Eerste zin Er zijn talloze mythen waarin iemand door een geheimzinnig personage één enkel verbod krijgt opgelegd.
...

Eerste zin Er zijn talloze mythen waarin iemand door een geheimzinnig personage één enkel verbod krijgt opgelegd. De vertelster van Bregje Hofstedes tweede roman Drift is een 26-jarige Nederlandse die met haar jeugdliefde is getrouwd en al bijna tien jaar met hem samenwoont in Brussel. Op een koude winternacht vult ze haar rugzak met haar dagboeken en gaat ze de deur uit, met het voornemen nooit meer terug te keren. Waarom? 'Huwelijk. Brussel. Debuteren. Insomnia', somt ze de titels van de dagboeken op. 'En dan? Therapie? Hysterie? Wat moet ik doen voor ik Harmonie kan schrijven?' Het begon nochtans zo mooi, met die jongen uit haar klas die zei dat ze hem voor chocola altijd wakker mocht maken, al was het drie uur 's nachts, wat ze natuurlijk meteen probeerde. Echt verliefd werd ze tijdens de klassieke Romereis, toen hij in het Vaticaans Museum deed alsof hij een marmeren Cleopatra kuste. Meer nog dan met hem wilde ze op dat moment Cleopatra zijn, besefte ze nadien. En ze werd Cleopatra, waarna ze samen Pompeii en Herculaneum bezochten. Ze waren gelukkig en trouwden. Later kwam er sleet op de formule en groeiden Luc en Bregje steeds verder uit elkaar. Bregje inderdaad. En ook auteur Bregje Hofstede woonde lang met haar man in Brussel. Drift bestaat uit passages van de debuutroman van de vertelster, een chronologisch verslag van de dagen na haar vertrek thuis en heel wat dagboekfragmenten die een beeld geven van de geestestoestand waarin ze geleidelijk terechtkwam. 'Ik zag je de afgelopen jaren langzaam verdwijnen', zegt haar vader wanneer ze een paar dagen bij haar ouders gaat logeren. Veel vroeger dan gepland vertrekt ze ook daar weer omdat ze zich er niet begrepen voelt. Vier jaar geleden debuteerde Hofstede met De hemel boven Parijs, een heerlijk parallellenspel dat haar veel lof en nominaties opleverde. Drift gaat op hetzelfde elan verder. In een bijzonder fijnzinnige en gracieuze taal vraagt Hofstede haar lezer zich te wagen in het schimmenpaleis genaamd liefde. Wat betekent het wanneer we zeggen dat we van iemand houden? Toch niet dat we hem koste wat het kost willen geven wat hem verstikt, zoals Roland Barthes zei?