Eerste zin Op de luchthaven RAF Northolt bij Londen kregen maar weinig toestellen toestemming om op te stijgen.
...

Eerste zin Op de luchthaven RAF Northolt bij Londen kregen maar weinig toestellen toestemming om op te stijgen. De Amerikaanse Annabel Werner wacht in Zwitserland op haar man, een topbankier bij Swiss United. Wanneer zijn vliegtuig neerstort, ontdekt ze dat een achternicht van Syrisch president Assad bij hem was. Een ongeluk? Moord? Iets anders? Journaliste Marina, bijna-schoondochter van de Democratische presidentskandidaat in de VS, krijgt een explosieve geheugenstick over de geheimen van Swiss United in handen, dat gespecialiseerd is in smerig geld van de machtigen en gevaarlijken der aarde wegsluizen. Terroristen, gangsters en wereldleiders parkeren zo offshore hun geld. Assad is een van hen, en ook Marina's schoonvader komt in het vizier. Heel wat keurige bankiers, zo blijkt, zijn bovendien niet vies van bloed aan eigen handen. Omdat offshorebankieren naast een smerige ook een vrij saaie materie is, mikt Alger nog meer dan in De Darlings van New York op romantiek die zo uit soaps als Dynasty lijkt weggelopen. De mannen zijn schrikwekkend knap, smoorverliefd en hartstochtelijk trouw aan hun papierdunne vrouwen - 'fat' blijkt in de wereld der rijken nog altijd een 'feminist issue' te zijn - die ze overladen met cadeaus, maar bij wie ze nooit een erectie krijgen. Als thriller is dit boek niet spannend genoeg, als het als chicklit is bedoeld, zullen weinig vrouwen zich erin herkennen, en het is zeker geen satire zoals Het vreugdevuur der ijdelheden. Het leest wel als een trein en brengt mensen met zwart geld beslist op creatieve ideeën.