FIEN TROCH
...

FIEN TROCH MET INA GEERTS, NATALI BROODS, PETER VAN DEN BEGIN, ROBBIE CLEIREN EN JOHAN LEYSEN Op het internationale forum heeft Een ander zijn geluk zijn sporen al verdiend. De debuutfilm van Fien Troch (27) werd geselecteerd voor de filmfestivals van Toronto en San Sebastián, en twee weken geleden werd haar introverte mozaïekvertelling op het Festival van Thessaloniki ook nog eens bekroond met de prijzen voor beste film, beste scenario (Fien Troch) en beste actrice (Ina Geerts). Er zijn prestigieuzer plaatsen denkbaar om een laurierkrans opgezet te krijgen, maar voor een bescheiden Vlaams debuut kan het tellen. Het enthousiasme uit het buitenland, waar ook heel wat minder euforische stemmen te horen zijn, kunnen we niet delen. Een ander zijn geluk is verdienstelijk qua opzet, verzorgd in breedbeeld gezet en gevoelig gemonteerd, maar inhoudelijk is de film een ondervoed beestje. De meeste personages blijven in hun steriele verpakking steken, terwijl de film na een sfeervolle proloog al snel ten prooi valt aan doffe monotonie. Een ander zijn geluk opent als een emotioneel geladen en artistiek ambitieuze reflectie, maar het wordt nooit echt duidelijk waarover nu eigenlijk wordt gereflecteerd. Het verhaal begint met een fatale aanrijding waarbij een kind in de greppel wordt gesmakt en voor dood wordt achtergelaten. Wanneer Christine (Ina Geerts) het kinderlijkje vindt en aangifte doet bij de politie, levert dat haar meer problemen dan gemoedsrust op. Ze komt terecht in een draaikolk van verdachtmakingen en insinuaties, waarbij zowat iedereen in haar omgeving elkaar van het vluchtmisdrijf begint te verdenken: Christines suïcidale ex (Robbie Cleiren), haar kwetterende zus (Els Deceuckeleir), de lokale agent en vader van het kind (Peter Van den Begin), zijn rouwende eega (Natali Broods), et cetera, et cetera. Wat volgt, is bepaald geen klassieke whodunit, hoewel meer spanning en dus meer narratieve samenhang de zaak vooruit hadden geholpen. Troch houdt het bij weinigzeggende observaties in vignette-stijl, waarbij de schimmig uitgewerkte personages in een flets decor vooral zuchten, vloeken of doods voor zich uit staren. De duistere bruitage en het trage verteltempo proberen tevergeefs de illusie van diepzinnigheid te wekken. Ongewild komisch hoogtepunt: de scène met usual suspects Jan Decleir en Josse De Pauw, respectievelijk twee minuten lang gecast als paranoïde ex-bokser en non-allitererende detective. Troch hééft talent, Ina Geerts is een revelatie en cameraman Frank Van den Eeden weet hoe je een scène moet opbouwen. Alleen bevat Een ander zijn geluk te veel doodse momenten, onevenwichtige acteerprestaties en overtollige subplots, en als bespiegeling op schuld, verlies en het onvermogen tot communicatie (de eigenlijke thema's, vermoeden we) graaft de film niet veel dieper dan het oppervlak. Sommige critici maakten de vergelijking met Ingmar Bergman, maar dat is een schromelijke overdrijving - al dient gezegd dat ook de eerste films van de Zweedse maestro geen meesterwerken waren. Een andere keer meer geluk dus, dan liefst met een sterker scenario, maar hopelijk met minstens evenveel ambitie. Dave Mestdach