Esther Gerritsen,
...

Esther Gerritsen, De Geus, 217 blz., euro 19,95. Wanneer Elisabeth haar dochter Coco meedeelt dat ze kanker heeft en dat ze volgens de dokter nog maar een paar maanden zal leven, beslist de jonge vrouw bij haar moeder in te trekken. Haar eigen relatie met de veel oudere Hans vlot niet echt meer, dus daar hoeft ze het niet voor te laten. En omdat ze door haar vader en stiefmoeder werd opgevoed, beseft ze ook dat dit haar laatste kans is om eindelijk een intieme relatie op te bouwen met haar moeder. Coco en Elisabeth spelen de hoofdrol in Dorst van Esther Gerritsen, een Nederlandse schrijfster die graag aan close writing doet: een klein aantal personages die in een besloten omgeving worden geplaatst en psychologisch in de clinch gaan met hun omgeving. Je zou het bijna toneel kunnen noemen, waarbij de dialogen vergezeld gaan van heel uitgebreide regieaanwijzingen, en dat zal wel geen toeval zijn: Gerritsen heeft in het verleden ook een aantal toneelstukken geschreven. In korte zinnetjes beschrijft ze keer op keer weer hoe haar personages woorden zoeken om er de essentie van hun relatie met elkaar in te vatten, wat bijzonder moeilijk is. En als het al lukt, blijkt die essentie zo wreed dat niemand haar durft uit te spreken. Gerritsen heeft maar een paar scènes nodig om iemand te typeren. Pijnlijk mooi is bijvoorbeeld de manier waarop ze Elisabeths verzet tegen de harde realiteit toont. Voor haar ziekte zo erg werd dat ze niet langer actief kon zijn, werkte de vrouw in een atelier waar lijsten voor schilderijen gemaakt werden. Ze was gespecialiseerd in het vergulden. Wanneer ze nog eens op bezoek gaat bij haar vroegere collega's haalt een van hen haar gereedschapskoffer uit de kast, alsof hij haar die wil meegeven naar huis. Elisabeth wordt vervolgens heel kwaad. Die koffer moet terug, schreit ze bijna, want, zo besef je als lezer, hem meenemen zou betekenen dat ze haar nakende dood zou aanvaarden. Dorst is een roman met een hoge zondefactor: het is zonde dat Gerritsen er in het begin niet in slaagt de relatie tussen moeder en dochter boven het brave clichéniveau uit te tillen, wat misschien een aantal lezers voortijdig zal doen afhaken. En dat is op zich ook weer zonde aangezien het boek daarna steeds beter wordt. Want al lijkt Dorst aanvankelijk over Elisabeth te gaan, na verloop van tijd wordt het duidelijk dat Coco centraal staat. Ze moet van haar moeder houden, beseft ze, maar ze kan dat niet omdat ze met een paar prangende vragen zit. Waarom sloot haar moeder haar als peuter op in haar kamer? Waarom wilde ze na haar scheiding haar dochter niet zelf opvoeden? En waarom haastte ze zich niet naar het ziekenhuis toen Coco daar met diepe snijwonden opgenomen was? Coco zoekt antwoorden. En precies op dat moment laat ook Hans haar vallen. Dorst heeft met zijn gekwelde zielen die in de clinch liggen met hun bezwarende verleden een Noord-Europees aura over zich. De manier waarop Coco zich op het dieptepunt van haar existentiële strijd onderwerpt aan alcohol en seksuele vernederingen doet zelfs aan Lars von Triers Breaking the Waves denken. Het is op zulke momenten dat Gerritsen toont dat ze het drama van het menselijke bestaan tot in zijn uiterste consequenties begrijpt en kan beschrijven, en dat is niet iedereen gegeven. MARNIX VERPLANCKESLEUTELZIN Je kunt niet besluiten lief te hebben.