Eerste zinnen Haar man is bijna thuis. Ditmaal zal hij haar betrappen.
...

Eerste zinnen Haar man is bijna thuis. Ditmaal zal hij haar betrappen. Anna komt nooit buiten. Ze drinkt, kijkt oude zwart-witfilms, slikt medicijnen tegen haar angsten en haar depressie en houdt met haar camera haar chique buurt in New York in de gaten. Boodschappen worden aan huis geleverd en haar fysiotherapeute en psychiater komen ook naar haar toe. Vroeger was ze een succesvolle kinderpsychologe. Haar vaardigheden gebruikt ze nu om online advies aan lotgenoten te geven. Waarom ze dit leven leidt, is lang niet duidelijk. Met haar man en kind heeft ze alleen telefonisch contact en niemand schijnt goed te weten waar die zich bevinden. Wanneer ze de nieuwe buurvrouw bebloed ziet rondkruipen, belt ze de alarmlijn. Anna vermoedt dat de vader gewelddadig is, maar niemand wil haar geloven: de bebloede vrouw is niet te vinden en Anna's toch al fragiele geest worstelt steeds duidelijker met ernstige waanbeelden. Tolstoj kraamde flauwekul uit, zegt Anna's mentor op een bepaald moment in het boek: 'Geen gezin, gelukkig of ongelukkig, is als een ander.' Die gedachte vormt de rode draad in dit intense, erg sfeervol debuut waarin de filmverwijzingen extra hints bevatten over wat er aan de hand is. En dat blijkt angstaanjagender dan je denkt.