Wat u ook denkt van een kater die jaloers is op twee vers geadopteerde poesjes, de kans is klein dat u er zoals Joann Sfar een parallel in ziet met Europese reacties op de vluchtelingencrisis. Zoals vanouds gebruikt...

Wat u ook denkt van een kater die jaloers is op twee vers geadopteerde poesjes, de kans is klein dat u er zoals Joann Sfar een parallel in ziet met Europese reacties op de vluchtelingencrisis. Zoals vanouds gebruikt de auteur zijn pratende kat, rabbijn Sfar en diens dochter Zlabya voornamelijk om te filosoferen over godsdienstige tolerantie en over bizarre aspecten van joodse, christelijke en islamitische culturen. Wanneer de moskee van imam Sfar, een neef van rabbijn Sfar, onder water loopt, moet een nieuwe plek gezocht worden voor het gebed. Het aanvankelijke plan om de dienst dan maar samen voor moslims en joden te organiseren, valt letterlijk in het water als ook de synagoge overstroomt. Sfars improviserende stijl levert nog altijd heerlijke retorische vondsten op, vooral wanneer hij extremisten van verschillende godsdiensten laat verbroederen dankzij hun wederzijdse onverzettelijkheid of wanneer de kat de woordvoerder wordt van de bange blanke West-Europeaan.