fondation cartier
...

fondation cartier BOULEVARD RASPAIL 261 IN PARIJS, TOT 30 OKTOBER. www.fondation.cartier.com Gevestigde kunstenaars die jong talent aanprijzen: doorgaans is het de ideale formule voor een tentoonstelling zonder een sprankje hoop. Sinds vorig jaar broedde ook Fondation Cartier op een dergelijk ei, maar dankzij een in de hand gehouden selectie en dito presentatie mondde J'en Rêve niet uit in een oncontroleerbare omelet. Het gebruikelijke onevenwicht - werk van beroemde artiesten tegenover dat van volslagen onbekenden - wordt omzeild door alleen het jeugdige peloton voor het voetlicht te halen. De bijdragen van de parrains blijven beperkt tot een zuinig woordje ter verantwoording; van hun kunst is nergens iets te vinden. Het selectiecomité kon kiezen uit een erg groot aanbod. Tijdens de voorbereidingen stuurden immers niet alleen kunstenaars, maar ook academies en allerlei andere instanties pakketjes in, waardoor er meer dan duizend portfolio's op de selectietafel terechtkwamen. Uitkomst is een tentoonstelling die over de hele lijn fris blijft en af en toe piekt met een extra verrassende installatie. Maar wie kiest wie? Opvallend genoeg zijn de sterkste nummers zelden geselecteerd door de beste kunstenaars. De grote kanonnen kiezen dikwijls in het verlengde van hun eigen werk, vaak een afgeleide of verwaterde versie van wat ze zelf doen. Niettemin zijn er kunstenaars die wel degelijk talent opvissen, al staat het bijbehorende werk dan meestal haaks op dat van de ancien. En dan zijn er nog de spontane sollicitaties. Zo moet de met kop en schouders boven alle anderen uitstekende Ham Jin het zonder peter stellen. De Koreaan is in het verste en diepste hoekje van Fondation Cartier te vinden met een sneeuwwit en ogenschijnlijk leeg kamertje. In ruil voor een paar schoenen krijg je een vergrootglas waarmee je microscopische sculptuurtjes kunt bekijken: muggen die een krant lezen, vliegen met brilletjes en andere hulpstukken en krekels van een paar millimeter die huiselijke klussen afwerken. Alessandro Mendini liet zijn oog vallen op Zoë Mendelson. Een verdedigbare keuze, want de Britse brengt het er stevig af met omzichtig getekende, levensgrote porno op de muur. Drag-kunstenaar Yasumasa Morimura (een van zijn vele activiteiten is het verschijnen als Marilyn Monroe, Japanse versie) koos voor de konijntjes van Sako Kojima. Zijn studente kon hem lang niet overtuigen, tot ze de psychedelische kinderwereld adopteerde die ook hier uit de band springt. Takashi Murakami selecteerde een weliswaar lieftallige maar ook wat slordige volgeling (Mahomi Kunikata), en Gary Hill komt een tikje schaapachtig met zijn dochter Anastasia Yümeko op de proppen. Twee bevindingen: bij echt getalenteerde kunstenaars zit het al van in het begin snor en wat ze afleveren, verschilt kwalitatief niet zo erg veel van wat hun oudere collega's presenteren. Jong of kalend: het zit hem in de vingers, veel minder in de ervaring. Els Fiers