Eerste zin Vanuit de trein keek je uit op het eindeloze blauw van de zee.
...

Eerste zin Vanuit de trein keek je uit op het eindeloze blauw van de zee. Verregend en verdwaald staat Eduardo Halfon op een straathoek in Harlem. Een mooie Afrikaanse vrouw met rode cowboylaarzen spreekt hem aan. Of hij op zoek is naar Marjorie? Verbluft beaamt Halfon, bang dat ze gedachten kan lezen. Zij is niet verbaasd: iedereen hier zoekt Marjorie, zeker op zondag, wanneer ze haar beruchte jazzconcerten organiseert ter ere van haar overleden zoon. Want de lange zondagen zijn de ergste - op Zijn hoogdag schrijnt het gemis het meest. Halfon laat zich door de zwarte schone meetronen naar het bewuste appartement. Er zou meer kunnen gebeuren maar: 'Zo stonden we daar, secondenlang, elk aan een eigen kant van de deuren.' Net als in zijn vorige bundel De Poolse bokser dwaalt Eduardo over de aarde, op zoek naar zijn voorouders, op zoek naar zijn identiteit. Een echt doel heeft zijn queeste niet. Je krijgt de indruk dat hij meer wil weten over de concentratiekampen waar zijn Joodse grootvader gevangen zat, of over die ene ring, of over dat verdronken jongetje Salomon, maar de reis is belangrijker dan de bestemming. Per toeval stuit hij op verhalen en telkens als hij een grens oversteekt, groeit er een nieuwe huid over zijn gelaat - identiteit is een flou gegeven. Soms krijgt Eduardo zelfs een nieuwe naam, Hoffman, wat hem doet denken aan zijn ontmoeting met Philip Seymour Hoffman, niet toevallig een rasacteur die van gedaanteverwisselingen zijn beroep maakte, tot hij ten slotte zichzelf kwijtraakte. Elk verhaal in Duel baadt in een jachtige weemoed en Halfon giet zijn onrust in poëtische zinnen, doordrenkt van dood en droefenis. Terwijl hij op avontuur trekt, sta je als lezer stil, lamgeslagen door zijn prachtige stijl en diepmenselijke ontmoetingen. Of zoals hij het schrijft: 'Taal is een kolibrie, die van hot naar her vliegt met de gedachten van mensen.'