Waarom een roman die tijdens de Franse Revolutie speelt?

JOKE VAN LEEUWEN: Het boek is ontstaan uit een teruggrijpen naar verhalen over vrouwen die veel voor me betekenden toen ik een jaar of achttien was, historische figuren die niet in de geschiedenisboekjes stonden. Ik ben gaan lezen over Olympe de Gouges, die toen pleitte voor hulp aan alleenstaande moeders en de afschaffing van de doodstraf, de slavernij en de gedwongen intrede in het klooster. Via haar ben ik bij andere zaken uitgek...

JOKE VAN LEEUWEN: Het boek is ontstaan uit een teruggrijpen naar verhalen over vrouwen die veel voor me betekenden toen ik een jaar of achttien was, historische figuren die niet in de geschiedenisboekjes stonden. Ik ben gaan lezen over Olympe de Gouges, die toen pleitte voor hulp aan alleenstaande moeders en de afschaffing van de doodstraf, de slavernij en de gedwongen intrede in het klooster. Via haar ben ik bij andere zaken uitgekomen die ik interessant vond en waar ik een verband tussen zag. Ik voelde gewoon dat ik erover moest schrijven. Daar zat een boek in. VAN LEEUWEN: Catho is inderdaad een speelbal van nogal wat jongeheren. Ik heb me daarvoor laten inspireren door de boeken van Rétif de la Bretonne. Hij beschrijft als geen ander hoe jongemannen in die tijd leefden, wat hen interesseerde en hoe ze zich gedroegen tegenover vrouwen. In het begin van de revolutie zijn vrouwen zoals De Gouges opgestaan om voor gelijke rechten te strijden. En de revolutionairen hadden daar wel oren naar, tot een paar jaar later alles weer teruggedraaid werd, net op het moment dat Marianne naar voren geschoven werd als de personificatie van de natie. VAN LEEUWEN: Heel erg moeilijk. Ik heb veel dagboeken en kronieken gelezen, gewoon om in die tijd te komen, en op dat vlak is het Frans natuurlijk een zalige taal. De manier waarop ze toen schreven, is niet zo gek anders dan vandaag. Maar ik heb ook niet toevallig woorden als Bastille en andere verwijzingen naar de concrete realiteit van toen weggelaten. Zo kon ik mijn verhaal wat meer ruimte geven. Het moest historisch wel kloppen, maar ik wilde ook niet te veel kapstokken aanreiken. Het is helemaal niet nodig om constant bij de werkelijkheid te blijven, merkte ik bijvoorbeeld nadat ik Bezoekjaren geschreven had, dat gebaseerd was op de verhalen van Marokkaanse vrienden van wie de zonen gewetensgevangenen waren. Iemand zei dat ze in mijn boek de angst herkende die zij had gevoeld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op zo'n moment maakt het niet uit of het boek in Casablanca speelt, want als verhaal reikt het verder dan die specifieke locatie. En het is op zo'n moment dat je de kracht van de literatuur ontdekt. (MV)