Toen Departures vorig jaar de Oscar voor beste niet-Engelstalige film wegkaapte voor de neus van de Israëlische animatiedocumentaire Waltz with Bashir werden terecht nogal wat wenkbrauwen gefronst. Toch blijkt de keuze van de Academyleden uiteindelijk even logisch als verdedigbaar. Niet alleen is deze Japanse tragikomedie immers deugddoend klassiek en herkenbaar verpakt, met haar universele thema's als rouwen en afscheid nemen, p...

Toen Departures vorig jaar de Oscar voor beste niet-Engelstalige film wegkaapte voor de neus van de Israëlische animatiedocumentaire Waltz with Bashir werden terecht nogal wat wenkbrauwen gefronst. Toch blijkt de keuze van de Academyleden uiteindelijk even logisch als verdedigbaar. Niet alleen is deze Japanse tragikomedie immers deugddoend klassiek en herkenbaar verpakt, met haar universele thema's als rouwen en afscheid nemen, plus haar vleugje oosterse exotisme biedt ze een cocktail die de conservatieve Oscargilde nu eenmaal van oudsher gulzig naar binnen slurpt. Grote cinema hoef je niet te verwachten en recente Japanse exportproducten als Still Walking en Tokyo sonata waren eindeloos veel beter, al weet voormalig softpornomaestro Yojiro Takita met zijn meest mature en toegankelijke film tot nu toe de juiste, emotionele snaar te raken. Daarvoor zoomt hij in op Daigo, een thirtysomething die zijn carrière als cellist in duigen ziet vallen wanneer zijn orkest collectief richting stempellokaal wordt gedirigeerd. Gedesillusioneerd besluit hij dan maar om samen met zijn dociele eega terug te keren naar zijn geboortedorp op het Japanse platteland. Daar reageert Daigo op een kran-tenadvertentie in de overtuiging dat het om een vacature bij een reisbureau gaat. Tot hij verbaasd vaststelt dat hij in een uitvaartcentrum terechtkomt, waar hij de doden ritueel mag wassen en aankleden nog voor hij beleefd 'neen, bedankt' kan zeggen. Geheel conform de Japanse oldschool-cinema besteedt Takita de nodige aandacht aan de bucolische landschappen, waarin Daigo leert dat 'rouwen' en 'bezinnen' geeneens zulke lelijke werkwoorden zijn en zijn persoonlijke wonden ziet helen. Bovendien worden de traditionele begrafenisrites - waarbij de overledenen met een bijna necrofiele liefde worden opgemaakt voor de ogen van de nabestaanden - op een secure manier in beeld gezet, alsof Takita de jonge generaties wil herinneren aan de verlossende schoonheid ervan. Ergens lijkt het alsof de geest van Yasujiro Ozu discreet over de schouder van Takita meeloert, al valt het te betwijfelen of de sensei van het traditionele Japanse familiedrama er in zijn tijd ook zoveel groteske comedy, sentimentele muziekjes en postmoderne knipogen aan zou hebben toe- gevoegd. Al bij al een klein en bescheiden filmpje in vergelijking met Waltz with Bashir of Still Walking, maar Takita's pretentieloze classicisme weet best te charmeren. Dave Mestdach