Film: *** *Extra's: * (A-Film)
...

Film: *** *Extra's: * (A-Film) Vooraleer de onverbeterlijke zeurkous in hem de bovenhand kreeg, maakte Wim Wenders een aantal felbejubelde films waarmee hij, samen met Rainer Werner Fassbinder en Werner Herzog, tot het triumviraat van de Duitse Neue Welle werd gerekend. Een van de beste films uit zijn betere jaren is Der Amerikanische Freund, naar de roman Ripley's Game van Patricia Highsmith. Wenders kan er ongehinderd zijn stokpaardjes in kwijt: de obsessionele mannelijke vriendschap; de fusie tussen Hollywoodcodes en Europese arthouseclichés; de morbide Teutoonse voorliefde voor aftakeling, dood en bederf; de klinische fascinatie voor aliënatie en neurose. Maar tegelijk verschaft Highsmith Wenders ook de thrillermechaniek die het oeverloos meanderen van zijn minder gestructureerd werk tot het minimum beperkt en aan zijn beklemmende vertelling een urgentie en dynamiek geeft die zijn meeste films ontberen. De mysterieuze Mr. Ripley is niet langer een Gatsbyachtige figuur met onvoorstelbare rijkdom en invloed maar een bizarre ritselaar, een Amerikaanse expat in Europa die zich onzeker beweegt in het schimmige wereldje van kunstvervalsers en machtsstrijd tussen gangsterbenden. De kern van de film is de door schuldgevoelens gedomineerde vriendschap tussen Ripley (Dennis Hopper) en de introverte lijstenmaker Jonathan (Bruno Ganz). Die laatste lijdt aan een ongeneeslijke bloedziekte en wordt na lang aarzelen bereid gevonden om in opdracht van een Franse tussenpersoon (Gerard Blain) twee huurmoorden te plegen in ruil voor een flinke som Duitse marken waarmee vrouw en kind na zijn dood comfortabel verder kunnen. Die eerste moord levert een bevreemdende scène op in het superbeveiligde (anno 1977 tenminste) nieuwe metrostation La Défense. De bewakingscamera's tonen hoe Jonathan zich na de moord uit de voeten maakt. We denken natuurlijk dat politiemensen de beelden bekijken en Jonathan betrapt zal worden, tot we ontdekken dat de kamer waar al de monitoren opgesteld staan leeg is. De misdaad wordt gewoon koeltjes geregistreerd zonder dat iemand er een oordeel over velt. Een echo naar de Fritz Lang van Die TausendAugen des Dr. Mabuse natuurlijk, zoals ook de tweede moord op de trein naar München claustrofobische suspense oplevert die niet alleen naar Lang maar ook naar Hitchcock verwijst (in wiens Highsmithverfilming Strangers on a Train alles draait om een noodlottige ontmoeting in een treincompartiment). Er zijn nog meer cinematografische spelletjes. Wenders' favoriete cameraman Robby Müller legt er in zijn schreeuwende kleurenfotografie de expressionistische effecten duimendik op. Wat dan weer scherp contrasteert met de anonimiteit van de decors, ongeacht of we ons in Parijs, München of New York bevinden. Geen enkele locatie speculeert op herkenbaarheid of toeristische fotogeniekheid. Alles speelt zich af in een onpersoonlijke wereld van dokken, pakhuizen, stations, hotels, roltrappen, liften en zielloze publieke ruimten waar een moord onopgemerkt voorbijgaat maar een uitzichtloze vriendschap even kan bloeien. Patrick Duynslaegher