Eerste zin Leonard Keller boog zich voorover en wreef over zijn pijnlijke kuit.
...

Eerste zin Leonard Keller boog zich voorover en wreef over zijn pijnlijke kuit. Zestien jaar geleden debuteerde Willem van Zadelhoff met Een stoel, een roman die insloeg als een bom. Centraal daarin stond de Arnhemse wijnhandelaar Gerrit Kats, die het leven in zijn donkere, negentiende-eeuwse villa meer dan beu was en, zoals het vooroorlogse modernisme voorstond, een huis vol lucht en licht wilde. Hij trok naar het Bauhaus, engageerde Marcel Breuer en Mart Stam, die zich daarop drie maanden in een loods terugtrokken en, in plaats van met een ontwerp van een villa, met het plan van een stoel naar buiten kwamen, de Freischwinger, de eerste stoel zonder achterpoten. In Van Zadelhoffs nieuwste roman duikt die befaamde stoel weer op, weliswaar slechts in een kleine anekdote, want deze keer draait het niet om vader Kats, maar wel om zijn dochter en haar verloofde Leonard. In het Arnhem van 1940 vormen zij op het eerste gezicht een gelukkig koppeltje, ware het niet dat bij de Katsen een gevlucht Joods-Duits wijnbouwersgezin logeert. Daniël, de zoon, oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op Leonard, zozeer zelfs dat diens relatie met Dora er finaal aan onderdoor gaat. Maar ook met Daniël wordt het niets, want samen met zijn ouders wordt hij op transport gezet naar Westerbork, en dus naar een gewisse dood. Tegen een achtergrond van vernietiging en wederopbouw vertelt Van Zadelhoff wat er vervolgens met Dora en Leonard gebeurt. Zij krijgt iets met Rudi Mörtenböck, een Duitse soldaat die ook al opdook in Van Zadelhoffs tweede roman, Holle haven, en wordt na de oorlog te schande gemaakt als een kaalgeschoren moffenhoer. Hij papt dan weer aan met het nichtje van zijn schoonzuster, de dochter van een Amsterdamse bloemenhandelaar. De vroegere verloofden zien elkaar niet meer, tot Dora heel veel later een kaartje stuurt met haar adresverandering en het verleden terugkeert. Van Zadelhoff vertelt dit verhaal in zijn bekende stijl: secuur, ingehouden en koel. Wilde coloraturen moet je van hem niet verwachten, maar wel afgemeten precisie, zowel in zijn taal als in de psychologische opbouw van zijn personages. Net als de rest van de wereld worstelen zij met de vraag in hoeverre de oorlog een breuk geweest is in hun leven. Kun je nadien verder? Kun je de ruïnes afbreken en opnieuw beginnen, in een huis vol lucht en licht bijvoorbeeld?