Eerste zinnen Ik leefde in het donker. Nu in het licht.
...

Eerste zinnen Ik leefde in het donker. Nu in het licht. Wanneer Erik Jan Harmens een tunnel uit komt en een bord ziet met daarop 'Denk aan uw lichten', dan doet hij dat ook. Dan begint het in zijn hoofd te malen en denkt hij aan zijn lichten, van schemerlampen tot kerstversiering. 'Denk aan onze kinderen' vindt hij dan weer een moeilijke, omdat hij die kinderen natuurlijk niet kent. Harmens heeft een spectrumstoornis, net zoals zijn vader en zijn zoon, en dat heeft hij in feite pas onlangs ontdekt. Daarvoor dacht hij dat het er gewoon wat druk aan toe ging in zijn hoofd. Om te kalmeren dronk hij - sterk bier vooral - tot hij van de wereld niet meer wist. Wanneer hij in die tijd een hellingsbord tegenkwam met daarop 10 %, kon hij niet anders dan aan La Trappe Quadrupel denken, waarin precies zoveel alcohol zit. Vijf jaar geleden stopte Harmens met drinken en schreef hij Hallo muur, een openhartig relaas over de duisternis die hij op de bodem van het glas had aangetroffen en zijn moeizame klim naar en over de rand. Nooit eerder waren leven en literatuur zo innig met elkaar verbonden. Verslavend verbonden zou je bijna kunnen zeggen, want het autobiografische schrijven heeft hem sindsdien niet meer losgelaten. Na Pauwl, een roman waarin het hoofdpersonage gemodelleerd werd naar zijn autistische zoon, schreef hij daarom Door het licht, over zijn jaren na de alcohol. Niet de drang naar drank bleek lastig om dragen, ontdekte Harmens - die verdween na een tijd - maar wel de wereld om hem heen. Hij voelde opnieuw, en die gevoelens vaagden hem bijna weg. In korte hoofdstukken geeft Harmens een beeld van wat dat in concreto betekent. Zo schrijft hij prachtige pagina's over de moeilijkheden die hij op een feestje ondervindt bij het groeten van de gasten. Hij verdeelt mensen onder in categorieën van onbekenden tot hechte vrienden en gebruikt voor ieder van die categorieën een andere begroeting. In welke categorie valt die nu weer, vraagt hij zich bij ieder nieuw gezicht af. Meermaals zit je bij het lezen van Door het licht luidop te lachen, maar achter alle humor steekt ook heel veel tragiek, merk je al gauw. Na het donker van de alcohol is Harmens immers niet op zoek naar het verblindende licht van de ontnuchtering. Hij zoekt een evenwichtige deemstering, en die blijkt moeilijk te vinden.