Wat heb je aan geld als je toch gaat sterven? De puissant rijken leven als goden op aarde maar aan de dood kunnen ze niet ontsnappen. Dat frustreert Ross Lockheart, dus pompt hij danig wat fondsen in een project dat de Convergentie heet. Doel is om dit aardse bestaan te overstijgen, om de toekomst te kopen, om de dood te verschalken - om zijn zieke vrouw Artis eeuwig bij hem te hebben. Ross' zoon Jeffrey wordt naar een futuristisch complex midden in de steppe gevlogen om mee te maken hoe Artis wordt klaargestoomd voor de overgang.
...

Wat heb je aan geld als je toch gaat sterven? De puissant rijken leven als goden op aarde maar aan de dood kunnen ze niet ontsnappen. Dat frustreert Ross Lockheart, dus pompt hij danig wat fondsen in een project dat de Convergentie heet. Doel is om dit aardse bestaan te overstijgen, om de toekomst te kopen, om de dood te verschalken - om zijn zieke vrouw Artis eeuwig bij hem te hebben. Ross' zoon Jeffrey wordt naar een futuristisch complex midden in de steppe gevlogen om mee te maken hoe Artis wordt klaargestoomd voor de overgang. Jeffrey ziet het met lede ogen aan en wantrouwt het concept van cryotechniek, maar al zijn hele leven slaagt hij er niet in zich tegen zijn vader te verzetten, dus waarom nu wel het gevecht aangaan? Temeer omdat hij wél met zijn stiefmoeder Artis kan praten, beter dan met zijn afwezige vader. Geïntrigeerd dwaalt hij door de naakte gangen, waar hij bestookt wordt met videokunst die het einde der tijden in beeld brengt. Hij komt een monnik tegen, hij bezoekt een plantentuin, hij kijkt naar plastic mannequins, hij rilt bij het aanzien van ontmantelde lichamen die in een gekoelde tube worden bewaard. Hij observeert het verdriet van zijn vader en het gruwelijke dilemma waarmee die worstelt: meegaan of niet? Jeffrey is de wandelende zeitgeist: lamlendig, kwaad zonder goed te weten waarop, licht paranoïde en niet in staat om een standvastige relatie op te bouwen met Emma, die even zijn leven komt binnenwaaien. Het glijdt allemaal van hem af. Het enige wat hem boeit, zijn beelden - van bedelaars, van een rotsblok, van druppels op een douchegordijn. Verder niets. Eeuwigdurende terreur, de zalf die moderne kunst op de menselijke wonde smeert, de religieuze adoratie voor geld, het onvermogen van de taal: Don DeLillo berijdt weer al zijn apocalyptische stokpaardjes, maar hoe heerlijk klinkt het hoefgekletter! Meedogenloos kogelt hij de ene perfecte zin na de andere in je lezersoog, tot je murw geslagen bent en je brein doordrenkt is van de wijsgerige implicaties van zijn thema's. Een vrolijke Frans zal DeLillo nooit worden en wanneer hij Jeffrey in zijn dagelijkse stadsleven volgt, gunt hij de lezer slechts een splinter licht opdat de daaropvolgende duisternis beter zichtbaar zou worden. DeLillo beschrijft een leven in flarden en naait die met een roestige naald en losse steken tot een roman. Een grootse plot is in Nulpunt ver te zoeken, maar wie met zo'n scherpe scalpel de brokstukken van een ziel wegsnijdt en die alinea per alinea aan de lezer presenteert, heeft geen vlot verhaal nodig. Met ontzag kijk je toe hoe hij de mensheid op de autopsietafel legt en je voelt de huiver over je huid trekken. Het is kil, leven in de schaduw van de dood. Rijk of arm, het staat ons allemaal te wachten. Tot dan kunnen we ons troosten met de imponerende taalkunstwerken van DeLillo. NULPUNT ***** Don DeLillo, Ambo Anthos (originele titel: Zero K), 304 blz., ? 21,99. RODERIK SIXCENTRALE ZIN Ben ik iemand of zijn het de woorden zelf die me laten denken dat ik iemand ben ?