Het heeft lang geduurd voordat de Japanse filmsenseiYasujiro Ozu (1903-1963) in het Westen het respect kreeg dat hij verdiende. Zijn films werden beschouwd als te introvert, te traag, te intiem en eigenlijk gewoon 'te Japans' voor internationale massaconsumptie, zodat het duurde tot de vroege jaren zeventig voordat ze wereldwijd verspreid raakten. Hij heeft het dus zelf niet meer mogen meemaken, maar de tijd is goed geweest voor Ozu: toen het Britse filmblad Sight & Sound in 2012 onder meer dan 300 regisseurs zijn tienjaarlijkse enquête hield om de beste film aller tijden te kiezen, k...

Het heeft lang geduurd voordat de Japanse filmsenseiYasujiro Ozu (1903-1963) in het Westen het respect kreeg dat hij verdiende. Zijn films werden beschouwd als te introvert, te traag, te intiem en eigenlijk gewoon 'te Japans' voor internationale massaconsumptie, zodat het duurde tot de vroege jaren zeventig voordat ze wereldwijd verspreid raakten. Hij heeft het dus zelf niet meer mogen meemaken, maar de tijd is goed geweest voor Ozu: toen het Britse filmblad Sight & Sound in 2012 onder meer dan 300 regisseurs zijn tienjaarlijkse enquête hield om de beste film aller tijden te kiezen, kwam Ozu's Tokyo Story (1953) als winnaar uit de bus. Vóór Kubricks 2001: A Space Odyssey (1968), Welles' Citizen Kane (1941), Fellini's Otto e mezzo (1963) en andere monumentale klassiekers. Zoals wel vaker bij Ozu, is de plot eenvoudig en uit het leven gegrepen: een ouder wordend koppel reist af van zijn woonst op het platteland naar Tokyo om de kinderen te bezoeken. En hoewel iedereen krampachtig vriendelijk blijft, wordt het al snel duidelijk dat de oudjes eigenlijk in de weg lopen. De kinderen hebben het druk met hun eigen leven en hoewel niemand het durft uit te spreken, wordt de trip een pijnlijke mislukking. Onuitgesproken emoties staan centraal in Tokyo Story. De dialogen bestaan haast integraal uit geruststellende eufemismen: alles gaat altijd goed, iedereen is altijd met alles akkoord en de ouders vinden het écht nooit erg wanneer ze aan de kant worden geschoven. Een deel van Ozu's meesterschap schuilt in de subtiele manier waarop hij de ware gevoelens van zijn personages toch onthult, ook al doen zij dat niet aan elkaar. Zo wordt langzaam maar zeker duidelijk hoe de familie zich vaders drankprobleem nog herinnert, dat een van de zonen lang niet zo succesvol is als hij zich voordoet en dat de dood van een andere zoon in de Tweede Wereldoorlog nog steeds als een donkere wolk boven de familie hangt. Maar het is allemaal niet erg. Alles gaat goed. Een ander deel van dat meesterschap is Ozu's technische beheersing. Hij beweegt zijn camera, die vaak net onder ooghoogte wordt geplaatst, zo goed als nooit, laat personages in de lens kijken en overschrijdt desnoods de as van 180 graden (een denkbeeldige lijn waarachter alle actie zich dient af te spelen). Die strikt formele stijl kan bevreemdend werken, maar gaat zo goed samen met het onderwerp van de film dat het uiteindelijk voor een enorme emotionele spanning zorgt. De kijker wordt in het perspectief van de personages gedwongen, niet omdat Ozu zo uitbundig met zijn camera zwaait, maar juist omdat hij hem zo strak beteugelt. Een onderdrukte stijl voor onderdrukte personages. Tokyo Story ziet er op de nieuwe dvd-uitgave van Lumière, dat de volgende maanden nog vijf andere Ozu-klassiekers uitbrengt, beter uit dan ooit en is de ideale kennismaking met een van de allergrootste filmmakers aller tijden. TOKYO STORY ***** Yasujiro OzuJapan, 1953 Lumière / dvd DENNIS VAN DESSEL