Hoe vrij is een mens eigenlijk om te worden wat hij wil? En wat is onze verantwoordelijkheid als we daar niet in slagen? In De werkende mens laat documentairemaker Lode Desmet zes weken lang de camera langs werkende mensen, van vroeger en nu, glijden. Hij schuurt langs stukgevallen dromen en blijft haken aan omstandigheden die de keuze om je hart te volgen beperken.
...

Hoe vrij is een mens eigenlijk om te worden wat hij wil? En wat is onze verantwoordelijkheid als we daar niet in slagen? In De werkende mens laat documentairemaker Lode Desmet zes weken lang de camera langs werkende mensen, van vroeger en nu, glijden. Hij schuurt langs stukgevallen dromen en blijft haken aan omstandigheden die de keuze om je hart te volgen beperken. Zo is Bastien vijftien minuten te laat geboren om ooit de man te worden die hij wil zijn: zuurstoftekort verlamde een deel van zijn hersenen. Zijn tweelingzus kwam wel heelhuids op de wereld. Zij fladdert haar hart achterna terwijl Bastien moeite doet om het penseel in zijn altijd trillende handen onder controle te houden. Rocco heeft dan weer zijn leven te danken aan zijn gestalte van een meter vijftig. In het concentratiekamp waar hij als Italiaanse dienstweigeraar belandde, waren het de lange mannen die er met bosjes onderdoor gingen. Een lijf van anderhalve meter heeft niet veel voedsel nodig. 'Het is zoals met auto's', vertelde Rocco. 'Een grote verbruikt altijd meer.' Rocco kapte steenkool in de mijnen, leerde schoenen herstellen, maar over de job van zijn dromen, nee, daar brak hij zich het hoofd niet over. Als een bioloog in de jungle, zo wil Desmet de arbeidende mens in zijn natuurlijke habitat bestuderen. Een beetje wat Neveneffecten zoveel jaar geleden voor de grap probeerde, maar dan in het echt. Het levert bij momenten ouderwets ogende schooltelevisie op. Zeker als Desmet in de ton archiefbeelden grabbelt om te illustreren dat we voor de industriële revolutie allemaal boeren waren en dat met de welvaart ook de keuzemogelijkheden toenamen. De plaatjes van fietsende arbeiders van Marie Thumas vertragen de al kabbelende reportage alleen maar. Voor Desmet is het een manier om vragen van toen in het nu te verweven. Zo stelt hij vast dat kinderen vroeger gewoon meedraaiden op een boerderij, waar ze zagen wat werk was. Nu hebben kinderen amper een idee van wat hun ouders doen, laat staan dat ze weten wat werken is. Het maakt het antwoord op de vraag 'wat wil je later worden?' er enkel ingewikkelder en abstracter op. Veel jobs zijn simpelweg onzichtbaar geworden. Heeft een kind ooit een opstel geschreven over 'ik wil in de administratie van een multinationaal bedrijf werken'? Nochtans is dat de plek waar veel mensen later zullen belanden. Een keuze of een noodzaak? Desmet bestudeert de vraag niet vanuit een financieel-economisch oogpunt maar met een filosofisch vergrootglas. Wat is zinvol werk? Kan dat enkel de job van onze dromen zijn of kan het ook de job zijn die tijd maakt voor al het andere wat ons hart verlangt? In plaats van de jacht op werklozen te openen, is het niet slecht om nu en dan stil te staan bij de vraag: waarom werkt een mens eigenlijk? ''t Zijn zotten die werken', floot mijn vader altijd als hij op zaterdagochtend van de trap huppelde. Maar wie is er zot? Hij die werkt voor het geld, hij die werkt omdat het moet of hij die werkt omdat hij het zo graag doet dat hij geen tijd meer heeft voor iets anders?*** ,elke dinsdag, 20.40, CanvasDOOR TINE HENSDE WERKENDE MENS BESTUDEERT ZIJN ONDERWERP IN ZIJN NATUURLIJKE HABITAT. EEN BEETJE WATNEVENEFFECTEN ZOVEEL JAAR GELEDEN PROBEERDE, MAAR DAN NIET VOOR DE GRAP.