Een slordige twintig jaar geleden begon Philip Glass, een van de grootste hedendaagse componisten, aan een nieuwe score voor La Belle et la Bête, het surrealistisch meesterwerk uit 1946 van de Franse artistieke duizendpoot Jean Cocteau. Het project groeide uiteindelijk uit tot een opera, een gekkenwerk dat een chirurgische precisie vereiste: het publiek zag de film zonder geluid geprojecteerd op de achtergrond, terwijl het ensemble van Glass de nieuwe soundtrack speelde. Acteurs z...

Een slordige twintig jaar geleden begon Philip Glass, een van de grootste hedendaagse componisten, aan een nieuwe score voor La Belle et la Bête, het surrealistisch meesterwerk uit 1946 van de Franse artistieke duizendpoot Jean Cocteau. Het project groeide uiteindelijk uit tot een opera, een gekkenwerk dat een chirurgische precisie vereiste: het publiek zag de film zonder geluid geprojecteerd op de achtergrond, terwijl het ensemble van Glass de nieuwe soundtrack speelde. Acteurs zongen de originele tekst, synchroon met de mondbewegingen in de film. 'Het publiek had bij elke vertoning tien minuten nodig om te beseffen wat er gaande was', zegt Glass. 'Niemand heeft me dit ooit nagedaan.' Voor hij aan zijn bewerking kon beginnen, had Glass eerst de toestemming van de rechtenhouders nodig. Niet echt moeilijk, aangezien bijna alle betrokken personen al het hoekje om waren. Cocteau was toen al ruim dertig jaar dood en van de acteurs leefde enkel nog Jean Marais, de muze en partner van Cocteau. 'En er was ook nog een dame die beweerde dat ze la Belle speelde in de film. Of ze de waarheid sprak, heb ik nooit geweten, maar ze heeft in ieder geval haar toestemming gegeven.' De componist van de originele score, Georges Auric, was ook net gestorven, maar 'ik ontmoette wel een achttienjarig meisje', zegt Glass. 'Zij was zogezegd zijn weduwe. Ook hier weet ik niet of het waar was, maar ze gaf groen licht, dus vond ik het best.' Het succes van de vele bewerkingen van het traditionele sprookje bewijst dat oude verhalen nieuw en fris kunnen blijven. 'Sterker nog: zonder interpretatie gaat het stuk dood', beweert Glass. Hij zoekt de verklaring voor het oneindig aantal reproducties van bestaande werken in de ideeënleer van Plato. 'Vroeger dacht ik dat de echte maker van een stuk de componist of de auteur was en dat de bewerker een secundaire rol speelde. Nu besef ik dat de interpretator zo'n drastische creatieve bijdrage kan leveren, dat we moeten nadenken over wat het stuk nu eigenlijk is. Er zijn al duizenden interpretaties geweest van Carmen en al die interpretaties samen vormen een consensusidee over hoe het stuk er moet uitzien. Maar toen Peter Brook een nieuwe versie maakte, besefte je dat de consensus niet meer klopt. Het platonische concept 'Carmen' is niet voltooid en zal nooit voltooid worden. Dat is de kracht van herinterpretatie: je voegt je eigen achtergrond en geschiedenis toe aan een stuk, maar je realiseert je dat de volledigheid nooit bereikt wordt.' DOOR STEFAAN WERBROUCK