Sokal
...

SokalCasterman, 95 blz., euro18 Sinds de allereerste albums van Inspecteur Canardo hebben wij een zwak voor de Fransman Benoît Sokal. Hij studeerde in Brussel met François Schuiten en zette zijn generatie mee op de kaart door middel van zijn zuipende eend-detective die hij naar Peter Falk in de tv-serie Columbo modelleerde. Bij de eerste albums van Canardo zitten enkele pessimistische klassiekers die veraf staan van de klassieke whodunit, maar de laatste twintig jaar verscheen er niet veel Sokalmateriaal meer om blij van te worden. Canardo werd een haast industriële reeks - een van negentien albums intussen - waarin het karakteristieke pessimisme beperkt bleef tot een laagje vernis. Als Sokal daarnaast al eens iets anders probeerde, kon hij niet echt overtuigen. Geen wonder dus dat we wantrouwig uitkeken naar Kraa, een episch tweeluik over een indianenjongen die als laatste van zijn stam overblijft en zich erg verbonden voelt met een grote arend. In de personages krijgt Sokals wantrouwen in de medemens volop vrij spel. Een groep gewapende begeleiders van een wetenschappelijke prospectie gedraagt zich haast zonder aanleiding als gewetenloze moordenaars. Een lokale indianenstam die project-ontwikkelaars in de weg kan staan, wordt stante pede uitgeroeid. Ook de naïeve types die zich door de geweldenaars laten overtroeven, herkennen we uit Canardo. Het al honderden keren gerecycleerde schema van het verhaal - de natuur en de indianen tegen de misdadige predikers van de vooruitgang - had ons mateloos kunnen storen, maar Sokal krijgt ons onderweg toch mee. Dat ligt ten dele aan de tekeningen, die we bij hem al lang niet meer zo uitgewerkt en raak hebben gezien, maar vooral aan de portrettering van de machtige arend Kraa. Sokal laat hem een eigen meedogenloze logica ontwikkelen die als innerlijke monoloog tussen de gebeurtenissen in de mensenwereld door wordt gepresenteerd. Van de arend gaat een constante dreiging uit, waardoor we ons voor het afsluitende tweede deel, dat begin volgend jaar moet verschijnen, nu al op een bloedige afrekening met de indianenmoordenaars verheugen. En zo herkennen we Sokal weer: vogels (eenden én arenden) staan bij hem duidelijk op een beter blaadje dan mensen. Gert Meesters