtte ik elk simpel feit zo complex mogelijk te maken, omdat in een oorlog niks zomaar goed of slecht is. Het verschil tussen een oorlogsheld en een oorlogsmisdadiger hangt vaak af van wie het verhaal precies vertelt. LINDHOLM: Da's een van de uitzonderingen, maar zelfs dan hangt het ervan af wat je vertelt, en hoe. Stanley Kubrick wilde lange tijd een film over de Holocaust maken, maar na jaren onderzoek en voorbereiding besloot hij: dit verhaal is te zwaar, te groot om in een film te vertellen. Ik begrijp dat. In mijn vorige film Kapringen heb ik er bewust voor gekozen de kaping enkel te vertellen vanuit het perspectief van de Denen, niet vanuit dat van de Somalische piraten, omdat ik dat arrogant en betweterig vond. Ik kan me voorstellen wat een Deen voelt en denkt in zo'n crisissituatie. Maar ik weet niks van Somalische piraten, hun leefwereld, hun beweegredenen. Ik weet evenmin hoe een modale Afghaan de war on terror beleeft, dus leek het me maar logisch om ook in Krigen enkel op de Denen te focussen. Er zijn critici die dat hypocriet en eenzijdig vinden, alsof ik het westerse leed hoger zou inschatten, maar dat is bullshit. Ik vind het net een teken van respect dat ik mijn limieten erken als filmmaker. Ik wil ook geen superheldenfilm maken, en niet alleen omdat die onzin me niet interesseert: ik heb nog nooit in een maillot om de aardbol gevlogen. LINDHOLM: Prima film. Alleen kon ik me niet van de indruk ontdoen dat Greengrass niet de ambitie had een nieuw perspectief op de problematiek te bieden, of de kijker tot een oordeel te dwingen. Het was alsof je een toerist was op zijn schip. Bij mij was je mee een gijzelaar. Enfin, dat was toch mijn bedoeling. Maar zeg dat alsjeblief niet tegen Paul. KRIGEN Vanaf 1/6 in de bioscoop.DOOR DAVE MESTDACH'IK WEET NIET HOE EEN AFGHAAN DE WAR ON TERROR BELEEFT, DUS FOCUS IK ME OP DE DEENSE SOLDATEN. IS DAT HYPOCRIET? IK ERKEN MIJN LIMIETEN.'