What Will We Be
...

What Will We Be Folkpop Reprise Amper zeven jaar geleden leek hij nog eigenhandig het New Weird America uit de grond te stampen - een soort landelijk rariteitenkabinet van Amerikaanse folkies op acid - maar intussen is Devendra Banhart een beetje pijnlijk van zijn wolk gesukkeld. Zijn duizendjarige rijk van wierook en patchoeli is nog niet voor morgen, en voor overmorgen ook niet trouwens. De grens tussen beroezende folk en zweverige new age is nu eenmaal flinterdun en Banhart heeft die heikele scheidslijn de voorbije jaren maar al te vaak met de voeten getreden. Zijn verovering der continenten begon nochtans op indrukwekkende wijze met debuut Oh Me Oh My... - de kaalslag van het regenwoud indachtig onthouden we u de rest van de titel - en het tweeluik Rejoicing In The Hands en Niño Rojo. Zijn twee laatste platen wisten zijn geloofwaardigheid als nieuwerwetse folkgoeroe echter op even spectaculaire wijze weer uit. Cripple Crow en Smokey Rolls Down Thunder Canyon waren niet meer dan wazige jams: in het San Francisco van de jaren 60 waren ze wellicht onthaald op een verrukt 'Far out, dude', maar ten onzent deden ze vooral de vraag rijzen wie nu eigenlijk aan het verkeerde spul zat - hij of wij. Fast forward naar zijn zesde langspeler, What Will We Be. Daarop lijkt de heidense derwisj zich wonderwel te herpakken. Hij laat de psychedelische jams van zijn voorbije paar platen in ieder geval achterwege en keert weer enigszins terug naar het songformat. Precies veertien tracks lang worden we bovendien op haast evenzoveel stijlen en genres getrakteerd, vaak zelfs binnen een en dezelfde song. Opener Can't Help But Smiling houdt bijvoorbeeld sierlijk het evenwicht tussen ingetogen folk en zwierige bossanova, terwijl een gitaar-popsong als Angelika halverwege ontspoort in een zwoele calypso party. Nog verrassender zit Chin Chin & Muck Muck in elkaar: anderhalve minuut lang denkt men naar cool jazz à la Chet Baker te luisteren, tot een swingend bossaritme de melancholische trompetten wegspoelt en Banhart bij wijze van surprise act ook nog eens zijn hoogste kopstem bovenhaalt. Goin' Back To The Place is dan weer onversneden country en Rats een lap humeurige bluesrock die briesend naar Helter Skelter van The Beatles lonkt. Banhart zou echter Banhart niet zijn als de artistieke ommezwaai van What Will We Be niet absoluut en totaal was: zijn zesde plaat zoekt niet alleen inhoudelijk de mainstream op, ook productioneel positioneert ze zich geheel en al middle of the road. En zo spoelt Banhart samen met zijn overdreven artistiekerige drang naar experiment ook zijn nonchalante sound met het badwater weg en klinkt What Will We Be wel érg beschaafd voor een zelfverklaarde hippie. Alsof hij voor deze plaat niet alleen een net pak heeft aangetrokken, maar zich in één moeite door ook heeft laten ontluizen - en dát was nu ook weer niet nodig. DOWNLOADCan't Help But Smiling Chin Chin & Muck Muck Rats Vincent Byloo