Op zijn hoofd: een pet met de slogan 'controversialist'. Rond zijn lijf: de gouden keizersmantel uit zijn anti-Britse film Edward II. Derek Jarman kon het niet laten: zelfs in zijn doodskist bleef hij tegen de schenen sjotten. Totaal verzwakt door aids, bleef hij tot zijn laatste snik actief als cineast, homorechtenactivist en salonintellectueel. 'Toen ik in 1986 wist dat ik hivpositief was, heb ik mezelf een dubbel doel opgelegd: ik zou mijn ziekte wereldkundig maken én Margaret Thatcher overleven. Twee keer bingo,' zei Jarman in 1991. 'Nu wil ik maar twee dingen meer: de homowetgeving zien versoepelen én mijn tuin onderhouden.' Dat laatste is hem gelukt. Prospect Cottage aan de kust in Dungeness - door Jarman op beeld vastgelegd in The Garden en beschreven in Mode...

Op zijn hoofd: een pet met de slogan 'controversialist'. Rond zijn lijf: de gouden keizersmantel uit zijn anti-Britse film Edward II. Derek Jarman kon het niet laten: zelfs in zijn doodskist bleef hij tegen de schenen sjotten. Totaal verzwakt door aids, bleef hij tot zijn laatste snik actief als cineast, homorechtenactivist en salonintellectueel. 'Toen ik in 1986 wist dat ik hivpositief was, heb ik mezelf een dubbel doel opgelegd: ik zou mijn ziekte wereldkundig maken én Margaret Thatcher overleven. Twee keer bingo,' zei Jarman in 1991. 'Nu wil ik maar twee dingen meer: de homowetgeving zien versoepelen én mijn tuin onderhouden.' Dat laatste is hem gelukt. Prospect Cottage aan de kust in Dungeness - door Jarman op beeld vastgelegd in The Garden en beschreven in Modern Nature - is nog steeds een bedevaartsoord voor gays met groene vingers. Helaas miste hij die nieuwe homowet: twee dagen na zijn dood werd hij gestemd. Jarman draaide zich wellicht om in zijn graf, want de meerderjarige leeftijd voor homo's wilde hij van 21 naar 16 jaar zien dalen, maar uiteindelijk werd hij op 18 jaar vastgelegd. Ook na zijn dood bleef Jarman een martelaar voor de generatie doodgezwegen homo's in conservatief Engeland. 'Sommige mensen nemen homoseksualiteit niet ernstig', zei auteur Neil Bartlett op een Jarmanherdenking. 'Anderen vinden homoseksualiteit dan weer helemaal opnieuw uit. Dankjewel Derek.' Bij leven en welzijn klopte Jarman zichzelf ook graag op de borst. In interviews noemde hij zichzelf een 'renaissancegenie' en rekende hij zichzelf tot het historische rijtje homoseksuele intellectuelen die de (kunst)geschiedenis hebben veranderd: Plato, Da Vinci, Michelangelo, Oscar Wilde, Andy Warhol, Pier Paolo Pasolini, Derek Jarman - schrappen wat niet past. Oké, Jarman wás kind aan huis bij David Hockney, hij wás present op de set van Michelangelo Antonioni's Blow-Up, hij kénde Pasolini persoonlijk en hij zát op de première van Warhols eerste films. Hoe bevrijdend die artistieke homokringen voor hem in de jaren 60 waren, zo beknot voelde hij zich in het preutse Engeland van de jaren 80. Langs alle kanten ondervond hij tegenwind. De BBC kreeg bakken kritiek omdat ze Jarmans expliciete films überhaupt uitzonden. De Kerk vond Sebastiane, zijn volledig in het Latijn gesproken gay interpretatie van de Sint-Sebastiaanlegende je (on)reinste godslastering. Zijn autobiografie Dancing Ledge werd doodgezwegen in de pers. The Last of England, zijn film over de ondergang van Engeland onder Thatcher, en Jubilee, een punky sciencefictionprent over Queen Elisabeth I, werden als nationale schandes beschouwd. En de financiering van zijn epos Caravaggio (1986) kreeg hij door felle politieke tegenstand pas na zeven jaar rond. Omdat Jarman altijd voor de moeilijke weg koos, stond het water hem continu aan de lippen. De videoclips die hij voor Pet Shop Boys, The Smiths en Marianne Faithfull inblikte, voorzagen hem van een inkomen: van zijn tien films en acht boeken kon hij nauwelijks leven. Voor de goede orde vermelden we nog Jarmans allerlaatste project, Glitterbug, een montage van nostalgische Super 8-homevideo's uit de periode van 1970 tot 1986. Best tragisch, want in die jaren was hij nog hiv- en zorgeloos en had hij nog geen idee had dat hij ooit bij de meest vernieuwende regisseurs uit de geschiedenis zou horen. Interessanter is zijn laatste afgewerkte project, Blue uit 1993. Dat moet een van de radicaalste films aller tijden zijn: 79 minuten lang een onbeweeglijk scherm in Yves Klein-blauw. Niet om aan te zien natuurlijk, maar daar was het de bijna blinde Jarman net om te doen: hij liet de monochrome film drijven op een soundtrack van bizarre ziekenhuisgeluiden, bevreemdende synthesizermuziek en een innerlijke monoloog van hemzelf. Jarman, in één klap 'de Malevich van de cinema' genoemd, viel met zijn minimalistische testament nog in de prijzen op het filmfestival van Edinburgh. En ook op tv schreef de film geschiedenis: Blue werd integraal op BBC's Channel 4 uitgezonden en de soundtrack liep simultaan mee op BBC Radio 3. Een unicum. We zien het op Canvas en Klara niet meteen gebeuren. THIJS DEMEULEMEESTER