Eerste zin Ik herinner me dat ik de deurposten schuurde, dat ik spierpijn had, mijn vingers kapot waren, dat ik het hout blanker en gladder zag worden en ik zeker wist dat ik gelukkig was.
...

Eerste zin Ik herinner me dat ik de deurposten schuurde, dat ik spierpijn had, mijn vingers kapot waren, dat ik het hout blanker en gladder zag worden en ik zeker wist dat ik gelukkig was. Jacob is koster in een klein klooster dat steeds minder broeders telt en de lege cellen vult met leken op zoek naar zin. Wanneer op een dag de in een schandaalsfeer afgetreden politicus Henry Loman voor de deur staat, lijkt die zich minder aangetrokken te voelen tot de broeders dan tot Jacob. Steeds vaker trekken ze samen op, zitten ze te praten in de tuin of gaan ze samen naar de kerkelijke vieringen in de aanloop naar Pasen. 'Mijn spirituele held is Paulus,' vertrouwt Henry de koster toe, 'de man die dwaalde maar op het rechte pad kwam.' Eindelijk iemand die me waardeert voor wie ik ben, zo gaat Jacob mee in zijn verhaal, en dat misschien wel voor het eerst in zijn leven. Jacob is immers geboren met een scheef gezicht en een slecht gehoor. Als de buurkinderen indertijd moedertje en vadertje speelden, kreeg hij steevast de rol van de hond - hij was blij dat hij überhaupt een rol kreeg. Nu heeft hij weer een rol, beseft hij, want net zoals hij het hout van de kapel tijdens het schuren blanker en gladder ziet worden, wil hij ook het innerlijk van Henry een opfrissing geven. Esther Gerritsen diept de groeiende relatie tussen Jacob en Henry sereen uit, met respect voor hen en hun ideeën. Zelden lazen we een roman waarin zo overtuigend en oprecht een gelovig personage werd neergezet. En waarin de schoonheid van het geloof ernstig wordt genomen. Hoe weinig vertrouwd wij daar nog mee zijn, merk je op iedere pagina. Toch exotisch, denk je dan, zo onvoorwaardelijk meegaan in een symbolische wereld die dwars op de onze lijkt te staan. Gerritsen legt haar personages daarbij geen woord te veel in de mond. Binnen de muren van een klooster kun je met weinig woorden immers heel wat zeggen. Zoals een visser een vis binnenhaalt, lijkt Jacob Henry steeds meer voor zichzelf en het geloof te winnen, tot er niet ver van het klooster een heidense popverbranding doorgaat en zowel de koster als de politicus elk op hun manier volledig uit de bol gaan.Marnix Verplancke