ER: SEIZOEN 1 - WARNER, 1170 MINUTEN
...

ER: SEIZOEN 1 - WARNER, 1170 MINUTEN 487. Ziedaar het aantal patiënten dat in het eerste seizoen van ER de revue passeert, omgerekend een kleine twintig per aflevering. Eerlijk is eerlijk: eigenlijk durf ik voor dat getal mijn hand niet in het vuur steken, want het is best mogelijk dat ik in alle drukte hier en daar een noodlijdende over het hoofd heb gezien, of dat ik een zieke tweemaal heb geteld. Maar je krijgt toch een idee van de hoeveelheid aanrijdingen, geslagen huisvrouwen, aidspatiënten, longontstekingen, dementerende oudjes, syfilislijders, horrelvoetjes, omvergeschoten bendeleden, hartaanvallen en voedselvergiftigingen die je over je heen krijgt gedurende 25 episodes. Echt bevorderlijk voor je nachtrust is zoiets niet. Na een paar uur begin je je bijvoorbeeld vragen te stellen bij je eigen gezondheid. Mensen met een licht hypochondrische inslag laten een marathonzitting ER dus maar beter aan zich voorbijgaan. Voor beginnende studenten geneeskunde is ER dan weer een waar geschenk, met al zijn flitsend uitgevoerde procedures en zijn staccato uitgesproken medische jargon. Ikzelf, een volslagen leek op het medische gebied, kreeg na een aflevering of tien toch het gevoel dat het niet zo moeilijk is als je zou denken. Als de patiënt komt binnengerold, moet je de verpleegster meteen vragen om de 'blood gasses' te bepalen. Daarna 'five bags of O-neg' bestellen en de zieke - ongeacht de symptomen - 'ten mg of epi' toedienen. Vervolgens een resem letterwoorden afhaspelen - CBC, ECG, ENT, CNR, CT, CSW - en opletten dat de patiënt niet in 'defib' sukkelt. In dat geval de 'crash cart' erbij halen, de voltage een paar keer verhogen (niet vergeten 'clear!' te roepen) en het komt wel goed. En mocht het écht mis dreigen te gaan, dan is er nog altijd de intubatiekit. Voilà, een kind kan de was doen. Het is natuurlijk gemakkelijk om te lachen met enkele typische trekjes van ER, en het is vooral ook onrechtvaardig. Achter de vloedgolf patiënten zit namelijk een ongelooflijk moedig en gevarieerd drama. Moedig omdat ER vanaf de pilootaflevering de keiharde werkomstandigheden - 'Underpaid and overworked, get used to it', zo is de lijfspreuk in County General - in je strot ramt en geen enkel taboe uit de weg gaat. Racisme, ongelijkheid, de slechte gezondheidszorg in de VS, maar ook kanker, kindersterfte, transseksualiteit, je krijgt het allemaal op je bord. Niet dat ER daarom loodzwaar drama wordt. Dé kracht van de serie schuilt immers in haar gevarieerdheid. De makers switchen heen en weer tussen hilarische scènes (voor zover u een lijk dat met opgetrokken benen door het ziekenhuis wordt vervoerd natuurlijk grappig vindt) en verhalen die je echt naar de keel grijpen, en tussen de hectische toestanden in de spoedopname en het privé-leven van de hoofdpersonages. ER is een toonbeeld van efficiëntie, uit noodzaak natuurlijk, want je zult maar een twintigtal verhaallijnen in drie kwartier proberen te persen. Alles wordt uiterst spaarzaam verteld, maar het effect is maximaal. Kijken naar een ER-marathon is een beetje als zappen zonder afstandsbediening: de verhalen lopen door elkaar over je scherm, je lacht, je krijgt een krop in de keel, je maakt je kwaad, maar je verveelt je nooit. In vergelijking met de eerste reeks, razen de latere seizoenen nog net ietsje sneller over het scherm, zodat de eerste afleveringen licht gedateerd lijken. Maar daartegenover staat dat terwijl County General in de laatste jaargangen zowat alle mogelijke en onmogelijke rampspoed over zich heen heeft gekregen, je in de eerste reeks nog gewoon problemen op mensenmaat krijgt. Dat maakt de reeks ook een stuk warmer. En wie ER nog niet kende, of er altijd wat op neerkeek in de veronderstelling dat het 'maar een verfilmd doktersromannetje is', kan nu kennismaken met Amerikaans drama op zijn best: intelligent, entertainend, diepgravend, en heel, heel erg verslavend. Stefaan Werbrouck