Mascis en Barlow: dat zijn de architecten van het lofigeluid waarmee Pavement en Guided By Voices hun voordeel deden, maar evengoed legden ze de fundamenten waarop lui als Buffalo Tom en The Lemonheads - niet toevallig gelanceerd door Mascis - hun powerpop gestalte gaven en baanden ze de weg voor de grungebeweging, met Nirvana op kop. Toen hun wegen in '89 scheidden, bleven ze niet bijster lang bij de pakken zitten. Mascis ging ook zonder zijn buddy door met Dinosaur Jr. Barlow passeerde zijn tijd in fijne groepjes als Sebadoh en Folk Implosion, en wilde liever niet herinnerd worden aan de groep die hij smalend 'Dinobore Jr.' noemde.
...

Mascis en Barlow: dat zijn de architecten van het lofigeluid waarmee Pavement en Guided By Voices hun voordeel deden, maar evengoed legden ze de fundamenten waarop lui als Buffalo Tom en The Lemonheads - niet toevallig gelanceerd door Mascis - hun powerpop gestalte gaven en baanden ze de weg voor de grungebeweging, met Nirvana op kop. Toen hun wegen in '89 scheidden, bleven ze niet bijster lang bij de pakken zitten. Mascis ging ook zonder zijn buddy door met Dinosaur Jr. Barlow passeerde zijn tijd in fijne groepjes als Sebadoh en Folk Implosion, en wilde liever niet herinnerd worden aan de groep die hij smalend 'Dinobore Jr.' noemde. De Mascis die wij naar aanleiding van Beyond te spreken krijgen, lijkt op het eerste gezicht ook écht een vreselijk saaie piet te zijn. Bij iedere vraag die we hem stellen, blijft hij ons seconden-, soms minutenlang aankijken alsof we net in een fluorescerend geel korset uit een ufo zijn gestapt. Onze truc: even apathisch terugstaren. Enkele keren hielden we er een min of meer samenhangend antwoord aan over. Zoals op de vraag: J. Mascis: Een ordinaire egokwestie, zeker? We gunden elkaar op het laatst het licht in de ogen niet meer. Er heerste een soort onuitgesproken competitie, waarvan we zelf niet goed wisten hoe die was ontstaan. Lou raakte daardoor geblokkeerd, werd helemaal passief-agressief en begon de groep te saboteren. Dat deed ik op mijn manier ook, besefte ik achteraf. Het kwam er eigenlijk op neer dat we onszelf bij de ander onmogelijk maakten, in de hoop dat die er zo zwaar genoeg van kreeg dat hij zou opstappen. Daarom heeft de split zo lang op zich laten wachten: geen van ons twee had de moed om de groep te ontbinden en dus voerden we een soort psychologische uitputtingsslag. Op het eind kon ik het niet meer aanzien en heb ik de rol op mij genomen van de hen die het jonge kuikentje uit het nest duwt. Mascis: Ik heb dat nummer nooit gehoord. Mascis: Ik heb er wel eens iets over horen waaien, ja. Mascis: Ha! Dus tóch een schuldbekentenis. (lachje)Mascis: De eerste keer dat ik hem terugzag, was in 1999 of 2000, toen ik hem na een optreden van Sebadoh ging opzoeken in de backstage. Hij was duidelijk onder de invloed van een of andere drug. Hij begon me uit te schelden, bedaarde dan eventjes en schreeuwde toen nog een eind door, dus ben ik maar weer vertrokken. Zijn moeder heeft me achteraf nog bezorgd gebeld omdat ze hoopte dat we het alsnog zouden bijleggen. Een jaar later heb ik hem weergezien. Hij was van de drugs af of leek alleszins nuchterder en een pak rustiger. Hij verontschuldigde zich zowaar en een paar biertjes later was alles weer koek en ei. Mascis:(afgemeten) Toch niet. Mascis: Tot Murph (Emmett Patrick Murphy, nvdr.) bij ons is komen drummen, deed ik het slagwerk bij Dinosaur Jr., dus ik weet wat het is om in een repetitiehok met je eigen instrument tegen elektrische versterkers te moeten opboksen. Vandaar dat ik als gitarist heel luid en dynamisch speel en zoveel pedalen gebruik. Dat ik een heel fysieke gitarist ben, zal daar ook wel iets mee te maken hebben. Het is pure compensatiedrang, want in vergelijking met drummen is gitaarspelen nogal onbevredigend. Mascis: Absoluut. Ik zal zelfs meer zeggen: toen ik onze manager indertijd de opdracht gaf om Nirvana als support act te boeken, heb ik hem gezegd dat we halverwege de tour de rollen zouden moeten omkeren. Die klotemanager begreep er natuurlijk niks van, maar ik heb gelijk gekregen. We waren nog niet goed uit Amerika vertrokken of wij moesten noodgedwongen het voorprogramma van Nirvana beginnen spelen in plaats van omgekeerd. Weet je, vóór Nirvana kon je punkrockplaten - alle stuff van fijne labels als Dischord en Touch & Go - alleen verkrijgen via postbestellingen: 2,5 dollar voor een 7-inch en 5 dollar voor een langspeler. Dankzij Nirvana, dat punkrock introduceerde in de mainstream, is dat veranderd. Ik blijf dat als een verdienste beschouwen. Mascis: De rotzak in kwestie is eigenlijk Barry Melton van Country Joe & The Fish, die óók in Dinosaur zat. Die kerel, zelf een advocaat, stuurde ons indertijd dreigbrieven vanuit zijn kantoor op Haight Street in San Francisco. Was het tot een proces gekomen, hij had er wellicht nog geld uit willen slaan ook. Mij is het als muzikant nooit om het geld te doen geweest, ik ben allang blij dat ik niet in een of andere McDonald's moet werken. Mascis: Dat is eerlijk gezegd al even geleden. Toen ik veertien was, vond ik skaten echt fantastisch. De snelheid, het gevoel van gewichtloosheid als je over zo'n ramp raast: exact dezelfde redenen waarom ik ook altijd graag heb geskied. Maar skaten doe ik niet meer, niemand wil een opa op een rijdende plank zien staan. Door Vincent Byloo