Thomas Rosenboom, Querido, 252 blz., euro 19,95.
...

Thomas Rosenboom, Querido, 252 blz., euro 19,95. Wanneer Lou en Eddie in 1973 samen het secundair onderwijs verlaten, weten ze meteen wat ze zullen gaan doen. Studeren hebben ze geen zin in, dus wordt het de bijstand. Gave carrière, merkt de een tegen de ander op, en meteen netjes een vast loon. En waar ze het allebei over eens zijn: je hebt tijd zat om er nog iets naast te doen. Als lezer zit je nog maar twee pagina's ver in de nieuwe roman van Thomas Rosenboom en de toon is al gezet voor wat zal volgen: een goed lopend verhaal, gespijsd met spitse kwinkslagen en een flinke dosis goed gevoel. Eddie wil journalist worden en gaat uiteindelijk bij de Gelderlander aan de slag, wat natuurlijk de Volkskrant niet is, zoals hij het zegt, maar hij kent zijn plaats. Een ukelele zal nooit een gitaar worden, vat hij zijn levensmotto samen, en met Lou krijgen we van hetzelfde laken een pak. Hij gaat aan de slag als roadie bij Shout, de beste band van Arnhem en omstreken, al wil dat natuurlijk niet veel zeggen. Veel verder dan een eenmalig voorprogramma van Golden Earring en twee weken spelen in een Weense bierkelder - wat op rockgebied te vergelijken is met in een kist opgestuurd worden naar Timboektoe - schoppen ze het niet. De jaren verstrijken en bijstand krijgen gaat steeds vaker gepaard met gedwongen sollicitaties, die Lou netjes afhoudt door bij zijn brief een foto te voegen van zichzelf waarop door de hasjrook met moeite te zien is hoe onverzorgd hij er wel bij loopt. Wanneer hij echter door zijn rug gaat en twee herniaoperaties nodig heeft, eindigt zijn carrière als roadie. Lou begint daarop in het landelijke Zevenaar een studio waarvan de klandizie wel een eindeloze fade-out lijkt. Hij kraakt een oude garage en bouwt die om tot Cinema Corona - genoemd naar zijn favoriete biermerk - waar hij voor anderhalve man en een paardenkop undergroundhorror vertoont. En met iedere mislukking wordt hij sympathieker. Niets zo meelijwekkend immers als een lamme goedzak die geen vlieg kwaad zou doen, zeker niet wanneer hij in een roman van Thomas Rosenboom speelt. Want het moet gezegd, Rosenboom schrijft met bijzonder veel gemak en naturel. Hij is als een gitarist die zo zelfzeker en geroutineerd een solo speelt dat het lijkt alsof ook jij dat zou kunnen, tot je zo'n instrument in handen krijgt, natuurlijk. Een oplossing voor de grote wereldproblemen moet je van Rosenboom niet verwachten, en dat is op zich ook geen bezwaar, alleen mag een literaire roman toch iets meer zijn dan Oprah's Fabulous Christmas Show, en daar krijgt De rode loper op het einde steeds meer allures van. Lou begint zich eenzaam te voelen, en daar willen Eddie en zijn vrouw Riet iets aan doen: de introductie van Lena. Teleurgesteld door het narcisme van zijn publiek bedenkt Lou een manier om op dat gevoel in te spelen en het tegelijkertijd ook aan te klagen. Voortaan zullen de klanten van zijn bioscoop behandeld worden als echte filmsterren, beslist hij, wat jammer genoeg leidt tot een aantal volstrekt ongeloofwaardige scènes. Hijzelf doet ook mee aan de show trouwens, met aan zijn arm de tot op het autistische af schuchtere Lena, een droom van een jonge vrouw waar duidelijk een hoek af is. Schuwe Lena en Lou met de klapvoet, de ideale hoofdrolspelers in een melige tv-film, maar van Rosenboom verwachten we toch iets meer. MARNIX VERPLANCKESLEUTELZIN Een ukelele zal nooit een gitaar worden.