Filip Keyaert: Ik ben van 1978 en als kind vond ik de eighties fantastisch, zorgeloos. Pas als volwassene besef je dat het de jaren waren van de CCC, de kernwapenwedloop, werkloosheid... Het is die zwartgallige sfeer die over mijn roman hangt, maar nonsensicale humor zorgt wel voor contrast. Mijn hoofdpersonage baat een videotheek uit. In mijn jeugd was dat een baken van entertainment, een nirwana waar het licht van afstraalde. Ik moest tien kilometer fietsen en trad dan een wereld binnen zonder taboes. Niet dat alle films even kwalitatief waren. (lacht)
...

Filip Keyaert: Ik ben van 1978 en als kind vond ik de eighties fantastisch, zorgeloos. Pas als volwassene besef je dat het de jaren waren van de CCC, de kernwapenwedloop, werkloosheid... Het is die zwartgallige sfeer die over mijn roman hangt, maar nonsensicale humor zorgt wel voor contrast. Mijn hoofdpersonage baat een videotheek uit. In mijn jeugd was dat een baken van entertainment, een nirwana waar het licht van afstraalde. Ik moest tien kilometer fietsen en trad dan een wereld binnen zonder taboes. Niet dat alle films even kwalitatief waren. (lacht)Hoe heeft je cinefiele voorkeur zich uiteindelijk ontwikkeld? Keyaert: Ik ben een fervent liefhebber van de oude Italiaanse en Franse cinema, met neorealisten zoals Visconti en De Sica. Ladri di biciclette: schitterend. Maar Italië heeft ook een weergaloze b-filmindustrie gehad die de grote Amerikaanse politiefilms zoals The French Connection namaakte, weliswaar met maar een honderdste van het budget. Veel daarvan staat in de videotheek die ik hier thuis heb nagebouwd, en waar ik me nog altijd kostelijk mee amuseer. Welke parel is daar onlangs aan je netvlies gepasseerd? Keyaert: Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) van Chantal Akerman, over een moeder die in Molenbeek samenwoont met haar tienerzoon en zich moet prostitueren om de eindjes aan elkaar te knopen. Klinkt melig, maar je wordt onverbiddelijk gegrepen door de triest- en rauwheid. Voor mij is dat een van de twee beste Belgische films ooit gemaakt. De andere is Marc Diddens Brussels by Night - in mijn boek pakt het hoofdpersonage die videodoos uit de rekken en geeft er een kus op, dat zegt genoeg. (lacht)Aan je roman is een playlistje gekoppeld met puik bruut geweld van Circle Jerks, Minor Threat en Bad Brains. Keyaert: Mijn hoofdpersonage en zijn vriend zijn punkers, in de zin van non-conformisten. Ik ben gebeten door film en literatuur, maar bij het schrijven van mijn boek stelde ik me bij bepaalde scènes een soundtrack voor, vandaar. Nog altijd luister ik graag naar keiharde Brusselse hardcore van Deviate en Down but Not Out. Maar ik duw even graag Edith Piaf in de cd-speler. Al heb ik de jongste tijd vooral gelezen. Vertel! Keyaert: Een boek dat ferm is binnengekomen, is De laatste zomer in de stad van Gianfranco Calligarich, over een onmogelijke liefde. Ook De onsterfelijken van Chloe Benjamin heeft indruk gemaakt. Vier kinderen krijgen bij een waarzegster hun sterfdatum te horen. Waarna je wordt meegezogen in de verschillende manieren waarop elk van hen daarmee omgaat. Tot slot: De wetten van de melancholie van Georgi Gospodinov, puur escapisme, een sprookje voor volwassenen. Weet je, mijn liefde voor de Nederlandse taal is zo groot dat ik die op jonge mensen wil overdragen, hen wil verwonderen. Daarom heb ik de voorbije jaren ook gewerkt aan een jeugdboekenreeks. Wordt vervolgd!