Films: **** Extra's: ** (Moskwood)

De Poolse cineast Krzysztof Kieslowski schreef met coscenarist Krzysztof Piesiewicz een (wel heel) vrije bewerking van de Tien Geboden voor de Poolse televisie. Elke aflevering duurt ongeveer een uur. Delen vijf en zes kwamen in een langere versie in de bioscoop. Het waren deze A Short Film About Killing en A Short Film About Love die Kieslowski internationale faam brachten. De eerste, gebaseerd op het gebod 'Gij zult niet doden', veroorzaakte een ware shock. Een jonge advocaat (symbool voor het geweten en gekweld door vragen over gerechtigheid, leven en dood) krijgt voor zijn eerste zaak een jonge kerel toegewezen die een taxichauffeur wurgde met een touw. Hij kan de doodstraf niet verhinderen. Niet alleen etaleert de film een brutale moord in real time, ook de heel droogjes in beeld gezette executie is een waar gruwelkabinet. Killing is tevens het enige deel van de Dekaloog waar voortdurend maskers voor de lens en kleurfilters worden gebruikt. Ze verbeelden de tegelijk verwarde en berekende ingesteldheid van de adolescent-moordenaar. Het voortdurend aanwezige okergeel roept de zwavellucht op van de hel. Jean-Paul Sartres citaat 'L'enfer, c'est les autres' wordt bij Kieslowski letterlijk genomen. Ook - en zeker - in de liefde. In A Short Film About Love (over onkuisheid) begluurt een jonge postbediende zijn overbuur, die hem op een koele en nogal gênante manier 'ontmaagdt'.

Ondanks de vrij wrange en grimmige toon van de tien verhalen laat Kieslow-ski plaats voor humor en hoop. Terwijl deel tien, een verhaal over hebzucht, het dichtst bij de komedie aanleunt (de tragiek neemt uiteindelijk de bovenhand) sluit het eerste deel van de Dekaloog ('Gij zult geen afgoden vereren') het meest aan bij het religieuze bronmateriaal. Als een wetenschapper zijn zoon de onfeilbaarheid van de computer bijbrengt en die laatste vervolgens berekent of het ijs sterk genoeg is om te schaatsen, blijkt de rationaliteit van de wetenschap toch niet zaligmakend. In een vlaag van verdriet en woede vernietigt de vader een altaar vol kaarsen. Het vet van een omgevallen kaars drupt op een icoon van de madonna en maakt tranen onder haar oog. In een ander deel van de Dekaloog vecht een bij voor haar leven in een glas water en ontsnapt ze miraculeus aan de dood. Het zijn dergelijke poëtische beelden, waarin metafysica en alledaags drama samenvloeien, die het tienluik uniek maken. In zijn sobere en strakke vertelstijl laat Kieslowski plaats voor allerlei symbolen. Hij dringt ze niet op. Het zijn ogenschijnlijke, maar veelzeggende details. Hoe somber Kieslowski ook uit de hoek komt, uit elk beeld straalt de visie en de empathie van een zuivere humanist.

Piet Goethals