Eerste zin Ik wilde je iets over mezelf vertellen, totdat ik besefte dat dat niet kan zonder over mijn broer te vertellen, over Thomas, en dat is iets wat me, ook nu nog, eigenlijk hoe langer hoe meer, moeite kost.
...

Eerste zin Ik wilde je iets over mezelf vertellen, totdat ik besefte dat dat niet kan zonder over mijn broer te vertellen, over Thomas, en dat is iets wat me, ook nu nog, eigenlijk hoe langer hoe meer, moeite kost. Mathis is een succesvolle fotograaf die van de ene locatie naar de andere reist, van Londen naar New York en dan terug naar Parijs. Waar is hij toch naar op zoek, zou je je kunnen afvragen. Of waar is hij voor op de vlucht? Want wat hij vertoont, is wel degelijk vluchtgedrag, voor zijn verleden, maar nog veel meer voor die spiegel die bij hun moeder thuis in Friesland altijd op hem zit te wachten: zijn tweelingbroer Thomas, die zes minuten na hem geboren werd, door zuurstoftekort meervoudig gehandicapt en spastisch is en daardoor aan zijn rolstoel gekluisterd. Dat dat zuurstoftekort wel eens veroorzaakt zou kunnen zijn doordat hun moeders baarmoeder na Mathis' geboorte samentrok, en hij dus verantwoordelijk zou zijn voor de toestand van zijn broer, maakt het nog zwaarder om dragen. Nowelle Barnhoorn, die een paar jaar geleden debuteerde met het opzienbarende Schemerdieren, beschrijft in haar nieuwe roman hoe de vaderloze Thomas en Mathis uit elkaar groeien, een beetje zoals de mannen uit de tweelingparadox uit de fysica. Stel dat de ene helft van een tweeling hier op aarde blijft en de tweede een ruimtevlucht maakt met een snelheid die die van het licht benadert, zegt die paradox, dan zal bij terugkomst de tweede jonger zijn dan de eerste. Zo gaat het ook met Mathis en Thomas. Terwijl de een in Utrecht gaat studeren, blijft de ander achter bij moeder. Mathis groeit en doet nieuwe ervaringen op. Thomas kan alleen maar denken aan de mooie momenten die ze als kind samen beleefden. Zijn leven is voorbij nog voor het kan beginnen en hij is veroordeeld tot een eeuwige kindertijd, wat Barnhoorn pijnlijk duidelijk maakt wanneer ze hem in een woonzorgcentrum terecht laat komen, waar hij samen met een jongen met een waterhoofd 'hoofd, schouders, wiel en frame' zingt. Maar is Mathis er wel zo veel beter aan toe, vraagt Barnhoorn zich af in deze psychologisch ijzersterke roman. Zijn eerste seks loopt immers uit op een sisser doordat hij Thomas vanuit een hoek van de kamer voelt meekijken en van iedere brief die hij van hem krijgt, is hij een paar dagen niet goed.