Het verbond stond in de sterren geschreven. Bij zijn release was Tron een baanbrekend staaltje toekomstcinema, waarin een computergestuurde wereld tot leven werd gebracht dankzij een voor die tijd ongeziene combinatie van liveaction en animatie. En tot nader order geldt Daft Punk vandaag als een van de grootste elektronische muziekacts ter wereld: hun zelfgeschapen half analoge, half digitale universum houdt immers het midden tussen de originele Battlestar Galactica, een Japanse mangafilm en een buitenaardse raveparty.
...

Het verbond stond in de sterren geschreven. Bij zijn release was Tron een baanbrekend staaltje toekomstcinema, waarin een computergestuurde wereld tot leven werd gebracht dankzij een voor die tijd ongeziene combinatie van liveaction en animatie. En tot nader order geldt Daft Punk vandaag als een van de grootste elektronische muziekacts ter wereld: hun zelfgeschapen half analoge, half digitale universum houdt immers het midden tussen de originele Battlestar Galactica, een Japanse mangafilm en een buitenaardse raveparty. Neen, ze zijn niet de eerste elektronische muzikanten die stappen in de filmwereld wagen. Al eind jaren 60 zagen veel regisseurs en filmproducenten brood in de uitgebreide mogelijkheden van de eerste synthesizers. Die repetitieve, elektronisch gestuurde soundscapes op het witte doek inspireerden dan weer een hele generatie producers en dj's - denk aan de cyberverslaafde technopioniers uit Detroit, hiphopproducers op zoek naar obscure breaks of discodetectives op de uitkijk naar geheime dansvloerwapens. Daft Punk gaat dus enkele beruchte voorgangers achterna, al zijn de Franse robotten wel de eersten om een cameo te versieren. De futuristische score van de eerste Tron-film staat op naam van Wendy Carlos, de in 1939 als Walter Carlos geboren synthpionier en een goede vriend(in) - én klant - van Robert Moog, uitvinder van de Moogsynthesizer. In 1968 had hij al voor een doorbraak in de elektronische muziek gezorgd, toen hij met Switched-on Bach het eerste album uitbracht waarop klassieke composities door elektronische instrumenten worden uitgevoerd. Dankzij die mijlpaal kreeg hij drie jaar later de plek van uitvoerder/componist voor Stanley Kubricks A Clockwork Orange. Zijn desoriënterende mix van bekende klassieke stukken en psychedelische elektronica zette de onbehaaglijke sfeer van Kubricks schandaalfilm uitstekend in de verf. Het mag dus een klein wonder heten dat Disney in 1982 uitgerekend de intussen van geslacht veranderde Carlos in huis haalde om het prestigeproject Tron muzikaal te ondersteunen. Het eindresultaat is een curieuze versmelting van Wendy's computergestuurde melodieën en de strijkers van het prestigieuze London Philharmonic Orchestra - een procedé dat Daft Punk 28 jaar later overdeed door voor de sequel hun gesofisticeerde machinerie aan een negentig man tellend orkest te koppelen. Eén jaar nadat de Italiaanse producer voorgoed de koers van de moderne dansmuziek veranderde met de monsterhit I Feel Love van Donna Summer, won Moroder zijn eerste Academy Award voor de soundtrack van Alan Parkers gevangenisdrama Midnight Express (1978). Het instrumentale themanummer van de film heet The Chase, en lijkt met zijn bezwerende arpeggioakkoorden, maar zonder Summers orgastische gospelstem wel het slechtgezinde spiegelbeeld van voornoemd discosucces. Voor velen is dit de big bang van Hi-NRG - de snelle mechanische variant van disco - en de dj's van toen draaiden het titelnummer met zwier de hitlijsten in. De besnorde studiogoeroe zou nadien nog soundtracks bedenken voor klassiekers als American Gigolo (1980) - weet u nog: Call Me met Blondie? - en Scarface (1983). Dat jaar won hij trouwens een tweede Oscarbeeldje, en wel voor de song Flashdance... What A Feeling van Irene Cara uit de gelijknamige dansprent . In 1984 nam Giorgio's liefde voor het scherm een nieuwe wending, toen hij Metropolis, Fritz Langs expressionistische dystopie uit 1927, van een nieuwe klankband voorzag. Een controversieel huzarenstukje waarvoor hij samenspande met popsterren als Freddie Mercury en Pat Benatar en waarmee hij ook Jeff Mills inspireerde - 27 jaar later deed die elektrowizard hem fijntjes na. Zijn naam bekt als die van een vergeten Tourwinnaar of racemotorenfabrikant, maar in de elektronische muziekwereld boezemt Claudio Simonetti angst in. Dat heeft alles te maken met de stichtende rol die de man speelde in Goblin, zeg gerust het huisorkest van de Italiaanse horrormeester Dario Argento. Het kwartet voorzag diens griezelfestijnen als Profondo rosso (1975) en Susperia (1977) van de nodige laag muzikale suspense, en vooral de intense keyboardpartijen van Simonetti werden later gretig uitgepluisd door samplejagers. Zo baseerde het Franse duo Justice zich in 2007 voor zijn single Phantom op de begintonen van Argento's Tenebrae (1982) en laten knoppendraaiers als Joakim en Mickey Moonlight geen kans onbenut om de groep te bewieroken. Dreigende instrumentals waren hun handelsmerk, en in 1978 vond Goblin een nieuwe broodheer in George A. Romero voor zijn zombie-epos Dawn Of The Dead. De studio-ervaring die Simonetti in het horrorcircuit opdeed, kwam hem goed van pas bij zijn andere hobby: italo-disco! Yep, de bloeddorstige componist vond in de vroege jaren 80 met projecten als Easy Going, Crazy Gang en met zangeres Vivien Vee even vlot zijn weg naar de dansvloer als naar de slachtbank. Horrorfilms en synthesizers: dat zijn twee handen op een geperforeerde, darmen spuwende buik! Niemand weet dat beter dan John Carpenter. De Amerikaanse cineast zat niet alleen in de regisseursstoel van B-klassiekers als Halloween (1978), Escape From New York (1981) en The Fog (2005), de onverschrokken multitasker nam steevast ook de muziek voor zijn rekening. Carpenter monteerde zijn films op slepende, minimalistische dreunen met subtiele toonwisselingen, maar tot zijn eigen verbazing groeiden sommige van zijn composities tot clubklassiekers uit. Het titelnummer van Assault On Precinct 13 (1976) bijvoorbeeld, werd een danshit in Europa - wel onder de naam van de Duitse postertitel The End. Er werd zelfs een aangepaste 'clubversie' op maxisingle gestanst om dj's van dienst te zijn. In de Belgische New Beat-scene werd de soundtrack van Escape From New York (1981) dan weer bijzonder gesmaakt. Onder meer hiphoppionier Afrika Bambaataa en Tricky sampleden Carpenters synthetische huisvlijt en het Franse duo Zombie Zombie bracht eerder dit jaar, niet toevallig rond Halloween, een volledige ep met coverversies van de man op de markt. Of de nu 62-jarige regisseur met zijn nieuwste prent The Ward dit jaar een aanslag op uw iPod pleegt, valt nog af te wachten. Vraag aan een willekeurige technoproducer in de VS wat diens favoriete film is en de kans is groot dat het antwoord Blade Runner luidt. Het groezelige, door opgejaagde androids bevolkte sf-meesterwerk van Ridley Scott sprak in 1982 tot de verbeelding van de technovoortrekkers in het industriële braakland van Detroit, niet het minst dankzij de meeslepende soundtrack van Evangelos Odysseas Papathanassiou, kortweg Vangelis. De Griekse multi-instrumentalist is al actief sinds de jaren 60 en een geboren groovemeister. Hij debuteerde samen met Demis Roussos in de progrockband Aphrodite's Child, wiens conceptalbum 666 een weelde aan vreemde, kronkelige drumbreaks biedt die zelfs het tenenkrullende eurohousegezelschap Scooter wisten te inspireren. De single Let It Happen uit 1973, te vinden op het solo-album Earth, is dan weer in ontelbare edits een favoriet in de balearic house scene, zozeer zelfs dat de Noorse discoprins Lindström dit jaar een coverversie opnam op zijn album Real Life Is No Cool. Toch is het als synthesizercomponist dat Vangelis het meeste potten breekt: voor het bombastische titelnummer van de olympische sage Chariots Of Fire mocht hij in 1981 zelfs een Oscar in ontvangst nemen. Vangelis' stempel reikt zo ver dat, althans volgens Vito De Luca van Aeroplane, bepaalde vintage synths zijn uitgerust met voorgeprogrammeerde ' Blade Runner-plug-ins'. De Duitsers mogen in dit lijstje natuurlijk niet ontbreken, en zeker niet de legendarische krautrockers van Tangerine Dream. De band zag eind jaren 60 het licht als een door The Beatles geïnspireerde, psychedelische rockgroep, maar bouwde later, net als Kraftwerk, zijn eigen synthesizers. Onder meer synthkeizer Klaus Schulze en ambientpeetvader Conrad Schnitzler maakten ooit deel uit van de line-up. Meer dan twintig soundtracks heeft Tangerine Dream op zijn conto, met als bekendste ongetwijfeld Risky Business, de kaskraker uit 1983 met een nog erg groene Tom Cruise en Rebecca De Mornay als vleesgeworden natte droom. Het hypnotiserende Love On A Real Train groeide uit tot een klassieker en werd onlangs nog door de sympathieke Kortrijkzanen van Goose aangestipt als een belangrijke invloed op hun album Synrise. De Schotse danceproducer Williams ging nog een stapje verder door de bewuste track twee jaar geleden van kop tot staart de 21e eeuw in te katapulteren. Andere zinnenprikkelende filmtitels uit Tangerine Dreams catalogus zijn Sorcerer (1977) van The Exorcist-regisseur William Friedkin en de paranormale thriller Firestarter (1984, met een jonge Drew Barrymore). Tegenwoordig worden de Duitse dino's dankzij hun uitgestrekte klanktapijten lacherig als new age bestempeld, maar de Britse raveheld LFO zette in zijn houseklassieker What Is House? Tangerine Dream toch maar lekker op gelijke hoogte met elektronica-iconen als Mr. Fingers, Krafwerk, Depeche Mode en Yellow Magic Orchestra. Die Japanse synthpopgroep telde eind jaren 70 trouwens Ryuichi Sakamoto in de rangen, later zelf een gelauwerd filmcomponist voor onder meer Merry Christmas, Mr. Lawrence (1983) en Bernardo Bertolucci's The Last Emperor (1987). Maar zo blijven we bezig. Check online de vijftien meest dansbare soundtrackcomposities! EXTRA OP KNACKFOCUS .BEDoor Jonas Boel